De bal ging aan het rollen toen de Bruggeling nietsvermoedend op de website MyHeritage op zoek ging naar zijn voorouders. Uit de internationale DNA-databank bleek hij echter een halfbroer te hebben. Die halfbroer wist te vertellen dat zijn biologische vader een spermadonor was in hetzelfde Brugse ziekenhuis waar hij indertijd was verwekt. Ondertussen dook via dezelfde weg ook een halfzus op.

De ouders van de Bruggeling trokken in 1982 naar een arts toen een spontane zwangerschap uitbleef. Er werd afgesproken om de vrouw te insemineren met zaad van haar eigen echtgenoot. In 1983 beviel de vrouw van een zoon. Het koppel ging er altijd van uit dat ze allebei de biologische ouders waren van hun zoon.

De burgerlijke procedure voor de Brugse rechtbank werd dinsdagochtend ingeleid. "Het is voor het eerst in België dat een donorkind naar de rechter stapt om een onrecht niet alleen aan te kaarten maar ook om verantwoordelijkheid af te dwingen van diegenen die voor heel wat verdriet, onrust en schade zorgden", aldus Steph Raeymaekers van Donorkinderen vzw. De dertiger had bijvoorbeeld graag zijn echte vader opgezocht, maar de man was ondertussen al overleden.

Onduidelijkheden

Volgens de betrokken arts is er van een fout absoluut geen sprake. "Wij contesteren de beweringen op feitelijk vlak, maar ook op juridisch vlak", aldus zijn advocaat Rudi Vermeiren. De raadsman van de arts vraagt ook om de sereniteit in het dossier te bewaren. "Die persoon is zelf ook heel sereen en integer, we hebben respect voor het feit dat hij een vordering stelt."

Sowieso blijft het onduidelijk hoe het is kunnen mislopen. Het kan om een onbewuste vergissing in het ziekenhuis gaan, maar volgens de advocaat van de Bruggeling kan het zeker ook bewust gebeurd zijn. "Het was in die tijd een courante praktijk om een cocktail te maken met sperma van de vader en van een goede donor, om de kansen op succes te vergroten", aldus meester Philippe Strubbe.

Op de zitting van dinsdagochtend werden op vraag van beide partijen uitgebreide conclusietermijnen bepaald. De advocaten krijgen tot eind 2020 de tijd om hun standpunten op papier te zetten. De zaak zal dus pas in het voorjaar van 2021 gepleit worden.

(BELGA)