Lees meer over deze reeks op www.kw.be/europacentrum.
...

Een mijlpaal in de geschiedenis van Oostende, zo noemde onze kustkrant De Zeewacht de eerstesteenlegging van het Europacentrum door burgemeester Jan Piers op 3 juli 1966. Drie jaar later, nu 50 jaar geleden, werd het complex feestelijk geopend. De naam van Jan Piers blijft voor altijd aan het Europacentrum verbonden. De ereburgemeester - tussen 1966 en 1968 ook de enige federale minister van Toerisme die ons land ooit rijk was - verdedigde het Europacomplex tot in zijn laatste levensjaren. Altijd met het argument dat hij al van in het begin had aangehaald: de wolkenkrabber brengt de Oostendse stadskas nog altijd voor vele miljoenen aan onroerende voorheffing op.Toch bloedde van bij het begin het hart van veel Oostendenaars. Voor het Europacentrum moest immers de oude Koninklijke Schouwburg sneuvelen. Het prestigieuze Belle Epoque-monument van architect Alban Chambon was in 1904 ingehuldigd en maakte mee de trots uit van de Koningin der Badsteden. De aansluitende tearoom Chez Pan was de meest befaamde van de stad. Maar het gebouw was vervallen en een restauratie zou handenvol geld kosten, zo stipte burgemeester Piers aan. Slechts twee gemeenteraadsleden stemden tegen de afbraak. Partijdiscipline, naar verluidt. Maar veel Oostendenaars beschouwen het verdwijnen van het Théâtre Royal tot op vandaag als een onvergeeflijke vergissing.Toch lokte het Europacentrum in de eerste jaren na de opening heel wat volk. 50.000 bezoekers per jaar, zo heette het in de jaren zeventig. Dat had uiteraard alles te maken met het sublieme panorama op stad, zee en hinterland, dat je genoot vanuit de horecazaak Europanorama, later Top 34, op de 34ste verdieping en nog meer vanuit het buitenterras op de 35ste etage. De tearoom, intussen alweer omgedoopt tot Appletise Tower, werd in 1996 gesloten om veiligheidsredenen. De bovenste verdieping wordt vandaag bewoond door de zakenfamilie Marchand. Enkele weken geleden nog vond er een huiszoeking plaats in het kader van een gerechtelijk onderzoek naar witwaspraktijken en criminele organisatie.Ook voor de rest geniet de toren, die 260 appartementen, (deels leegstaande) handelszaken, een parkeergarage en jeugdlokalen bevat, maar een bedenkelijke reputatie. "Het zijn van die fouten die in de jaren zestig gemaakt zijn", vindt Marc Dubois, architect en voormalig docent aan de architectuuropleiding Sint-Lucas in Gent. De geboren Oostendenaar, die nu in Gent woont, stelde een tentoonstelling samen over de wederopbouw van Oostende na de Tweede Wereldoorlog, die nog tot eind september loopt in de Venetiaanse Gaanderijen."Ik heb op zich niets tegen de toren", zegt Marc Dubois. "Je ziet hem al opdoemen als je van de autosnelweg komt. Maar de grote problemen van het Europacentrum zijn de ingang, de sokkel en de windturbulentie rond de toren. Zo'n toren zorgt voor heel veel wind op de begane grond. Bij een storm ga je niet ver lopen in de Van Ise-ghemlaan. Vandaag heeft men daar oplossingen voor, maar rondom het Europacentrum is die turbulentie toch nog duidelijk voelbaar en niet zo aangenaam.""Een ander probleem is de grote schaduwkegel rond het gebouw. En de inkomzone, die donker is en totaal niet uitnodigend. Langs de ingang in de Langestraat durf je overdag al niet binnen komen, laat staan 's avonds. Ook de overgang van de sokkel naar de hoogbouw is niet echt geslaagd. Het is niet alleen architectonisch, het zijn gewoon fouten tegen de logica van de bouw die maken dat het Europacentrum een mislukking in het kwadraat is geworden."Ook de bekende bouwpromotor Bart Versluys heeft geen enkel respect voor het Europacentrum. Hij bouwt vandaag een volledig nieuwe wijk op de Oosteroever in Oostende en plant er onder meer een Ensor Tower en een Spilliaert Tower van elk om en bij de 90 meter hoog. "Al zo'n 150 jaar geleden bouwden ze wolkenkrabbers in de Verenigde Staten. Wij lopen dus achterop. Maar jammer genoeg is het Europacentrum een heel slecht voorbeeld", betreurt Versluys."Zo'n toren is natuurlijk verbonden aan de tijdsgeest van toen. Het was een uitdaging om zo hoog te gaan. En het was het begin van het werken met beton, een revolutie in de bouw. Maar het Europacentrum is wel een gemiste kans. Architecturaal biedt het weinig meerwaarde aan de stad. De sokkel is totaal verkeerd aangepakt, lijkt niets met het gebouw te maken te hebben en maakt nu een verwaarloosde indruk. Maar veel eigenaars liggen daar niet van wakker.""In de Verenigde Staten bestaan prachtige voorbeelden van hoogbouw, echte pareltjes. Met de Ensor Tower willen we tonen wat ons niveau is van hoogbouwarchitectuur in 2019. Maar het Europacentrum is echt heel banale architectuur. Als ontwikkelaar aan de kust betalen we daar nog altijd de prijs voor. 'Toch geen tweede Europacentrum, klinkt het al snel als je hier over hoogbouw begint. We ondervinden veel hinder van de wansmakelijke architectuur van toen, maar het is ook de politiek die het destijds vergund heeft. Je bent altijd met twee. Het stadsbestuur van toen draagt een gigantische verantwoordelijkheid."Of het Europacentrum ooit weer zal verdwijnen? "Niet zolang de wet op mede-eigendom niet verandert", vreest Bart Versluys. "Zonder wijziging aan de wet zal de toren er nog 100, 200 of misschien zelfs 300 jaar staan. Maar als 80 procent van de eigenaars kan beslissen tot afbraak, dan zie ik wel mogelijkheden. Dan zijn ze met genoeg om een nieuwbouw te betalen en zullen ze wel zien dat de renovatiekosten opwegen tegen de nieuwbouwkost. Dan zie ik over 15, 20 of 30 jaar wel iets veranderen."