"Music was my first love, and it will be my last", zong John Miles. Erwin Swimberghe (65) leeft ook onder die leuze. De Brugse dirigent en muzikant leeft al heel zijn bestaan voor muziek. Sinds zijn pensioen bij de marine is dat vooral 's avonds en in het weekend. Overdag is hij een van de ijverige zaalwachters in de rechtbank van Brugge. Uit interesse, maar ook om onder de mensen te zijn. "Ik heb dat nodig. Ik kijk speciaal naar wedstrijden van Club Brugge om mee te kunnen klappen met de rest", lacht hij.
...

"Music was my first love, and it will be my last", zong John Miles. Erwin Swimberghe (65) leeft ook onder die leuze. De Brugse dirigent en muzikant leeft al heel zijn bestaan voor muziek. Sinds zijn pensioen bij de marine is dat vooral 's avonds en in het weekend. Overdag is hij een van de ijverige zaalwachters in de rechtbank van Brugge. Uit interesse, maar ook om onder de mensen te zijn. "Ik heb dat nodig. Ik kijk speciaal naar wedstrijden van Club Brugge om mee te kunnen klappen met de rest", lacht hij."Vader was een uitstekende en gedreven amateurmuzikant. Toen ik een jaar of zeven was, ging ik met hem en mijn oudere broer Hedwig (bekend klarinettist, red.) mee naar de repetities van de Koninklijke Scoutsharmonie Sint-Leo. Ik leerde er op de trommels spelen en werd er bij het trommelkorps ingelijfd. Daarnaast speel ik ook trompet. Ik heb verschillende muziekscholen en privéleraars gekend. Muziek was eigenlijk mijn enige interesse.""Eigenlijk niet. Ik had al snel geen zin meer om naar school te gaan en ben vroeg beginnen werken. Ik heb enkele jaren voor drogisterij Franco Belge gewerkt. Die winkel bestaat niet meer in Brugge, maar toen was er een grote zaak in de Wollestraat. Ik zat in het magazijn op Sint-Pieters. Toen ik slaagde voor mijn examen bij de Muziekkapel van het leger, ben ik in de marine gestapt, als klaroen-trompetter. Ik ben daar gebleven tot mijn 55ste. Ik kon vooral niet tegen onrechtvaardigheid. Ik stak weleens iets uit, maar ik kreeg vaak ten onrechte de schuld. Als je twee of drie keer een kwajongensstreek uithaalt, en dat waren altijd hele onschuldige dingen, dan word je al snel met de vinger gewezen. Ik wou een ander ook niet verlinken. Zo kreeg ik een degout van school.""Je moet uiteraard weten wat er in de partituur staat. Maar in een amateurgezelschap is het vooral belangrijk dat je muzikanten de volgende week nog willen komen. Soms moet je eens reclameren tegen iemand, maar dat moet achteraf bedekt kunnen worden met de mantel der liefde. Voor die mensen blijft dat een hobby. Ik zeg altijd: tijdens de repetitie ben ik de baas, erna aan de toog zijn we kameraden.""In mijn oudste zoon. Bart is professioneel muzikant en geeft muziekles.""Dat deed me plezier maar het was niet noodzakelijk. Ze mochten alle drie doen wat ze wilden. Mijn jongste zoon wou enkel voetballen. Muziek boeide hem niet. Mijn dochter is een periode bij de Zedelgemse Majoretten geweest. Je kunt van niemand eisen om muziek te leren. Dat moet in je zitten. Je kunt dat wel altijd voorstellen als ze klein zijn. Onze regel was: als je aan een jaar hobby begint, moet je het uitdoen. Dat gold voor muziek en voor voetbal. Na elk jaar mochten ze kiezen of ze verder wilden doen.""Ja, toch wel. Mijn kinderen moesten beleefd zijn en luisteren naar wat hen verboden werd. Ik wou gerust twee keer iets vragen, maar bij een derde keer volgde een sanctie. Ik ben ook streng opgevoed. Zo creëer je ook een zekere waardigheid. Leren 'goeiedag' zeggen of een 'sorry' als je iets verkeerd doet, is belangrijk. Veel mensen kennen die woordjes niet meer.""(lacht) Ja, misschien wel. Dat is ook anders. De kleinkinderen zijn niet zo vaak bij me maar als het gebeurt dan ben ik wel losser dan tegen mijn eigen kinderen destijds. Op een bepaald moment gaan ze naar huis, dat is een verschil. Maar ze moeten ook luisteren, hoor." "Ik weet nog dat mijn dochter me 's morgens vroeg uit mijn bed belde: "Het lokaal staat in brand." We hebben toen meteen opvang gekregen in de gemeenteschool van Dudzele. Enkele dagen na de brand waren we er al aan het repeteren. Op zich hebben we zo niet heel veel last gehad van de brand.""Dat kan ik me niet voorstellen. Ik heb eigenlijk mijn hele leven lang niets anders gedaan dan muziek spelen. Dat is mijn grote liefde. Ik heb nooit een andere hobby of passie gekend. Sport interesseerde me niet. Als Club wint ben ik content, wint Cercle: even goed. Ik probeer wel eens te kijken om zo te kunnen meepraten de volgende dag. Ik weet nooit of ze goed spelen of niet. De ploeg die wint, is voor mij altijd de beste. (lacht)""Een collega van me bij de marine destijds was erg geïnteresseerd in de rechtbank. Hij heeft die job ook gedaan. Zo heb ik de rechtbank leren kennen. Ik volgde aanvankelijk assisenzaken. Ik zei: als ik op mijn 55ste al op pensioen mag, dan lijkt een job als zaalwachter wel iets om 's morgens voor op te staan. Ik stelde mij kandidaat en na een vlot gesprek mocht ik aan de slag. We verdienen er geen schatten mee. Je moet dat vooral graag doen." (lees verder onder de foto)"(denkt na) Je moet zeker kordaat zijn. Je moet iedereen ook neutraal ontvangen. Als jij als beklaagde naar me toe stapt, kun je een brutus zijn maar voor hetzelfde geld ben je een timide vent die staat te beven op zijn benen.""Soms wel, maar als er nog mensen staan aan te schuiven om zich aan te melden, heb ik geen tijd om te luisteren. Het is belangrijk dat ik de dossiers vlot doorgeef zodat de rechter, procureur en griffier kunnen voortdoen zonder al te veel oponthoud.""Dodelijke verkeersongevallen of ongevallen met zwaargewonden. Ik wou dat niemand zoiets moet overkomen. Dat zijn drama's voor zoveel mensen. Iemand die overlijdt in het verkeer is vreselijk, maar iemand die voor de rest van zijn leven in een rolstoel moet zitten, is heel tragisch. Maar er zijn ook grappige zaken. Mensen met een eigenaardige naam of die een grappige uitspraak doen of blijven protesteren""Er is ooit een man voor gekomen omdat hij dronken achter het stuur was gekropen. Hij viel voor de politierechter van zijn stoel omdat hij alweer zat was. Eigenlijk is dat wat triest, maar op zo'n moment moet ik ook weleens lachen. Ik loop dan even weg achteraan de zaal om te hoesten in mijn zakdoek en zo een lach te onderdrukken. De rechter kan dat niet, hé. (lacht) Weet je, met alle zaalwachters zijn we een groep vrienden geworden. Er zijn collega's die bijna 80 jaar zijn. Een van hen is al 20 jaar weduwnaar. Als hij een keer of drie per week zijn verzetje vindt in de rechtbank, en ons ziet in plaats van thuis te zitten sakkeren, dan is dat fijn.""Ja, ik heb dat wel nodig. Sommige dagen slaap ik uit, maar als dat niet het geval is, wil ik zo snel mogelijk onder de mensen zijn." "Doe maar: 'Erwin Swimberghe, heeft genoten van het leven.' (lacht) Ik geniet van de kleine dingen. Ik ga graag eens enkele dagen weg maar keer nog liever terug. Ik mis Brugge en de vele mensen die ik ken anders te hard." (Thomas Rosseel)