Iedere dag, omstreeks een uur of elf, zitten we hier, op de rand van onze stoel, te staren naar het pc-scherm. Wachtend op de nieuwe coronacijfers voor ons land. Iedere dag hopen we dat de 'knik' er komt, dat er minder mensen dan daags voordien zijn opgenomen in het ziekenhuis, dat er minder mensen dan voorheen intensieve verzorging nodig hebben, dat er minder mensen dan de dagen ervoor sterven. Wanneer halen we de piek, wanneer laat de 'knik' in de curve zich zien? We weten het niet.
...

Iedere dag, omstreeks een uur of elf, zitten we hier, op de rand van onze stoel, te staren naar het pc-scherm. Wachtend op de nieuwe coronacijfers voor ons land. Iedere dag hopen we dat de 'knik' er komt, dat er minder mensen dan daags voordien zijn opgenomen in het ziekenhuis, dat er minder mensen dan voorheen intensieve verzorging nodig hebben, dat er minder mensen dan de dagen ervoor sterven. Wanneer halen we de piek, wanneer laat de 'knik' in de curve zich zien? We weten het niet.We raken er niet aan gewend en dat is maar goed ook. Want dit zijn ongewone tijden, we wonen, werken en leven in bijzondere omstandigheden en dat zal nog een tijdje duren. De strijd is nog niet gestreden, de oorlog nog niet gewonnen, zeggen we dan. Een dokter wees er me onlangs op dat we opvallend veel oorlogstaal gebruiken in deze crisis. We hebben het over verpleegkundigen en artsen die in de frontlinie staan, het virus is onze vijand en de strijd ertegen is een oorlog. Hij vond dat misleidend, zei hij. Want wie in oorlog is, is er nooit zeker van dat die vijand verliest. Maar hier staat wel vast - het is een zekerheid dat het virus finaal onderuitgaat. We namen graag aan dat de arts gelijk heeft, maar gerustgesteld waren we niet. Want een handleiding voor die virusstrijd is er niet, antwoordden we hem. Fout, zei de arts. Die handleiding is er: hou afstand en blijf thuis. Veel eenvoudiger kan het niet. Dit is niet zomaar een dictaat, jullie weten waarom het zo moet. Jullie zijn toch volwassen mensen. En onthou: het virus gaat finaal onderuit. Die zekerheid, dat is jullie hoop.Dat vooruitzicht kan helpen, daar heeft die arts gelijk in. En intussen zien we overal, haast in iedere straat, hoe mensen hun best doen om de bijzondere omstandigheden van ons verschanst leven op te fleuren. Alleen al die vondst van de berenjacht langs vensters en ramen, de applausserenades en de talloze vondsten voor virtuele contacten kleuren ineens onze dagen. Wie had dat een maand geleden kunnen vermoeden? Misschien moeten we nu al afspreken dat we het een en het ander meenemen naar de maanden na de virusstrijd. Als ons leven weer in de plooi geraakt. Het zullen andere plooien zijn dan voorheen, dat kunnen we nu al veronderstellen. En we zullen ongetwijfeld meer oog hebben voor de hunkering naar sociaal contact. Maar vergeten we vooral niet wat we onze gezondheidswerkers hebben beloofd en laat ons dat eindelijk vertalen in de steun voor een beleid dat ons applaus vertaalt in concrete waardering voor hun job.