Elias Demeulenaere, tweede generatie in Eetcafé Rodenbach: “Gelukkig dat we nu open mogen blijven”

Elias Demeulenaere: “De steun was zeker welkom maar kon de verliezen niet dekken.”(foto Stefaan Beel) © STEFAAN BEEL Stefaan Beel
Peter Soete

De tweede generatie staat al een tijdje achter de toog van Eetcafé Rodenbach. Elias Demeulenaere heeft hotelschool Spermalie gevolgd maar verkiest ‘de zaal’ en het contact met de klanten boven de keuken. Maar in geval van nood springt hij uiteraard bij in de keuken.

Dinsdagmorgen tien uur. Er zijn al enkele tafeltjes ingenomen door vroege vogels in Eetcafé Rodenbach. “Met de wekelijkse markt openen we altijd om half tien ’s morgens”, zegt Elias Demeulenaere terwijl hij drie koffies naar een tafeltje marktgangers brengt. Pa Bart verschijnt even achter de toog, ziet dat het goed is en verdwijnt opnieuw om verder te werken aan zijn administratie.

Jij bent al meer dan vijf jaar vennoot in Eetcafé Rodenbach maar je bent hier al langer aan de slag?

Elias Demeulenaere: “Vanaf mijn veertien jaar hielp ik hier al op vrijdagavond, zaterdag en zondag als jobstudent. Het was keihard werken maar we hadden een keigoed team. In de weekends werkten er veel jobstudenten en na de shifts gingen we met zijn allen uit. We hebben echt heel veel plezier gemaakt samen.”

Jij hebt de gouden jaren voor corona goed gekend?

“Oh ja, dat waren de jaren die gekenmerkt werden door enkele fameuze uitschieters zoals de Batjes. We werkten tot vier uur ’s nachts in een bomvolle zaak, er was veel ambiance en de uren vlogen voorbij. Dergelijke Batjestijden zijn wellicht voorgoed verleden tijd, ook wanneer corona zal voorbij zijn.”

“Ik heb zelfs gehoord dat er in toekomstige Batjes geen kramen meer zullen komen in de Zuidstraat, dat er wagens tentoongesteld zullen worden. De Zuidstraat zal misschien een soort autosalon worden (lacht).”

En dan kwam corona?

“Dat was vreemd. Enerzijds was het een leuke tijd voor het gezin want ik was ’s avonds thuis en kon veel bij mijn vrouw en kindjes zijn. Anderzijds was het ook een beetje irreëel want niet werken en verplicht gesloten zijn, voelt raar aan. Zeker in de tweede lockdown was dat niet prettig: het was koud en vaak slecht weer en we hadden alle wandelingen al gemaakt in de eerste lockdown.”

Er was veel ambiance en de uren vlogen echt voorbij

“De steun die we hebben gekregen was zeker welkom maar kon de verliezen die we leden zeker niet dekken. Voor restaurants en grote horecazaken was dat niet voldoende. Gelukkig dat we opnieuw een tijdje open zijn en dat we ook nu open mogen blijven.”

Hoe valt het eigenlijk mee om met je ouders samen te werken?

“Ja, ça va eigenlijk. Het is niet altijd even makkelijk maar het heeft ook zijn voordelen. Ik kan bijvoorbeeld om vier uur mijn zoontje afhalen van school of op dinsdagmorgen kan ik hem naar school voeren. Pa is en blijft de grote baas en ik ben een medevennoot en we laten elkaar doen. Het klopt dat ik misschien een beetje meer het gezicht van de zaak ben maar mijn pa doet alle administratieve werk achteraan en springt altijd bij wanneer het druk is. Ik hou van mijn rol: ik heb nood aan sociale contacten en praat graag.”

Heb je in volle coronaperiode niet gedacht om een andere job te zoeken?

“Ik moet toegeven dat mijn vrouw en ik ’s avonds enkele keren hebben gepraat over hoe het verder moet. In de toekomst zou ik wel graag iets meer thuis zijn, iets meer een aanwezige echtgenoot en papa zijn. Deze iets rustiger job mag in de horeca zijn maar kan evengoed een job zijn als medewerker in een wijnhuis of als vertegenwoordiger. Maar werkdagen van veertien uur of meer zouden er niet meer bij zijn. Maar voor alle duidelijkheid: dat is nu nog niet aan de orde, daarvoor doe ik de job nog te graag.”

Maar als je zestig bent, zul je dit niet meer doen?

“Neen, ik geloof niet dat ik dat nog zal kunnen. Er staat een limiet op het uithoudingsvermogen van een mens, denk ik.”

Leg jij andere accenten in de zaak?

“Neen, eigenlijk niet. Iets wat 34 jaar zijn deugdelijkheid heeft bewezen, moet je niet veranderen. Zo krijg je hier nog altijd de ronde croque-monsieurs zoals je ze vroeger kreeg. Onze croque-monsieur-machine moeten we trouwens zeer goed soigneren want de firma waar we ze kochten, bestaat niet meer en er zijn ook geen wisselstukken meer te krijgen.”

“Het feit dat we onze klassiekers in ere houden, betekent niet dat we niet vernieuwen. We zijn absoluut mee met de nieuwste hypes als het op cocktails of nieuwe aperitieven aankomt. Maar de basics gooien we niet overboord. Ook serveren we geen dagschotel of suggestielunch maar we blijven een 100 procent à la carte eetcafé. Waar je evengoed een lekkere spaghetti of andere pastaschotel kunt eten en je tafelgenoot een mals biefstuk krijgt voorgeschoteld.”

Alles start met een goede kok?

“En met goede ingrediënten. In de beginjaren was het mama die in de keuken stond, vaak samen met oma die de soep maakte. Nu hebben we een dame die al veertien jaar kookt bij ons, samen met mama. Ik kan inderdaad ook koken, ja, maar dat is niet mijn grote passie. Als je kookt, vraagt dat een specifieke organisatie, je moet daarvoor in de wieg gelegd zijn. Geef mij maar de toog.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.