Auteur en columniste bij deze krant Doris Klausing pakt uit met een nieuw initiatief. Op zondag 3 november blaast ze met 'Sint-Hubrechtsbrood sie!' een aloud Oostends gebruik nieuw leven in. "Velen kennen de heilige onder zijn naam Sint-Hubertus - patroonheilige van de jagers - maar in Oostende wordt Sint-Hubrecht gezegd", opent Doris. "Ik hecht veel waarde aan de Oostendse geschiedenis en dan specifiek alles wat met de visserij te maken heeft. Toen Leopold II naar Oostende kwam, werden de visserij en de zogenaam...

Auteur en columniste bij deze krant Doris Klausing pakt uit met een nieuw initiatief. Op zondag 3 november blaast ze met 'Sint-Hubrechtsbrood sie!' een aloud Oostends gebruik nieuw leven in. "Velen kennen de heilige onder zijn naam Sint-Hubertus - patroonheilige van de jagers - maar in Oostende wordt Sint-Hubrecht gezegd", opent Doris. "Ik hecht veel waarde aan de Oostendse geschiedenis en dan specifiek alles wat met de visserij te maken heeft. Toen Leopold II naar Oostende kwam, werden de visserij en de zogenaamde beau monde gesplitst. Sindsdien zijn die oude verhalen in de vergetelheid geraakt. Als ik verhalen vertel van vroeger aan mijn kleinkinderen, merk ik dat ze vaak geen kennis meer hebben van die oude tradities", vertelt Doris. "Dat vind ik zo jammer. En als wij het niet meer vertellen, wie zal het na ons nog doen? Ik heb schrik dat deze verhalen en tradities verloren gaan", verklaart Doris haar initiatief.Doris herinnert zich zelf nog de traditie van het Sint-Hubrechtsbrood. "Ik woonde als kind in de Plantenstraat en de visvrouwen passeerden er met hun karren vol brood. Eind jaren vijftig is die traditie een stille dood gestorven. Op de buiten kennen mensen het gebruik van het brood nog. En ook hier in Oostende zijn er bepaalde bakkers, zoals bakker Devriendt in de Breidelstraat, die het nog verkopen. De vissersvrouwen die met hun karren door de stad trekken, dat is écht typisch Oostends. Ik heb het nagevraagd in Nieuwpoort en daar kennen ze het niet."In de visserij is er altijd al veel belang gehecht aan geloof en bijgeloof. Op feestdagen voeren de vissers niet uit. Op 1 november bleven ze dus sowieso thuis. "Wie op 2 november op zee ging, zou lijken opvissen volgens het bijgeloof...", glimlacht Doris. "Dat waren al twee dagen dat de vissers thuis bleven. De vrouwen hadden geen vis om te verkopen. Dus op 3 november vulden ze hun karren met brood. Die werden 's morgens gewijd in de kerk en dan gingen ze ermee leuren."Volgens de traditie moet je het brood op een nuchtere maag eten. Dan blijf je een heel jaar lang gespaard van hondsdolheid. "Omdat Sint-Hubertus ooit een man van hondsdolheid genas door hem een stuk gewijd brood te geven", weet Doris. Wie graag zo'n brood wil eten, moet op zondag 3 november in en rond de Kapucijnenkerk zijn. Om 10 uur worden de broden er gewijd en vanaf 10.30 uur trekt folkloregroep De Korre de Oostendse straten in met de karren. Om 10.40 uur vertelt Doris over het gebruik in het stadsmuseum en daarna brengen Giedo Vanhoecke en Patrick Gyselen visserijliederen. De opbrengst van de broden gaat naar KW Ibis.