Door André Vlerick
...

Door André VlerickHet verhaal van het Gullegemse gezin en haar tijdelijke zoon Than gaat terug tot 1984, een periode waarin nogal wat Vietnamezen met een bootje hun land ontvluchtten in de hoop op een betere toekomst. Jean-Marie herinnert zich die periode nog heel goed. "Ik werd als sociaal assistent bij het OCMW in Kuurne al vrij vroeg geconfronteerd met die bootvluchtelingen. Wij probeerden toen, met de beperkte middelen die voorhanden waren via het Rode Kruis, een oplossing te zoeken. Je kan die situatie totaal niet vergelijken met vandaag. Wij hadden in die tijd amper voorzieningen. Toch slaagden wij er vrij makkelijk in om die mensen aan een deftig onderkomen te helpen." In 1984 werd het plots een stuk persoonlijker voor Jean-Marie. Een Belgisch vrachtschip pikte op een dag een gammel Vietnamees vissersbootje op in de zee tussen Vietnam en Hong Kong. In dat bootje: 13 opvarenden. Aanvankelijk werden die vluchtelingen in Hong Kong aan land gebracht en - zo vertelt Than - daarna nog even door Chinezen opgevangen. "Uiteindelijk arriveerden die mensen bij ons, in België. Omdat ze door Belgen waren opgevist, werden ze via het Rode Kruis ook aan ons land toegewezen. En dus moesten wij voor opvang en onderdak zorgen", vertelt Jean-Marie. Voor één koppel lukte dat vrij vlot, zij konden in Kuurne terecht. Ook een 21-jarige jongedame vond snel een plaatsje in Heule, terwijl nog een ander gezin in Harelbeke terechtkon. "Normaal - althans dat dachten wij toch - zou het voor Than die toen nog maar 13 jaar was, ook wel lukken", zegt Jean-Marie. "Zijn vader had op dat moment al met twee andere kinderen de overtocht naar de Verenigde Staten gemaakt. Thans moeder was met drie van hun andere kinderen in Vietnam achtergebleven. De 13-jarige Than werd meteen door de overheid als vluchteling erkend, een gezinshereniging kon volgens onze contacten bij het Rode Kruis echt niet lang op zich laten wachten. De jongen van opvang voorzien, zou normaal slechts enkele maanden duren." In werkelijkheid liep het echter behoorlijk anders. Thans vader slaagde er niet in om bij de Amerikaanse autoriteiten aan de broodnodige greencard, een permanente verblijfsvergunning, te raken. En dat hield veel potentiële pleegouders tegen. "Al snel werd duidelijk dat het niet bij een paar maanden zou blijven", gaat Jean-Marie verder. "Uiteindelijk duurde het zelfs drie jaar." Om niet te moeten blijven zoeken naar een pleeggezin namen Jean-Marie en Christine de tiener maar zelf in huis. Thomas, toen drie jaar, en Charlotte, amper zes maanden, hadden er in één klap een broer van 13 bij. In het begin liep het samenleven vrij stroef. Than begreep geen woord Nederlands, terwijl zijn nieuwe pleegouders ook van zijn Vietnamees weinig zinnigs konden maken. "De jongen leek er van overtuigd dat hij hier niet lang zou blijven. De hele zomer lang zat hij aan het televisiescherm gekluisterd. De Olympische Spelen van 1984 in Atlanta, weet je wel. Ondertussen trachtten wij hem met veel geduld en uitgeknipte prentjes toch een beetje basiswoordenschat bij te brengen. Dat daar ook wel wat West-Vlaams tussen zat, moet hij ons maar vergeven." (lacht)Bij de start van het nieuwe schooljaar, in september 1984, stuurden Jean-Marie en Christine hun pleegzoon naar het Spes Nostra in Heule. Daar mocht hij aansluiten in het vierde leerjaar. "Hij was eerder klein van gestalte en viel tussen de andere vierdeklassers niet echt uit de toon. Zijn klasgenootjes lieten geen mogelijkheid onbenut om hem te helpen en Than aan onze taal te leren wennen", zegt Jean-Marie. De twee volgende schooljaren kon hij terecht in het VTI in Gullegem, waar hij meeliep in de afdeling hout. "Of hij ooit echt een goede timmerman zou zijn geworden, weten we nog altijd niet", glimlacht de pleegvader. Terwijl de Gullegemnaars hun uiterste best deden om hun kersverse tienerzoon een zo fijn mogelijke thuis te bezorgen, onderhield Than nog contact met zijn echte ouders, vooral via brieven. Over zijn schooltijd hier bij ons, herinnert hij zich niet zoveel meer. "Alleen dat ik in mijn eerste winter in Vlaanderen serieus ten val kwam en mijn arm brak", zegt hij. "En dat ik daarna nog meer verwend werd." In april 1987 kwam dan eindelijk het bericht dat Than naar zijn vader in de States kon. Die verbleef in Californië, in de buurt van Sacramento. In zijn nieuwe thuisland volgde hij nog twee jaar school voor hij een job zocht. Ondertussen was het Vietnamese gezin er helemaal herenigd. Than ging eerst vijf jaar aan de slag in Alaska, waar hij werkte op een groot fabrieksschip dat polakvis verwerkte. Nu verdient hij al een hele tijd de kost als zelfstandig taxichauffeur en woont in Sacramento in een mooie buurt. Een buurt waar het blijkbaar stikt van de Vietnamezen. Hij stapte in 1991 in het huwelijksbootje en is ondertussen vader van een zoon van 19, Andy, en een dochter van 12. Zij kreeg de naam Vianna, als blijvende herinnering aan zijn mooie tijd bij de Gullegemse familie Viaene. De voorbije decennia hield Than contact met zijn pleeggezin van toen, al ging dat niet veel verder dan een telefoontje nu en dan en een jaarlijkse wenskaart met oud en nieuw. Tot de Viaenes enkele weken een mailtje kregen met het nieuws dat Than voor twee weken naar Europa kwam. "Hij wilde eindelijk Parijs eens in het echt zien. En natuurlijk stond ook een bezoekje aan Gullegem gepland, om herinneringen op te halen en kennissen van vroeger terug te zien", aldus Jean-Marie. "Het was best wel een schok. Hij is tenslotte toch 32 jaar geleden vertrokken. Gullegem, België, de wereld is veel veranderd en ook de mensen zijn anders dan toen. Sommigen onder hen zijn er zelfs niet meer. Met heel wat oude bekenden was het de voorbije dagen een onvergetelijk weerzien. De nieuwe ontmoeting met opa Vroman bijvoorbeeld was echt aangrijpend." Tijdens zijn verblijf mag Than optrekken met Thomas, Jean Maries oudste zoon. Hoewel hij destijds nog relatief jong was, herinnert hij zich nog behoorlijk wat over de grote Vietnamese broer die hij drie jaar lang had. "Ik woon intussen al enkele jaren in Berlijn waar ik werk als gids, maar kwam graag nog eens naar huis om hem een stukje Europa te tonen", zegt hij. Dus werd, tussen de huisbezoekjes in, ruimte gemaakt om uitgebreid Parijs, Berlijn en enkele andere steden te bezoeken."Ik wist niet dat het er zo mooi was", geeft Than toe. "Ik ben écht wel een Amerikaan geworden. Het moet allemaal snel gaan en big and beautiful zijn. Maar België en Gullegem zullen altijd speciaal blijven voor mij." De voorbije jaren is hij ook al twee keer naar Vietnam teruggekeerd. "Als toerist welteverstaan", zegt hij. "Het land mag dan nu wat minder armoede kennen dan toen ik er in dat bootje stapte, ik zou er voor geen geld ter wereld voor langere tijd willen blijven. Daarvoor is het in het Westen veel te goed."