De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Een beetje Afrikagevoel op camping Veld en Duin in Bredene

Kurt Vandemaele
Kurt Vandemaele Reporter

Op een camping vol Duitsers terechtkomen en bij een wandeling in Bredene door een ferme kwak van een meeuw midden op het hoofd worden getroffen. Het overkwam onze man, toen hij in ‘Veld en Duin’ ging kamperen. En toch beleefde hij er een mooie tijd.

Het is die camping waar bij de ingang een caravan ondersteboven ligt. De oude Wartburg, of is het een Daf die het ding voorttrekt, staat er ook nog. Het zal een kunstwerk zijn. Het werd er vijf jaar geleden neergezet. Toen de camping van Fernand Casier en Maria Gaudsaboos 50 werd. Nooit gevraagd aan de huidige uitbaatster, dochter Els Casier, of ze kunstliefhebber is. Vermoedelijk wel. Op een heuveltje wat verder doemen twee standbeelden van vrouwelijke duikers op uit de grond… Els is in haar aquariumreceptie, het kantoor met de vele ramen die uitzicht bieden op haar camping, eerst in het Engels bezig en schakelt dan vlot over op het Duits. “Weet je dat ik dagelijks evenveel Duits spreek als Vlaams”, zegt ze. “We hebben hier altijd veel Duitse gasten gehad.”

Campinggemeente

Els is 52 en opgegroeid op de camping. Maar ze heeft ooit een ‘echte’ job gehad. “Ja, ik heb altijd gezegd dat ik niet op de camping ging werken. Maar kijk, 20 jaar geleden heb ik toch beslist om mee te komen helpen.” Ze heeft er nog geen spijt van. “Meestal niet. Het is een toffe job. We zitten in een positieve sector. Ik heb ook het geluk dat ik kan samenwerken met mijn broer. Je moet weten dat ik een heel toffe broer heb.” Haar lach is er een die je zou willen vastleggen en als schilderij aan de muur hangen. “Pas op, het is ook een intensieve job”, geeft ze nog mee. “Als je het niet graag doet, hou je het niet vol.”

‘Veld en Duin’ heet zo, omdat de camping aanvankelijk omringd lag door tarwevelden en op de duinen uitkeek. Nog befaamder dan voor zijn naaktstrand is Bredene bekend voor zijn campings. Een vierde van de 100 Belgische kustcampings ligt op grondgebied Bredene. Het gros van de gasten die de 300 standplaatsen bezetten op ‘Veld en Duin’ is eigenaar van hun caravan of chalet. Zo ook Danny Van Melkebeke en zijn vrouw Christel De Saedeleer, die uit Outer bij Ninove komen. Ze hebben er al 12 jaar hun stacaravan en zitten in hun strandstoel toe te kijken hoe ik op de trekkersweide mijn werptentje op zijn plek gooi. Een goeiedag is genoeg om meteen een gesprek aan te knopen.

“We gingen regelmatig naar de zee,

maar ambetant,

je ging naar het strand

en je hing vol zand…”

Zo begint Christel haar verhaal. Het is pas bij het uittikken dat ik merk dat het de eerste strofe van een hiphopnummer zou kunnen zijn. Maar neen, ze vertelt met zwier: “Ik ben verpleegster en ik werkte destijds twee weekends op vier. We waren al een tijdje aan het uitkijken naar iets aan zee. Een appartement zagen we niet zitten. Want je hebt daar hooguit een terrasje als je eens buiten wil. Zijn ma huurde vroeger altijd voor veertien dagen een appartement”, en ze wijst naar Danny terwijl ze haar zin afmaakt, “maar ’s avonds moest je effectief al gaan wandelen om sociaal contact te hebben.” Alles kwam in een stroomversnelling toen vrienden die een caravan op ‘Veld en Duin’ huurden Danny en Christel uitnodigden voor een drink. “Het was mooi weer en de sfeer beviel ons hier dermate dat we meteen hebben beslist een stacaravan te kopen. Els, de uitbaatster, probeerde ons nog te temperen. ‘Misschien moet je eerst eens een caravan huren.’ Maar neen. We hebben meteen de knoop doorgehakt. Maar het heeft toen nog twee jaar geduurd voor ze een plaatsje had.” Niet uitzonderlijk, laat Danny blijken. “Dat was toen heel normaal, zo’n lange wachttijd. Het was geduld oefenen tot er iemand wegging. Maar nu hebben ze hier een heel stuk kunnen uitbreiden en gaat het allemaal vlotter.”

“Veel mensen hebben geen contact meer met elkaar. Hier wel. Iedereen komt hier buiten”

De Soit, voluit François Willems, is erbij komen staan met zijn hond Roy. Die is een verhaal op zich. Wie de tv-serie ‘Lassie’ nog kent, kan zich iets voorstellen als ik zeg dat Roy een mini-Lassie is. Qua slimheid moet hij niet onderdoen voor de bekendste tv-hond aller tijden. “Het is een Shelty”, zegt Soit. “Officiële naam: een Shetland Sheepdog. In de jaren 1300 hebben de Schotten paarden, collies en schapen naar de Shetland Eilanden gebracht en die hebben zich aanpast aan het gure klimaat. De collies zijn kleiner geworden en de paarden zijn de Shetland pony’s geworden.”

Aardig campingvolk

Soit verbleef eerder 7 jaar in een trekcaravan op de camping, maar heeft zich onlangs ook een stacaravan aangeschaft. “Het terrein waar we stonden, was te klein en dus zijn we naar deze buurt verhuisd”, zegt hij. “Even goeie vrienden, even goeie buren. Echt, op de hele camping is het aangenaam. ’s Morgens vroeg ga je naar de bakker en je krijgt van iedereen een goeiemorgen. In het Nederlands, in het Frans, in het Duits, het maakt niet uit. Dat is eigenlijk wel typisch voor een camping. Elders in Europa is het niet anders. Als je op een camping mensen tegenkomt, dan begroet je elkaar.”

Danny heeft een theorie voor de hartelijkheid van het campingvolk. “Hier leef je buiten. Als je thuiskomt van je werk blijf je binnen. Je gaat misschien nog wat harken in de tuin, maar de meesten ploffen zich neer voor de tv of de computer. Vroeger namen de mensen een stoeltje en gingen op straat zitten en praatten met de buren. Zulke taferelen zie je niet meer. Er is geen contact meer. Hier wel. Iedereen komt hier buiten. Net zoals in Afrika. Mensen leven daar niet in hun huis, maar buiten. Zoals hier.”

Danny en Christel weten waarover ze praten. Ze zijn al zes of zeven keer in Afrika geweest. “We doen één keer per jaar een grote reis. Dat kan ook Vietnam of Thailand zijn… In januari zijn we in Lapland geweest. We denken nu aan India. We willen nog een stukje van de wereld zien.” De Soit denkt er net zo over. “Ja, wij zijn ook in Thailand geweest, in Martinique, Guadeloupe. Hier kom je voor de sfeer, om de dagelijkse sleur even te doorbreken ook. Weet je dat ik hier in al die jaren nog nooit een dag aan het strand heb gelegen? Wij gaan wandelen.” Danny en Christel zijn fietsers. “Ik ben nu 60”, zegt Christel. “Tien jaar geleden gingen we altijd naar het strand. Ik moest de zee zien. Men lachte hier met ons: ‘Danny en Christel zijn weer weg met hun zetels en knapzakje’.” Even hapt ze naar adem en Danny neemt over. “We volgen de knooppuntroutes. Zo kom je op smalle paadjes bij charmante bistrootjes en drink je eens een glas.”

Schaatsen voor André Rieux

Iets verderop zijn Jeanine Dekemel en haar zus Lucie een glas cava aan het nuttigen. “Een aperitiefje”, giechelen ze. Ze zitten bij de camper van Jeanine en haar man. “Hij is thuis gebleven met de honden”, zegt ze. “En hij is niet zo’n zeemens. Wij wel. Het is al de tweede keer dat we hier komen. Het is hier mooi, de mensen zijn vriendelijk en alles is proper: de wasruimtes, de toiletten en de douches.” Faciliteiten waar ze ook in de camper over beschikken, een Lyseo Futura, een uit de kluiten gewassen huis op wielen. “Ik ben het gewend om klein te leven, we hebben altijd gevaren op een schip. Mijn man was binnenschipper en ik mocht mee. Maar in zo’n camper is alles echt piepklein”, lacht Jeanine. Het varen is verleden tijd. “Anderhalf jaar geleden hebben we een mobilhome gekocht. We reizen veel. Niet altijd even praktisch met onze twee hondjes. Zo’n wagen is daar niet op voorzien. Gelukkig, ze zijn oud. Ik kan nu al zeggen dat er geen nieuwe komen.”

“Een vogel die op je hoofd kakt, brengt geluk.”

De zussen genieten van het leven. Gezeten onder parasols en in comfortabele kampeerstoelen zijn ze garnalen aan het pellen. “We zijn met de fiets naar de vistrap gereden in Oostende”, zegt Lucie. “Straks leggen we nog wat verse vis op de barbecue…” Het water komt haar al in de mond. Zegt Jeanine: “Dat sociaal contact op een camping valt me toch wat tegen. De meeste trekkers zijn nogal op zichzelf. Het contact tussen de mensen die een vaste staanplaats hebben, is anders.” Lucie wil me nog vertellen over Jeanine’s kwaliteiten als schaatster en dat ze binnenkort weer naar Garmisch-Partenkichen gaat schaatsen: “Weet je, ze mag deze winter schaatsen voor André Rieux”, zegt ze. Die gladde Hollander zou alles bedenken om vrouwen aan zijn voeten te krijgen.

Geen strandmensen

Intussen kijk ik toe hoe Albert Slosse en zijn vrouw Christine Rondelé arriveren. “Wij komen het hele jaar door, ieder weekend”, zeggen ze. “Al acht jaar lang. We hebben de caravan gekocht om te zien of we aan zee konden aarden. We hebben ons huis in Harelbeke verkocht en komen binnenkort vlakbij in een appartement in Bredene wonen.” Ze zijn zeventigers. “Ik ben vertrouwd met Oostende, ik ben er naar de zeevaartschool geweest en voor ik getrouwd was, heb ik een tijdje op zee gezeten”, zegt Albert. Maar Oostende is hem te druk. “Geraak daar maar eens je wagen kwijt.” Ze gaan de camping missen, vertrouwt Christine ons toe: “Onze ene buren zijn Franstalig, maar o zo vriendelijk. De andere zijn nieuw, maar het is alsof we ze al jaren kennen.” Vroeger huurden ze 25 jaar lang iedere vakantie een huisje in Luxemburg. “Daar gingen we met onze kinderen naartoe. Later huurden we een chalet aan de Rodeberg. Tussen de dieren. Voor de kleinkinderen. Wat moet je meer hebben?” Zonder kinderen voelen ze zich het best aan zee. “We zijn nochtans geen zonnekloppers en geen strandmensen”, zegt Christine. Albert beaamt alleen maar: “We nemen eens de tram naar Oostende of De Haan. Er zijn veel rommelmarkten aan zee. En we gaan geregeld goed eten.”

Philip en Tina uit het Duitse Hessen zijn zelf aan het koken bij hun tent. Philip is een België-fan. “Als ik niet naar België kom in de vakantie, blijf ik in Duitsland. Ik hou vooral van de bieren hier. In de eerste plaats de trappisten. Echt, ik hou van dit land. De mensen zijn aardig, het land is mooi, hoe kan je er niet van houden?” Zijn vriendin spreekt hem niet tegen. “Voor we samen waren, zou ik het nooit in mijn hoofd gehaald hebben om hierheen te komen. Maar inderdaad, keer op keer ben ik verrast: de steden zijn verzorgd en proper, de kusten zeer aangenaam en die bieren kan ik ook wel smaken”, schatert ze. Zelf ben ik net een biertje aan het proeven op een terras, wanneer er een stevige kwak van een overvliegende meeuw in mijn haar terechtkomt. “Maak je geen zorgen”, troost een ober mij. “Een vogel die op je hoofd kakt, brengt geluk.”