Delphine Lecompte: “Je hoeft toch niet jong en aantrekkelijk te zijn voor een boeiend seksleven?”

Frank Buyse

Wat weet u over Delphine Lecompte (42), vanaf maandag strijdend in de ultieme finaleweek voor de titel van Slimste Mens ter Wereld? Dichteres? Brugge? Raar…? Na dit interview in elk geval meer dan vijf trefwoorden. “Het mooiste, juiste, eerlijkste en geestigste portret ooit aan mij gewijd! Alles klopt: rauw maar vol genade”, zegt ze er zelf over. Kennismaking met in elk geval al de baldadigste dichteres ter wereld.

Nog tijdens haar eerste deelname aan De Slimste Mens ter Wereld stoven zo’n 45.000 kijkers naar Wikipedia: Wie is Delphine Lecompte? En op YouTube gingen de filmpjes van de performances van de dichteres, die in tien jaar nauwelijks 4.000 keer werden bekeken, op een paar dagen naar zo’n 21.000.

En na zowaar zes keer De Slimste Mens te hebben overleefd, werd de 42-jarige dichteres Delphine Lecompte overal in de Brugse binnenstad herkend en gekoesterd. “Wat een schátje”, klinkt het op de sociale media. De impact van de populaire televisiequiz, die meer dan een miljoen en in de finaleweek zelfs anderhalf miljoen kijkers aan het scherm gekluisterd houdt.

Ze was gewaarschuwd, maar dát had Lecompte niet verwacht, na tien jaar in de schaduw van haar kleine literaire wereldje te hebben vertoefd. En na een leven in veel donkere gekrochten te hebben gesukkeld: haar opleiding vertaler-tolk Frans-Russisch nooit afgemaakt, dankzij een paar jobs in een supermarkt en rustoord kunnen overleven, in de psychiatrie gezeten, de drankduivel, anorexia, demonen in het hoofd…

Duiveluitdrijving

Haar poëziecarrière startte pas echt in 2010, toen ze met haar eerste Nederlandstalige dichtbundel De Dieren in Mij meteen de Cees Buddingh-prijs won en haar geheel eigen stijl snel ingang vond in het kleine literaire wereldje der Lage Landen: baldadige, rauwe gedichten die vaak ook weer heel grappig waren.

De duiveluitdrijving van een vrouw met een talent voor zelfkwelling , omschrijft ze zelf. Tom Lanoye noemt haar fenomenaal, Herman Brusselmans vindt haar columns in Humo pareltjes. Sommigen noemen haar niet voor niets de vrouwelijke Brusselmans – en niet alleen omdat zij in haar teksten evenveel pijpt als Brusselmans in de zijne achterwaarts in de poes naait..

We kennen elkaar, van een paar lezingen waarmee Delphine eerst mijn vrouw en dan al mijn vrienden inpakte. Maar nóg een interview? Ze mailde: Lieve Frank, ik wil geen BV worden… horror! En: Ik kots stilaan van mijn eigen stem. Om de volgende dag te mailen, ik hoorde zo haar schuchter stemmetje: Vergeef me mijn chagrijn, kom maar. Maar gaan we het aub meer over poëzie hebben dan over mijzelf?

Je deed me denken aan Astrid Stockman. Die hoopte dat ze via De Slimste Mens het brede publiek warm kon maken voor opera en klassieke muziek. Zo zou Erik Van Looy je na een performance op Theater Aan Zee ook hebben kunnen overhalen: ‘Je verdient een bredere arena!’

“Ja, heel lief van hem. Alleen spreekt niemand momenteel over mijn poëzie en ziet men bij blijkbaar meer als een fenomeen en een rariteitenkabinet. ( lacht ) Ik heb al eens geïnformeerd bij mijn uitgeverij De Bezige Bij: er zijn nog niet meteen meer bundels van Delphine Lecompte verkocht, hoor. Maar ik word plots wel immens veel geboekt voor voordrachten en voor mijn voorstellingen met muzikant Mauro. Ik zit omzeggens al vol tot 2022!”

Maandag begin je aan de tweede en laatste finaleweek. Eerste tegenstanders: Catherine Van Eylen en Riadh Bahri. Als je doorgaat, moet je dan ook nog voorbij Conner Rousseau, Liesbeth Van Impe en ‘superwoman’ Ella Leyers.

“Een finale met drie vrouwen, dat zou heel tof zijn. Catherine is heel sterk, Riadh kan ik misschien wel kloppen. Aanvankelijk dacht ik: ik moet mij toch niet bewijzen als goeie kwisser? Maar nu merk ik toch een licht competitieve drang. Nu ook weer niet dat ik in huilen zou uitbarsten als ik er snel zou uit liggen, maar ik zou wel teleurgesteld zijn. Ik wil in elk geval graag Ella terugzien, we zaten tenslotte zes keer naast elkaar. Ik kreeg laatst nog een lief kaartje van haar. Met een fotootje van mij achter de schermen. Kijk… redelijk glamoureus, hé. Maar met een tweede plaats na Ella Leyers zou ik tevreden zijn. Met een derde ook nog.”

(lees verder onder de foto)

Delphine Lecomte: “Er zit een melancholie in mij die wel voorbij gaat, maar die nooit echt helemaal weg is.”©Kris Van exel Kris Van Exel
Delphine Lecomte: “Er zit een melancholie in mij die wel voorbij gaat, maar die nooit echt helemaal weg is.”©Kris Van exel Kris Van Exel

En dus ben je nu naarstig aan het blokken?

“Maar neen! Na die zes deelnames zegden al mijn vrienden: ‘en nu ga je toch hard blokken?’ Een verbeten kwisser wilde meteen zijn hele archief brengen. Ik zei: neen… neen, het is een afgesloten hoofdstuk! Ik wilde terugkeren naar wat meer diepgang, naar de poëzie.”

Dat je zoveel trivia weet, mag dat verbazend zijn voor een dichteres die veelal in haar eigen, diepzinnige wereld zit?

“Ik ben een heel fanatieke televisiekijker. Ook trash-tv . Maar je moet ook veel geluk hebben met de vragen natuurlijk. Als je geluk hebt met je fotoreeks, tien keer juist, geeft dat meteen een boost. De puzzel kraken, vind ik het leukst. Maar aanvankelijk vroeg ik het mij wel af: als je de antwoorden weet op zoveel triviale showbizz-vragen, maak je dan wel een goeie beurt als dichter? Wat heb ik nu weer gedaan…? Maar toen werd ik toch milder met mezelf: het is toch geen plat programma? (gniffelt ) Maar om letterzetter te worden bij het Rad van Fortuin moeten ze mij toch niet vragen.”

Dat is beledigend voor een dichteres.

“Stefaan Degand heeft het wel gedaan. Maar die heeft dat op zo’n danige baldadige, ontregelende manier gedaan dat het fantastisch was. Maar dat kan ik niet, zo ben ik niet.”

Zes afleveringen overleefd, dat wekt sympathie. Maar er moet meer aan de hand zijn waardoor iedereen Delphine Lecomte – schriel, kwetsbaar en verlegen maar dan plots weer vuilgebekt en grappig – zo leuk vindt.

“Het is de combinatie van die twee, denk ik. En het contrast met Ella Leyers, opgegroeid in de showbizz en heel zelfzeker. Dan zit ik daar, geen televisie-ervaring maar open en eerlijk, ook over mijn wonden, mijn promiscuïteit, mijn verleden… En vooral naar de grond kijkend. Dat is geen pose, trouwens. En dat ik soms plots iets heel ontregelends kan zeggen dat grappig is, werkt ook wel.”

Streelt die plotse bekendheid en populariteit jouw ijdelheid?

“Het is niet triomfantelijk. ( denkt na ) Het is meer van oef , ik ben toch niet zo’n paria. ( op dreef ) En er zit toch een Lecompte-gen in mij ( haar grootvader was dokter Herman Lecompte, bekend voor uitspraken als “ik word 1.000 jaar”, red. ): aandacht… aandacht…! Terwijl er ook nog steeds momenten zijn waar ik denk: ik blaas alles op… ik word kluizenaar! Er steekt dan zelfs een degout voor de hele mensheid op. Je verkoopt jezelf! Je bent corrupt! Blijf thuis!

Let maar op, BV. Als je wint, sta je op de cover van Dag Allemaal! Horror!

( kreunt ) “Terwijl ik toch een zeker mysterie wil bewaren. Al doet Herman Brusselmans ook van alles en blijft hij toch zichzelf. Maar ik kan toch nog altijd niet kijken naar mezelf op televisie, hoor.”

Dat ook je optredens op poëzie-events zo succesvol zijn, geeft aan dat je op jouw manier een performer bent.

“Het is toch mijn habitat niet. Ik ben geen Tom Lanoye, die zoveel theatraler is. Ik ben daar veel te verlegen voor. Het liefst zou ik thuis blijven. Maar eenmaal ik op zo’n avond ben en ik merk dat een optreden gewaardeerd wordt, doet het toch deugd.”

Je zei ook al dat zoveel applaus gevaarlijk kan zijn. Daarmee bedoel je: ik moet uitkijken dat ik niet te veel Delphine Lecompte spéél?

“Dat ik mezelf blijf. In mijn voordrachten sluipen ook wel eens trucjes, na tien jaar weet ik wel wat werkt. En als ik merk dat ik wel veel dezelfde grapjes maak, voel ik mij toch een beetje een behaagzuchtig circusdier. Maar het valt wel mee. Mijn moeder, die altijd in de zaal zat, zei toch na elke opname: je bent de Delphine gebleven die ik ken.”

En zo leert een publiek van meer dan een miljoen televisiekijkers je ook kennen. Dat moet wat doen met een mens die van zelfverachting een deugd maakt.

“Ja. Al vind ik mezelf nog steeds soms verwerpelijk. Het is niet zo dat ik door De Slimste Mens plots grote liefde voor mezelf voel. Maar wat veel deugd doet: ik heb veel mensen kunnen tonen dat kwetsbaarheid ok is en niet moet gemaskeerd worden. Dat wonden kunnen worden omgebogen tot een soort wapens. Ik krijg nu ook veel mails van gekwetste mensen die mij raad vragen en dan probeer ik die mensen te helpen.”

Je wordt de Moeder Teresa van ‘s lands verschoppelingen?

( lacht ) “Een beetje wel.”

Je maakt ook deel uit van Dichters van Wacht, een soort hulplijn voor radeloze mensen.

“Dat was rond mei en juni, nog vol in de periode van mijn drankmisbruik. Ik zat zelf slecht in mijn vel. Daarom was ik er wellicht niet zo goed in.”

(lees verder onder de foto)

 ©Kris Van exel Kris Van Exel
©Kris Van exel Kris Van Exel

Maar dankzij De Slimste Mens sprankel je nu van levensvreugde?

“Blijkbaar. Ik was laatst met mijn moeder op wandel in het park en werd een paar keer aangesproken. Ik maak dan alle tijd om even met die mensen te babbelen. Mijn moeder zei achteraf: je maakte die mensen echt blij.”

Plots is die donkere dichteres van in dat armzalige huurhuisje het zonnetje van de buurt?!

( schatert ) “Terwijl ik juist ben beginnen dichten vanuit de romantische gedachte van een gekwelde dichteres met demonen op een kelderkamerke.”

En wil je nu als veelgevraagde en bekende dichter jouw leven professioneel beter uitbouwen? Met een manager bijvoorbeeld, voor alle financiële zaken?

“Ik begin al te panikeren: oeioei, te veel inkomsten… Bij mijn laatste belastingbrief zat ik in de psychiatrie, daar kon ik al helemaal niet mee weg. En hoe meer je verdient, hoe meer zorgen. En, nog een probleem, wat doe ik met dat geld? Ik heb geen dure hobby’s of kleren.”

Je had het net over jouw drankmisbruik. Nu moeten we het tóch hebben over jouw demonen, wonden en zonden. Dat zijn heftige verhalen.

“Ik ben al een beetje te open en eerlijk geweest, vrees ik. Vroeger maakte dat niet zoveel uit, niemand las toch die interviews. Nu wordt alles uitgeplozen.”

De opnames in de psychiatrie waren veelal een gevolg van jouw drankzucht, die gepaard ging met agressie. Ramen inslaan met een verkeerspaaltje, onder meer. Niet te geloven, van dat geestige, verlegen mensje in de stoel van De Slimste Mens.

“Over mijn alcoholverslaving ben ik bewust openhartig. Omdat ik hoop dat ik er mensen mee kan helpen. Al ben ik er nog maar zes maanden van af. Het was hoognodig… Beven, met de ambulance naar de spoed, naar de psychiatrie, meer dan 4 promille alcohol in het bloed… Dat is bijna dood.”

Maar intussen zijn jouw anorexia door het zorgvuldig letten op het aantal calorieën dat je inneemt en jouw drankzucht onder controle?

“Gelukkig wel. Ik voél me ook veel en veel beter.”

Maar jouw promiscuïteit en sekshonger blijven sensationeel? Na 17 jaar samen geweest te zijn met jouw ‘oude kruisboogschutter’ van 88 jaar, ruilde je Omer, die nog steeds voor je zorgt en je overal naartoe brengt, in voor Frank, de ‘voormalige vrachtwagenchauffeur’. Hij is ‘slechts’ 20 jaar ouder en je sekst er gulzig mee… en beschrijft dat uitvoerig. Niet te geloven, van dat geestige, verlegen mensje in De Slimste Mens.

“De mensen denken dat alleen jonge, aantrekkelijke mensen een boeiend seksleven hebben. Onzin natuurlijk ( lacht ). Ik krijg ook veel reacties op wat ik allemaal schrijf in Humo. Ik hou van je columns, maar kan het niet wat zachter? Het is sterker dan mezelf. De tekst gaat voor, in mijn literatuur ben ik genadeloos. In de kunst mag je geen rekening houden met de gevoeligheden van mensen.”

En nog steeds zorgt Omer voor jou.

“Hij verlegt almaar zijn grenzen van het toelaatbare.”

Je was tien jaar geleden nog als onbekende dichteres stadsdichter van Damme. Maar je liet in duidelijke taal al snel weten aan Joachim Coens, toen schepen van Cultuur en nu voorzitter van CD&V, dat je het aftrapte: “Ik moest enkel het obligatoire gedicht schrijven met aandacht voor Tijl Uilenspiegel omdat Tijl nog steeds de belangrijkste bron van inkomsten is voor dat kneuterige incestueuze gehucht waar pannenkoekverslaafde parvenu’s de plak zwaaien en waar de schepensjerp wordt overgedragen van vader op zoon en kortgerokte dilettanten op handen worden gedragen . Zou je nu nog hetzelfde doen?

“Zeer zeker. Als ze mij te veel dingen laten doen die ik niet wil, word ik opstandig. Dan verkramp ik of word ik woedend. Zo ben ik. Jaja, dat lieve, makke meisje kan zonder enige waarschuwing plots in het andere uiterste schieten.”

Sta je nog steeds elke ochtend om 4 uur op om meteen te schrijven?

“Mijn dagelijks gevecht tegen luiheid.”

(lees verder onder de foto)

 ©Kris Van exel Kris Van Exel
©Kris Van exel Kris Van Exel

Humo betaalt goed en de opdrachten stromen binnen: straks kan je je wat luiheid permitteren.

“Neen! Dat zal West-Vlaams zijn: niet op je lauweren rusten! ( lacht ) En er is ook de drang om te schrijven. Zodra ik andere dichters lees, komt die liefde voor poëzie en taal weer boven. Bij momenten schrijf ik bijna op automatische piloot, daar moet ik voor uitkijken.”

Je noemt zelf je werk ‘kwade, overdadige gedichten’. Maar lukt het nog, als je zo zonnig bent?

“Geen vrees. Gisteren was ik nog heel misantropisch en zwartgallig. Er zit toch een melancholie in mij die dan wel voorbij gaat, maar die nooit echt helemaal weg is. Al zou ik graag wat frivoler en luchtiger zijn, af en toe.”

Ik vind je videoclip met de Nederlandse muzikant en componist Tom America ‘Daar gaat mijn vriend’ ontroerend licht en mooi. Teder, bijna on-Lecompte.

“Dank u. Mijn moeder is daar ook zo zot van.”

Een Florence Nightingale in het harnas van Jeanne d’Arc, las ik al.

( verlegen lachje )

Bedankt Delphine. Overigens, vergeet niet: het is op 12 december De Dag van de Vrachtwagenchauffeur!

( schatert ) “Hohoho…!”


Wie is Delphine Lecompte?

Dichteres Delphine Lecompte, kleindochter van dokter Herman Lecompte, is geboren in Gent (22 januari 1978) maar woont in Brugge. Ze schreef aanvankelijk Engelstalige proza, maar won met haar poëziedebuut ‘De Dieren in mij’ in 2010 meteen de Cees Buddingh-prijs, waarop ze verder bleef dichten in het Nederlands. Ze werd met bundels als Western (2017) en Vrolijke Verwoesting (2019) en met haar aparte performances op poëzie-evenementen steeds bekender. Door haar succesvolle deelname aan De Slimste Mens ter Wereld leert nu ook het grote publiek haar kennen.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.