Plots lag hij op de grond en bewoog hij niet meer. Dieter Louwagie was pas een uurtje eerder aangekomen op de kampplaats van KLJ Alveringem in het Henegouwse Herchies. Op vrijdagavond, na het werk op het landbouwbedrijf van zijn ouders, ging hij samen met twee andere KLJ'ers langs, voor een weekendje. "De sfeer zat goed, iedereen was aan het lachen", vertelt Dieter. "Ik was net bij de groep gaan zitten, toen iemand me vroeg of ik iets wilde drinken. Ik zei iets in de trant van: geef mij ook maar zo'n streekbiertje. Waarna ik achterover viel, blijkbaar middenin mijn zin."
...

Plots lag hij op de grond en bewoog hij niet meer. Dieter Louwagie was pas een uurtje eerder aangekomen op de kampplaats van KLJ Alveringem in het Henegouwse Herchies. Op vrijdagavond, na het werk op het landbouwbedrijf van zijn ouders, ging hij samen met twee andere KLJ'ers langs, voor een weekendje. "De sfeer zat goed, iedereen was aan het lachen", vertelt Dieter. "Ik was net bij de groep gaan zitten, toen iemand me vroeg of ik iets wilde drinken. Ik zei iets in de trant van: geef mij ook maar zo'n streekbiertje. Waarna ik achterover viel, blijkbaar middenin mijn zin."Dieters hart was gestopt met kloppen. "Ik dacht eerst dat hij door z'n versleten stoel was gezakt", zegt Ines Luyssen (20). "Maar hij bleef liggen en reageerde niet." Ines riep naar Fien Porreye (24), die als verpleegkundige bij het Wit-Gele Kruis werkt. "Ik dacht eerst aan een epilepsie-aanval", zegt Fien, "maar binnen een handvol seconden zag ik dat zijn gezicht helemaal blauw werd. Samen met Justine ben ik meteen de reanimatie gestart."Ondertussen werden de lokale hulpdiensten gebeld. "Ze zeiden ons dat we moesten blijven reanimeren", zegt Fiene. "Ik denk dat wij een dikke tien minuten zijn bezig geweest - ik de hartmassage, Justine de mond-op-mondbeademing - en geloof me, ik was kapot. Maar toen ik zag hoe die ambulanciers op hun gemakje wandelden, werd ik zot. Ik weet niet meer wat ik allemaal heb geroepen, maar mooi Frans zal het wel niet geweest zijn." (lacht)De hulpverleners namen de reanimatie over. Na bijna drie kwartier en zeven elektroshocks was Dieters toestand weer stabiel. De twintiger werd overgebracht naar het ziekenhuis van Hornu waar hij pas zaterdagmiddag wakker werd. "Toen we hem later die avond in het ziekenhuis zagen, was er vooral opluchting", zegt Fien terwijl Justine knikt. "Je zit daar de hele nacht en dag aan te denken. Je hebt wel alles gedaan wat je kon, maar uiteindelijk weet je niet of dat volstaat, of hij er niets ernstigs aan overhoudt. Dat is een heel eng gevoel." "Maar weet je nog wat het eerste was dat je tegen ons zei", vraagt Fien aan Dieter. "Je vroeg of we nog op café waren geweest." (lacht luid)Het incident liet vanzelfsprekend een zware indruk na op de 35 KLJ'ers die op kamp waren. "We hebben wel enorm veel steun aan elkaar gehad", vertelt Ines. "Wat er die avond is gebeurd, heeft ons als groep nóg dichter bij elkaar gebracht." "Ik denk dat het goed was dat we allemaal daar zijn gebleven", pikt Fien in. "Mochten we naar huis zijn geweest, moet je dat elk apart verwerken. Nu konden we bij elkaar terecht." Het hartfalen van Dieter blijkt na veelvuldig onderzoek te wijten aan een aangeboren hartafwijking. "Het Brugada-syndroom", zegt hij. "Eigenlijk is het niet echt een hartstilstand, maar schiet mijn hartslag zodanig de hoogte in, dat het orgaan niet meer kan volgen en dus niet meer pompt. Of ik een voorgeschiedenis had? Neen, nooit iets van gemerkt. Het viel dan ook niet te vermijden. De dokters zeiden me dat hulp bij velen te laat komt, denk maar aan wielrenners die erdoor getroffen worden."Na drie nachten in het ziekenhuis van Hornu werd Dieter overgebracht naar Brugge, waar een defibrillator werd ingeplant die zijn hartritme bij een nieuwe aanval automatisch regelt. In november vorig jaar heeft die defibrillator een tweede hartfalen kunnen vermijden en in januari werd hij nog eens geopereerd. "Vandaag voel ik me goed, ja", glimlacht Dieter. "Dat ik er niets aan heb overgehouden, dat we er hier vandaag kunnen over vertellen, is het allerbelangrijkste." Maar hij beseft dat hij enorm veel geluk heeft gehad. En hij is zijn KLJ-vrienden ontzettend dankbaar. "Je mag er niet aan denken wat er zou gebeurd zijn, mocht ik toen achter het stuur hebben gezeten. Of die avond alleen thuis had gezeten. Mensen zeggen vaak dat ik een slecht lotje heb getrokken, maar zo zie ik het niet. Ik heb net het beste van die slechte lotjes getrokken. Ik ben er nog, dankzij de KLJ, dankzij hen. Achteraf gezien was het feit dat het op kamp is gebeurd mijn grote geluk."