De geur van verse tomatensoep vult de gangen van woonzorgcentrum Amphora. Buiten is het bakken geblazen, binnen is het lekker koel. Cecile Vancauwenberghe en Paula Constant zitten samen aan tafel in de hoek van afdeling Heereveldt, in hun bubbel. Straks smullen ze van een vispannetje. Vanop de tweede verdieping kijken ze uit op de kerk van Wingene, waar ze allebei zijn geboren en getogen. 87 en 91 jaar zijn ze intussen, en ze verblijven respectievelijk 14 en 18 maanden in het Wingense woonzorgcentrum.
...

De geur van verse tomatensoep vult de gangen van woonzorgcentrum Amphora. Buiten is het bakken geblazen, binnen is het lekker koel. Cecile Vancauwenberghe en Paula Constant zitten samen aan tafel in de hoek van afdeling Heereveldt, in hun bubbel. Straks smullen ze van een vispannetje. Vanop de tweede verdieping kijken ze uit op de kerk van Wingene, waar ze allebei zijn geboren en getogen. 87 en 91 jaar zijn ze intussen, en ze verblijven respectievelijk 14 en 18 maanden in het Wingense woonzorgcentrum. "Och jongske, we zijn blij dat we hier opnieuw samen kunnen zitten", glimlacht Cecile voorzichtig. "Ja, 't was lastig. En het is nog altijd lastig. Vroeger, voor heel die corona, mochten we gaan en staan waar we wilden, maar alles is sindsdien veranderd." "Hoe meer je eraan denkt, hoe moeilijker het is. Zeker toen we op de kamer moesten blijven", pikt Paula in. "De ene dag is de andere niet, maar het gemis weegt. Contact met buiten? Ne keer bellen. Of hier beneden, aan het raam, staan zwaaien." "Maar dat is toch hetzelfde niet, hé Paula." "Ah nint é, nint."Amphora, waar zo'n 150 senioren thuis zijn, was een van de eerste woonzorgcentra in Vlaanderen die getroffen werden door het coronavirus. Directeur Hans De Clerck: "We liepen achter de feiten aan. 13 van de 15 bewoners van één afdeling bleken besmet, zonder ook maar één hoestje of wat koorts. Een dieptepunt in mijn carrière. Je voelt de grond onder je voeten wegzakken." Uiteindelijk zullen er 40 bewoners positief testen, negen onder hen bezwijken aan het virus. We zijn een kleine vijf maanden verder en behoudens twee positieve testen blijft Amphora gespaard van het virus. Nu loert er een heel ander gevaar om de hoek: eenzaamheid, verdriet en een hoge druk op de mentale gezondheid. "Het is een broos evenwicht: enerzijds de veiligheid zo goed mogelijk bewaken, anderzijds de levenskwaliteit die erg gelinkt is aan menselijk contact, garanderen", zegt directeur Hans. "Voor de ene familie is het belangrijkste dat het hier 100 procent veilig is, de andere familie zegt dan: Nog liever covid-19 opnieuw doormaken, dan dat ik mijn moeder of vader nu niet kan vastpakken. Dat is een bijzonder lastige oefening."Vrijheid en vertrouwen maakten plaats voor controle, een woord dat directeur Hans liever nooit had willen gebruiken. "Ik haat het, echt waar. Alleen kunnen we op dit moment niet anders. Er is niemand die terug wil naar de situatie van maart of april, toen bewoners niet uit hun kamer mochten. Maar nu als partner hier op bezoek komen en je vrouw niet mogen aanraken, dat is ook lastig. Als dochter in deze zomerse periode niet even elders kunnen wandelen met je moeder of vader, dat doet pijn. Ik zou het zo graag anders zien, maar het kan niet. Elke buitenstaander is een potentieel gevaar. En dat betekent dat we, spijtig genoeg, niet langer het open huis kunnen zijn dat we vroeger waren."Voor corona toesloeg, was de cafetaria een van de best draaiende cafés van Wingene. Vandaag kan je enkel langskomen, beneden in de cafetaria, op afspraak, draagt iedereen een mondmasker en praat je van achter plexiglas. Rosa Derycker (66) is een van de drie dochters van Yvonne Sap (bijna 86), een van de bewoonsters van afdeling De Wulfhoek. "Het is raar, hé. Zo moeten babbelen met je moeder of je mémé", glimlacht Rosa, terwijl op de achtergrond kleindochter en -zoontje een gesprek proberen aan te knopen met hun ietwat hardhorige overgrootmoeder. "Het is niet gemakkelijk, want je kan elkaar amper horen. Dat mondmasker gaat soms vrij snel naar beneden... Je voelt dat veel mensen lijden onder de coronamaatregelen, je ziet het ook aan hen. Sommigen zijn erg veranderd: het enthousiasme is minder, de glimlach vaak wat kleiner en de nood aan een extra babbeltje is groter. Het is slechter dan in de oorlog, heb ik al vaak gehoord van de bewoners. Dat klinkt hard, maar ik kan me daar wel iets bij voorstellen."De 43-jarige Tatjana Desmet werkt al haar hele carrière voor het Wingense woonzorgcentrum. Zij is coördinator woonzorg van Rysberghe-Lavoorde, afdelingshoofd zeg maar. Op die afdeling wonen vooral ouderen met dementie. "De periode dat de mensen op hun kamer moesten blijven, was heel erg voor hen. Al blijft de impact ook nu groot. Velen brengen hun gevoelens ook onder woorden. Dat het lastig is, dat ze hun familie missen, dat ze het zo somber inzien. De hele situatie weegt zwaar op de gemoedstoestand, dat is zeker. Op sommige dagen kan je het verdriet en het gemis op de gang voelen. Dat doet ook ons pijn."Dat mensen met dementie niet altijd even goed begrijpen en onthouden waarom de maatregelen nodig zijn, maakt de situatie extra zwaar. "Elke dag moet je de situatie opnieuw uitleggen en elke keer is dat voor hen een nieuwe teleurstelling", zegt Tatjana. "Het is voor velen heel moeilijk om te plaatsen. Er is begrip, zeker wel, maar de situatie blijft maar aanslepen, hé. Bij sommigen treedt ook een zekere moeheid op en dan gaan ze soms tegen ons in. Normaal ben je als zorgkundige zo bezig met wat de bewoner wil, hoe we het hem of haar zo aangenaam mogelijk kunnen maken. Die aanpak hebben we een beetje moeten verlaten omdat we meer dan ooit rekening moeten houden met het collectieve, de fysieke veiligheid en gezondheid van iedereen. Dat botst met mijn eigen gevoel, ja. Ik moet van mijn hart een steen maken."Net als veel andere woonzorgcentra schakelt ook Amphora psychologische bijstand in, zowel voor de medewerkers als voor de bewoners. "Wij maken veel tijd om te luisteren naar hun verhaal", zegt Tatjana. "Maar interne gespecialiseerde bijstand zou in mijn ogen een meerwaarde zijn." Dat erkent ook directeur Hans De Clerck. Alleen benadrukt hij dat je als woonzorgcentrum beperkt bent qua middelen. "Wij hebben een coördinator Ethiek en Dementie, opleidingssessies voor medewerkers met focus op het psychosociale en een samenwerking met het Centrum voor Geestelijke Gezondsheidszorg. Ondanks de hoge druk blijven we zoeken naar nieuwe initiatieven die het welzijn van bezoekers én familie verhogen. Wandelingen in de tuin, op afstand met de familie, of een bezoek buiten op het terras bijvoorbeeld." (Hans wacht even, denkt na en gaat dan verder)"Ik weet dat de verblijfsduur van mensen in een woonzorgcentrum niet al te lang is. Tijd hier is kostbaar. Dat er weinig zicht is op veel beterschap - want we moeten wachten op een vaccin - maakt het extra moeilijk. Wat het najaar zal brengen, kan ik onmogelijk voorspellen. Wel wil ik ondanks alles de mensen een zo mooi mogelijke zomer geven. De quarantaine die we hier binnen meegemaakt hebben, is tientallen keren erger dan de lockdown voor de mensen buiten."Cecile en Paula hebben hun dessertje intussen achter de kiezen. Een ijsje, heel verfrissend tijdens de hittegolf. "'t Is 't één en 't ander, hé", zegt Paula. "Dat we daarvoor zo oud moeten zijn geworden, om dit alles nog te moeten meemaken. Ik zeg het: 't is niet gemakkelijk en ik zie het niet te rap beteren. Ik ben ook iemand die niet te rap vertelt wat er op mijn lever ligt. De verpleegsters hebben het al druk genoeg. Ik ga hun tijd niet afpakken, ze doen zo hun best voor ons."