Met gasten als Roland Stubbe, Freddy Taillieu, Ludo Deprince en Marc Dhaenens tekende het kruim van de Oudenburgse crosswereld paraat voor het Erfgoedcafé. Daarnaast mocht Peter Velle, die voor de presentatie tekende, Johan Schaeverbeke en Marnix Vanslembrouck op zijn podium ontvangen.
...

Met gasten als Roland Stubbe, Freddy Taillieu, Ludo Deprince en Marc Dhaenens tekende het kruim van de Oudenburgse crosswereld paraat voor het Erfgoedcafé. Daarnaast mocht Peter Velle, die voor de presentatie tekende, Johan Schaeverbeke en Marnix Vanslembrouck op zijn podium ontvangen.Johan Schaeverbeke is de bezieler van het Oldtimer Motoren Museum dat zich in de Bikers Loft bevindt. Hij verzamelt al 29 jaar oude motoren en is trots zijn collectie te mogen omschrijven als het enige openbare museum in België. "Ik ben niet alleen blij met wat in het museum staat, maar weet daarnaast graag wie er met die motorfiets gereden heeft, welk verhaal er achter zit. Weet je dat we destijds 220 eigen Belgische merken telden: van Taria, over Minerva, Sarolea, FN, Novy tot uiteraard Flandria en Superia", zegt Johan. "We zijn te weinig chauvinistisch daarover."Met verzamelaar Marnix Vanslembrouck uit Westkerke mocht Peter Velle zich gelukkig achten met een kenner van motoren en de sport naast zich. "Ik ben al in 1961 van alles beginnen verzamelen. Dat was toen ik voor het eerst met mijn vader naar de cross mocht meegaan. Het jaar ervoor werden de Oudenburgse Motorduivels opgericht", weet Marnix, nu zelfs archivaris van de Belgische Motorrijders Bond.Roland Stubbe is nog altijd een begrip bij de motorcrossers. Hij begon in 1959 te crossen. "Met een Sarolea 600 die ik toen voor 1.000 frank gekocht had", vertelt Roland die later team vormde met die andere talentvolle crosser, Freddy Taillieu. De aanwezigen snoepten van de vele legendarische verhalen van het tweetal, onder meer hoe Roland en enkele vrienden de moestuin van zijn vader half plat legden. "Toen mijn vader 's morgens vroeg naar zijn groentetuin ging kijken, zoals hij elke dag deed, kwam hij vloekend weer binnen en riep mijn moeder toe: "Je moet komen kijken, de bonenstruiken hebben de plaag..."Ook John Claeys en Etienne Willems rakelden heel wat verhalen uit hun tijd op. Ze waren destijds lid van de Engelenclub, gesticht door Eric Kemel. "Onze eerste crossen hielden we als kinderen met een omgebouwde fiets. Later monteerde ik er de motor van de bromfiets van mijn zus op", vertelt Etienne."We konden ons later een eerste crossmotor kopen, maar hadden geen geld voor de benzine. We vonden er niet beter op dan met een slangetje de benzine uit de auto van onze ouders te zuigen", lacht John. "Bij Alidoor Vanden Broele van het autokerkhof in Roksem mochten we de restjes benzine uit de daar opgestapelde wrakken halen. We sloegen met een hamer en grote nagel een gat in de tank om zo de benzine te kunnen opvangen. Ook de olie haalden we uit die oude auto's om die dan met een nylonkous van moeder te filteren", aldus John, nog nagenietend van die deugnietstreken om toch maar aan brandstof te geraken en de motor op gang te krijgen. Het Erfgoedcafé 2018 werd afgesloten met een bezoek aan het museum van Johan Schaeverbeke en napraten met een Route 66 over de legendarische tijd van de plaatselijke crossers.