Oost-Congo, we kennen de streek vooral van de burgeroorlog die er al vele jaren woedt, dus niet meteen als een regio waar je succesvol handel kan drijven. En toch. Dimitri Moreels is er al sinds 2003 actief. "Als je me vraagt hoe veilig het daar is, antwoord ik dat het er de laatste 15 jaar altijd even veilig is geweest (lachje). De rebellen vechten meestal onder elkaar en houden de bevolking er buiten. Je kan niet zeggen dat je gewoon wordt aan de situatie, maar je leert ermee omgaan."
...

Oost-Congo, we kennen de streek vooral van de burgeroorlog die er al vele jaren woedt, dus niet meteen als een regio waar je succesvol handel kan drijven. En toch. Dimitri Moreels is er al sinds 2003 actief. "Als je me vraagt hoe veilig het daar is, antwoord ik dat het er de laatste 15 jaar altijd even veilig is geweest (lachje). De rebellen vechten meestal onder elkaar en houden de bevolking er buiten. Je kan niet zeggen dat je gewoon wordt aan de situatie, maar je leert ermee omgaan.""Bepaalde zones zijn in bepaalde periodes wel ontoegankelijk", legt Dimitri uit. "Maar de rebellen blijven quasi nooit op dezelfde plaats. Na twee weken kan de boer meestal naar zijn veld terug. Het is geen front. Bij dreigend gevaar worden we tijdig gewaarschuwd via een veiligheidsnetwerk. We kunnen er perfect functioneren. In die 16 jaar was ik op geen enkel ogenblik in gevaar. Onze grootste vijand blijft de malariamug."Maar Oost-Congo is toch niet de eerste regio waar je aan denkt om te gaan ondernemen, toch? "Ik kwam er vooral toevallig terecht. Ik startte in 2003 als aan- en verkoper van medicinale planten in een ruimere regio. Congo, Tanzania, Kameroen, Kenia... Vanaf 2005 ging ik samenwerken met mijn belangrijkste leverancier in Oost-Congo. We kochten en exporteerden producten van lokale boeren, maar volgden die mensen ook op en boden hen vorming.""Bij de medicinale planten zit onder meer kinine, een bestanddeel van tonic en dus ook van gin-tonic (knipoogt), maar ook een geneesmiddel tegen malaria", weet Dimitri. "95 procent van de wereldproductie komt uit een boompje dat daar groeit. Later breidden we onze portefeuille uit met koffie en cacao. In 2015 stopte ik de samenwerking met mijn zakenpartner en richtte COPAK op, de Compagnie des Produits Agricoles du Kivu.""Wij beschikken over een plantage van 150 hectare, die als labo fungeert en waar 30 mensen werken. We testen er nieuwe culturen en variëteiten en biologische bestrijdingsmiddelen. Verder is er de fabriek in Beni, waar gemiddeld 300 mensen werken: 150 in het laag- en 540 in het hoogseizoen. En tot slot hebben we overeenkomsten met zo'n 10.000 boerenfamilies. Ze kweken voor ons koffie en cacao, in mindere mate nog medicinale planten, en chiazaad, een cultuur die wij er zelf op gang brachten om de boeren een inkomen te bieden tussen de koffie- en cacao-oogsten in. Koffie en cacao zijn nu de hoofdbrok, goed voor 3.000 van de 4.000 ton die wij jaarlijks exporteren. Wij hebben afnemers in de hele wereld, maar minder in Noord- en Zuid-Amerika. Ook de grote koffie- en chocolademerken zijn klant. De kans is groot dat je al van onze koffie of cacao proefde, maar meestal gaan onze producten op in blends of mengelingen", stelt Moreels."Als ondernemer hebben wij de morele plicht om meer te doen dan enkel zakelijke relaties onderhouden met onze boeren", vindt Dimitri. "Agro-business in Oost-Congo kan alleen als we de boeren ondersteunen. Daarom brachten wij de kweek van chiazaad op gang. Daarom ook richtten wij vorig jaar een eigen mutualiteit op, die de ziektekosten voor onze boeren op zich neemt. Die manier van werken heeft ook zijn return. Het bindt boeren aan ons en motiveert hen om nog beter te produceren. Dat is geven en nemen.""Ook vanuit die morele verantwoordelijkheid beginnen we binnenkort een chocoladefabriekje, waar geproduceerd zal worden voor de lokale en internationale markt. Een partner hierbij is de bekende Brugse chocolatier Dominique Persoone. Je moet weten, de lokale bevolking drinkt geen koffie, of het is ingevoerde oploskoffie, en eet geen chocolade. Ze hebben er geen flauw idee van wat er met hun producten gebeurt. Wij willen daar verandering in brengen en een lokale meerwaarde creëren. Er gaan nu wat lokale koffiebranders aan de slag", vertelt Dimitri. "Wij willen ook de lokale chocoladeproductie een duwtje in de rug geven. In februari is Dominique hier voor het eerst geweest, momenteel werken we het fabriekje af en eind dit jaar zijn we operationeel. In april hopen we onze chocolade te kunnen lanceren.""Ik geloof in ontwikkeling door economie", zegt Dimitri. "Geen slecht woord over ontwikkelingshulp. In dringende probleemsituaties is die zeker nodig. Maar als een land twintig jaar in de urgentieprogramma's blijft steken, is er wel een probleem. We moeten helpen via kennis en expertise, maar de lokale bevolking kan zichzelf perfect ontwikkelen. Als er maar economische activiteit is. Daarom ook kochten wij, samen met het Virunga National Parc en Emmanuel de Mérode gronden naast een elektriciteitscentrale om er een industriezone te ontwikkelen. Wij bieden er ruimte, veiligheid, gegarandeerd elektriciteit en interessante voorwaarden.""In Oost-Congo heeft 90 procent van de bevolking geen elektriciteit, meer dan 90 procent is werkloos. Ze hebben niets. Het is niet moeilijk hen te overtuigen criminele daden te plegen. Bij mensen die iets te verliezen hebben, is dat veel moeilijker. Sommige mensen die nu voor ons werken of aan ons leveren, zaten vroeger in een rebellengroepering. Wij weten dat wel, informeel natuurlijk. Ze komen ons dat zelf niet zeggen. Als ze goed werk leveren, doet dat er ook niet toe. De 10.000 mensen die wij een job geven, halen we weg uit de criminele activiteit. Ik wil me niet voordoen als een altruïst, maar het is leuk te merken dat wat je graag doet ook goed is voor anderen. Een mama die koffie bij ons trieert, dankte mij eens. Ze zei: 'Sinds ik hier werk, kunnen de kinderen weer naar school.' Dat is perfect. Daarvoor doe je het", vindt Dimitri Moreels. "Met kleine dingen kan je een grote impact hebben. En de dankbaarheid is heel groot."Dimitri Moreels is afwisselend drie tot vier weken in Oost-Congo en vijf tot zes weken in Oostende. "Ik vertrek enorm graag, maar kom even graag terug", legt hij uit. "Ik zou er niet willen wonen, maar wil er ook niet weg. De regio is niet optimaal om er met mijn twee kinderen van 13 en 11 te wonen. Hun mama zou dat ook niet aanvaarden. Ik ben verliefd op de streek, maar ga die niet verheerlijken. Als ik daar ben, word ik ondergedompeld in het operationele. Maar terug hier bekijk ik de zaken meer van op afstand. Ook hier werk ik voor COPAK. Met de moderne communicatiemiddelen lukt dat perfect. Die totaal andere kijk vind ik juist een voordeel. En de roep van de zee is te groot", besluit Moreels.