Rosemie Devoldere, GOK-en zorgcoördinator bij Rhizo Zorgkrachtschool, heeft samen met haar collega Wim Degroote drie jaar geleden al een opleiding gevolgd over het omgaan met sexting en het cyberpesten in zijn geheel. Daar kregen ze onthutsende cijfers gepresenteerd, die de ernst van het probleem schetsten. Toen had acht procent van de jongeren tussen 14 en 18 al een seksueel getinte foto van zichzelf verstuurd en 13 procent - ruim één op de acht dus - had een sextingfoto van een ander doorgestuurd of verspreid.
...

Rosemie Devoldere, GOK-en zorgcoördinator bij Rhizo Zorgkrachtschool, heeft samen met haar collega Wim Degroote drie jaar geleden al een opleiding gevolgd over het omgaan met sexting en het cyberpesten in zijn geheel. Daar kregen ze onthutsende cijfers gepresenteerd, die de ernst van het probleem schetsten. Toen had acht procent van de jongeren tussen 14 en 18 al een seksueel getinte foto van zichzelf verstuurd en 13 procent - ruim één op de acht dus - had een sextingfoto van een ander doorgestuurd of verspreid."Maar intussen is dat voor ons slechts een onderdeel van een groter probleem: sociale media. Want die sexting", zegt ze, "hoort nu blijkbaar gewoon bij de seksualiteit van veel tieners. Het is een fenomeen onder koppeltjes dat ze beelden van hun lichaam naar mekaar sturen. En wie zijn wij om daarover te oordelen? Dat is hun wereld. Maar natuurlijk, ze zijn piepjong, 14 of 15 jaar en denken dat ze de liefde van hun leven gevonden hebben. En opeens is het uit en worden de foto's die ze uit vrije wil bezorgd hebben, verspreid en gaan ze viraal. Daarom zeggen we altijd: zorg dat je gezicht en je omgeving niet herkenbaar is. Daar is nu trouwens een speciale app voor." Piet Clarysse, zorgbegeleider PTI, heeft die seksueel getinte pesterijen zien evolueren. "Ik heb het nog meegemaakt in het pre-internettijdperk dat de school opeens vol hing met kopietjes van een naakt meisje. Het werk van haar liefje met wie ze het net had uitgemaakt. Uit wraak had hij een foto van zijn ex in haar blootje verspreid. Dat was eigenlijk sexting avant la lettre. Voor dat meisje was dat een drama. Maar het probleem bleef wel binnen de eigen school. Nu worden foto's via het internet verspreid en is in twee minuten niet alleen de hele school op de hoogte, maar ook heel West-Vlaanderen en meer." "Het begint met onschuldige experimenten", zegt Rita Sandra, leerlingenbegeleidster eerste graad aan Spes Nostra Heule: "Jongeren die net van de lagere school komen zien vaak de ernst van de situatie niet in. Bij een recent incident bleek dat ze etiketjes maken, foto's van mensen die ze kennen, waar ze een al dan niet gepaste tekst onder zetten. Die sturen ze dan rond in een WhatsApp-groepje. Maar ze beseffen niet dat iemand dat etiketje kan opslaan en gebruiken op Facebook. Of ze verspreiden een pikante foto via Snapchat, waarop de beelden meteen weer verdwijnen, maar ze weten niet dat iemand een screenshot kan maken om datzelfde beeld op andere media te gooien. Eerstegraadskinderen zijn vaak trots dat ze zo'n foto ontvangen of dat ze schunnige praat kunnen verkopen." Frederik Tack, directeur van de eerste graad van Spes Nostra Heule, herinnert zich dat er vroeger ook plekjes waren waar je achter de struikjes iets kon zien wat niet gezien mocht worden. "Maar je kon de keuze maken of je ging kijken of niet. Nu wordt iedereen bestookt met berichten die ze al dan niet willen zien. En ja, ook ik sta vaak versteld van het taalgebruik dat gehanteerd wordt door die kleintjes. Ze hebben het over iemand die het 'graag in de poep' heeft en maken allerlei opmerkingen die je niet associeert met kinderen van die leeftijd." Bij zulke berichten gaat het natuurlijk om pesterijen. "Iemand pesten is eigenlijk iemand vernederen", aldus Frederik Tack. "En de manier bij uitstek om iemand te vernederen is die persoon in zijn of haar meest intieme zone te pakken. Vroeger werd veel vaker fysiek geweld gebruikt. Nu gebruiken ze de technologie om te zeggen: 'Ik ben hier de sterkste en ik zal het je eens laten voelen'." Rosemie Devoldere stelt vast dat de groepsdruk heel groot is. "Als je ze individueel spreekt, zijn het allemaal heel brave jongetjes, maar wanneer je ze op die fora bezig hoort, schrik je wel even. Sommigen doen het ook uit zelfbescherming. Wie geen schunnige of agressieve commentaar levert, is zelf een mogelijk mikpunt. Dus gaan ook zij die zelf niet oké vinden wat er allemaal gezegd worden, zulke commentaren spuien."Elke Vandekerckhove, directrice van Guldensporencollege Kaai, stelt vast dat achter een smartphone- of computerscherm van alles wordt ingetikt dat nooit in het gezicht gezegd zou worden. "Ook omdat jongeren dikwijls nog niet beseffen wat ze met hun woorden en beelden aanrichten. Daarom dat we voortdurend werken aan de bewustmaking van de gevaren van het internet en de sociale media. 'Respect' bijvoorbeeld is een campagne, die bij ons ieder jaar terugkeert. Zo krijgen de derdes het toneelstuk 'Sex Thing' van O'Kontreir te zien. Dat toont hoe sexting helemaal fout kan lopen. Meisjes die dit zien, zullen nog twee keer nadenken voor ze hun bloesje opendoen. Roel Beckers komt in februari met 'Respect for You', een toneelstuk waar er workshops aan verbonden zijn. En daar krijgen leerkrachten wel eens bepaalde zaken te horen die niet eerder bij ons zijn geraakt. We nodigen ook een paar keer per jaar de ouders uit voor speciale fora waar we bepaalde problematieken bespreken. In januari gaat het over 'De Grijze Zone van de Sociale Media'. Ze weten niet wat er allemaal op de sociale media gebeurt."Hoewel we aan iedere school te horen krijgen dat de drempel naar de zorg tegenwoordig heel erg laag is geworden en dat leerlingen vlot over hun problemen gaan praten met zorgbegeleiders en andere coaches, toch weten leraars en begeleiders dat er veel niet is geweten. Zo zijn er de klaschats of WhatsApp-groepjes, die eigenlijk worden opgezet om mekaar bij te staan met taken en informatie, maar die vaak gebruikt worden om leraren aan de schandpaal te nagelen of om elkaar te beschimpen. "Al die jongeren zijn nog op zoek naar hun identiteit", zegt Piet Clarysse. "Ze zijn nog niet in staat om hun eigen koers te varen. Erger nog dan belachelijk gemaakt te worden in de groep, is eruit gezet worden. Die pesterijen gaan soms heel ver, sommige jongeren worden psychisch helemaal gekraakt. En vaak zijn de slachtoffers bang om naar buiten te komen met wat er online gebeurt, omdat ze vrezen dat het probleem nog groter wordt als ze er ruchtbaarheid aan gaan geven. Vaak zijn de ouders de eersten die merken dat er iets aan de hand is. Hun kinderen willen niet meer naar school, ze hebben buikpijn of de resultaten zijn niet goed. En dan gaan ze eens kijken op hun computer of hun gsm en komt er van alles aan het licht."Geen wonder dan ook dat meer en meer jongeren in de put raken. "Het houdt ook niet op als de lessen erop zitten of als ze thuis zijn", zegt Rosemie Devoldere. "We zijn nog nooit met zoveel zelfmoordgedachten geconfronteerd als nu. Vroeger gingen jongelui eens zeggen 'ik zit niet goed in mijn vel' of 'het gaat niet'. Nu is het veel rapper van: 'Ik ga er een einde aan maken' of ' ik ga onder de trein springen.' We hebben daar ook aan moeten wennen, en we hebben ook geleerd dat dit hun taal is. Waarmee we niet zeggen dat je hun dreigementen niet serieus moet nemen. Maar ze gooien vlugger zulke extreme gedachten online, veel eerder dan ze in levende lijve zoiets zouden uitkramen. Zulke berichten worden meestal 's avonds laat gepost. En dan schieten er langs alle kanten weer anderen in actie. Waardoor er van slapen niet veel in huis komt. Het gebeurt dat leerkrachten 's nachts berichtjes krijgen omdat een medeleerling een verontrustend bericht heeft gepost."Nog erger wordt het als uit de hand gelopen situaties resulteren in bedreigingen online. Rosemie Devoldere zag er zo enkele passeren: "'Wacht maar tot je straks buiten komt uit school, we zullen klaar staan.' Of ze roepen op tot vechtpartijen waar tal van haantjes van overal op afkomen." Emilie Bousard, ook zorgbegeleider aan Rhizo Zorgkrachtschool, herinnert zich een voorval waar in enkele minuten tijd een oncontroleerbare groep voor de poorten samentroepte. "Precies een zwerm wilde beesten. De auto's konden niet meer passeren. Echt beangstigend."Als wat online gebeurt niet door de beugel kan, rekenen de scholen op de leerlingen. Hopen ze dat ze gaan praten. "En dat doen ze ook vaak, daar sta ik van versteld. Er zijn echt veel zorgende leerlingen. Doen ze dat niet, dan zijn ze medeplichtig en is er sprake van schuldig verzuim", maakt Elke Vandekerckhove duidelijk. De ouders worden meestal op de hoogte gesteld. "Natuurlijk," zegt Piet Clarysse, "de taak van de scholen is eigenlijk altijd supplementair aan wat de ouders doen." Al geeft Elke Vandekerckhove de leerlingen aan het Guldensporencollege liever de kans om zelf eerst thuis te vertellen wat er aan de hand is. Aan het PTI worden de ouders meteen verwittigd. "En ik raad de mensen ook altijd aan om zich burgerlijke partij te stellen bij de politie", zegt Piet Clarysse. "En velen doen dat ook. De politie heeft een speciale cel in de sociale dienst en kan ICT-matig van alles doen." Op alle scholen zijn enkele namen van agenten bekend die bij zulke gevallen meteen ingeschakeld kunnen worden. "Ze gaan heel discreet en meevoelend tewerk", bevestigt ook Rosemie Devolder. "Indien nodig kunnen ze gsm's uitlezen, zodat verwijderde beelden teruggevonden kunnen worden. En dat maken we ook duidelijk aan de leerlingen. Niets verdwijnt." En ook al zijn er in de regio af en toe zware gevallen van sexting en andere plagerijen die een juridisch staartje krijgen, meestal wordt er aan de scholen niet met sanctionering gewerkt. "We werken herstelgericht", zegt ook Frederik Tack. "Dat betekent de verschillende partijen aan het praten krijgen. In dialoog treden."Als er gevallen aan het licht komen van kwetsende foto's die worden doorgestuurd, roept Piet Clarysse ook al wie de foto's heeft ontvangen zonder dat gesignaleerd te hebben op het matje. "En samen met de daders maken we een tekst op, waarin ze zeggen: 'Ik heb een fout gemaakt' en vragen om de beelden niet door te sturen en ze te verwijderen. Dat is een vorm van burgerzin, dat ze het verschil kennen tussen goed en kwaad."