Nathalie Colpaert is uit Gent afkomstig, maar woont sinds enkele maanden in Raversijde. Al sinds haar kindertijd is ze weg van schelpjes. "Met mijn ouders ging ik altijd een maand op vakantie naar zee", vertelt ze. "Ik verzamelde schelpen, zocht informatie op en hield die bij in mijn schelpenboekjes. Ik kocht zelfs schelpen met mijn spaargeld. Maar mijn moeder moet achter mijn rug heel wat gevonden schelpen hebben weggegooid (lacht). Als mama en papa de auto laadden om terug naar huis te rijden, liep ik weg om toch maar aan zee te kunnen blijven. Na een tijdje kwam ik terug in de hoop dat mijn ouders zonder mij vertrokken waren, maar natuurlijk was dat niet het geval."
...

Nathalie Colpaert is uit Gent afkomstig, maar woont sinds enkele maanden in Raversijde. Al sinds haar kindertijd is ze weg van schelpjes. "Met mijn ouders ging ik altijd een maand op vakantie naar zee", vertelt ze. "Ik verzamelde schelpen, zocht informatie op en hield die bij in mijn schelpenboekjes. Ik kocht zelfs schelpen met mijn spaargeld. Maar mijn moeder moet achter mijn rug heel wat gevonden schelpen hebben weggegooid (lacht). Als mama en papa de auto laadden om terug naar huis te rijden, liep ik weg om toch maar aan zee te kunnen blijven. Na een tijdje kwam ik terug in de hoop dat mijn ouders zonder mij vertrokken waren, maar natuurlijk was dat niet het geval.""Ik ben industrieel ingenieur, maar werkte acht jaar als moleculair bioloog bij de Gentse professor Marc Van Montagu. Later ging ik aan kankeronderzoek doen in Gent en Leuven. Ik heb dus ook een wetenschappelijke achtergrond. De liefde voor de zee bleef kriebelen en voor mijn opleiding fotografie aan de avondschool koos ik in 2016 als onderwerp voor een reportage de plasticvervuiling van de Noordzee. Ik kwam in contact met marien bioloog Francis Kerckhof en door hem ging ik ook foto's maken van het ringen van meeuwen. Dat doet het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) om de vogels te kunnen volgen", gaat Nathalie verder."Al heel snel vertoefde ik meer aan zee dan thuis in Gent. Ik ben toch alleen", vertelt Nathalie. "Ik kan maar beter aan zee komen wonen, dacht ik eerst lachend, maar het idee liet me niet meer los en ik heb mijn buikgevoel gevolgd: ik ging het meest naar de stranden van de Oosteroever en Raversijde. In september deed ik een eerste bod op mijn huis in Raversijde en intussen woon ik hier. Ik ben nu op zoek naar een deeltijdse job, want intussen ben ik meerdere keren per week op het strand te vinden. Ik wil mijn werk blijven combineren met mijn zoektochten langs de waterlijn.""Sinds 2017 ga ik als SeaWatcher voor het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) vier keer per jaar op onderzoek op een stuk strand in Westende. Verder ben ik een halve dag per week vrijwilliger bij het vogelopvangcentrum en maandelijks kom ik samen met de strandwerkgroep van professionele en amateur-mariene biologen. Ik werk nu zelf mee aan en het aflezen van de meeuwenringen en ben BBS'er. Elke maand ga ik op beach bird survey. We zoeken dode zeevogels op het strand die we meenemen voor verder onderzoek. Van meeuwen en aalscholvers noteren we elke vondst en maken we foto's", legt Nathalie uit."Als kind ben je gefascineerd door de vormen en kleuren en wil je perfecte schelpjes vinden, nu ben ik meer geïnteresseerd in wat er aan de schelpen groeit", legt Nathalie uit. "Daar kan je uit leren waar de schelpen vandaan komen. In België heb je geen enkel natuurlijk strand. De meeste schelpen die aanspoelen, komen uit het zand dat opgespoten wordt. Dat spoelt weg en spoelt later weer aan. Dat zand komt van de zandbanken voor de kust en bevat heel wat fossiel materiaal, schelpen die in de Noordzee niet meer levend voorkomen. Pas na enkele dagen noordwestenwind bieden de aangespoelde schelpen op het strand echt een beeld van wat leeft in zee. Ik hoop dan ook op noordwestenwind in de aanloop naar zaterdag.""Meestal hebben we hier zuid-zuidwestenwind en drijven de interessante stukken onze kust voorbij. In Nederland en Engeland spoelt veel meer aan. Maar na enkele dagen noordwestenwind haasten wij strandjutters ons naar het strand. Twee weken geleden vond ik zo een Portugees oorlogsschip, een zeldzame kwalachtige die in 1912 voor het laatst aan onze kust werd gezien. Half februari vond ik een entada of zeehart, een drijvend zaad uit het Amazonegebied. Zoiets werd begin jaren tachtig voor het laatst aan onze kust gevonden. Het zou ook een monostachia kunnen zijn, een andere plant van over de oceaan. Maar ook dan is het een interessante vondst.""Ik vond ook al andere leuke zaken zoals een fles met daarin een briefje waarin een Duits kindje afscheid nam van zijn tuutje. Het adres was niet meer leesbaar, anders had ik het teruggestuurd. Ik vond ook eens een schoen met daarop eendenmosselen, een kreeftachtige soort. In maart 2018 vielen voor de kust van North Carolina containers in zee bij een zware storm, onder meer met Nike-schoenen. Nike heeft het nooit willen toegeven, maar sindsdien spoelen overal ter wereld Nike-schoenen aan. Vermoedelijk heb ik dus ook een exemplaar gevonden. Ik weet ook een plek aan onze kust waar haaientanden aanspoelen. Ik heb er eentje van 4,5 cm groot. Waar dat is? Dat ga ik je niet verklappen!"