Elisabeth Busson (93) verloor vijf jaar geleden haar echtgenoot, maar met hulp van haar kinderen en buren, woont ze nog zelfstandig in de Oude Provenstraat. Ze is wonderwel hersteld van een heupbreuk. Een rollator is wel haar trouwe metgezel, maar niets houdt haar tegen om nog vrolijk door het leven te gaan.
...

Elisabeth Busson (93) verloor vijf jaar geleden haar echtgenoot, maar met hulp van haar kinderen en buren, woont ze nog zelfstandig in de Oude Provenstraat. Ze is wonderwel hersteld van een heupbreuk. Een rollator is wel haar trouwe metgezel, maar niets houdt haar tegen om nog vrolijk door het leven te gaan. Voor het eerst in haar rijk gevulde leven vindt er dit jaar, door de coronacrisis, geen hoppeplukwedstrijd plaats. "Ik vind het vooral spijtig dat ik daarvan niet op de hoogte werd gebracht. Ook mijn maat Gilbert Caron uit Poperinge werd niet verwittigd. Natuurlijk is er wel het coronavirus, maar konden er echt geen speciale maatregelen genomen worden zodat het toch kon plaatsvinden? Mijn 'meuzeltje' met mijn plukkledij stond nochtans al een paar weken klaar", aldus Elisabeth. Met de gebroeders Ghekiere en Gilbert Caron vormt Elisabath Busson immers een vast kwartet, waarbij ze meermaals de plukwedstrijd gewonnen heeft. "'De laatste jaren komen er echter heel wat mensen een praatje slaan tijdens de pluk, zodat ik geen kans meer maakte om te winnen", lacht Elisabeth. "Maar eigenlijk doe ik het daar niet voor. Ik kan immers nog altijd mijn mannetje staan tussen dat jong geweld dat zich ook aan de plok waagt." Elisabeth hoopt dat het bij dat ene jaar zonder hoppepluk zal blijven en dat ze volgend jaar opnieuw van de partij kan zijn. Niet alleen om de mensen te tonen hoe er vroeger hop werd geplukt, maar nog meer om het publiek te amuseren. Op zesjarige leeftijd diende Elisabeth, als jongste van 14 kinderen, samen met haar broers en zussen mee te helpen met haar moeder tijdens het plukken van de hop met de hand. "Dat was toen de gewoonte. Niet alleen stond er veel meer hop in en rond Poperinge, maar vooral diende de hop overal met de hand van de hopranken getrokken te worden. Dat was voor heel veel mensen echt een specialiteit. Wie de hop plukte, werd immers per hoeveelheid betaald. De hop in de manden diende daarbij ook nog altijd proper te zijn, dus zonder blaadjes of takjes. Eigenlijk deed ik dit wel graag, en ik ben het altijd blijven doen", vertelt Elisabeth. "Van rugpijn heb ik gelukkig nooit last gehad. Ook toen de plukmachines hun intrede deden, bleef ik hop plukken met de hand. Vele jaren hielp ik ook in mei de hopplantjes rond de rankdraden leiden. Ik heb zelfs nog de draadjes helpen spannen waarrond de hopranken groeien. Vele jaren heb ik ook ranken aangelegd aan de machine. Alles wat met de hop te maken had, deed ik graag. Ik ging ook in Frankrijk werken in de hopteelt, in de regio die grenst aan Watou. Vroeger werd daar ook veel hop geteeld. Hop was toen het groene goud en wie ze hielp plukken, kon met de opbrengst de voorraad kolen voor de winter betalen."Elk jaar nog gaat Elisabeth met een vriendin langs bij een hopboer om te zien hoe de hop gegroeid is en welke opbrengst er is. En vooral of er veel lupiline in zit en of ze straf ruikt. Voor het eerst in 87 jaar kan ze dit jaar dus haar vingervlugheid om de hop proper te plukken niet demonstreren aan het grote publiek. De dochter met manlief en de drie kleinkinderen en vijf achterkleinkinderen hadden evenwel graag 'meetje' nog eens de hopmanden zien vullen. (PC)