16 jaar oud was Jan Maes toen hij aan de slag ging op zijn eerste echte vakantiejob. Het was in de pannenfabriek van Koramic, vlakbij het kanaal in Kortrijk. "Mijn taak bestond erin om pannen die aaneen gebakken waren, doormidden te klieven en vervolgens te stapelen tot paletten. Elke dag vroeg uit de veren voor best wel fysiek zwaar bandwerk met behoorlijk wat tijdsdruk. Mooie tijden ook, zeker als ik terugdenk aan de middagpauzes toen we in het kanaal gingen zwemmen."
...

16 jaar oud was Jan Maes toen hij aan de slag ging op zijn eerste echte vakantiejob. Het was in de pannenfabriek van Koramic, vlakbij het kanaal in Kortrijk. "Mijn taak bestond erin om pannen die aaneen gebakken waren, doormidden te klieven en vervolgens te stapelen tot paletten. Elke dag vroeg uit de veren voor best wel fysiek zwaar bandwerk met behoorlijk wat tijdsdruk. Mooie tijden ook, zeker als ik terugdenk aan de middagpauzes toen we in het kanaal gingen zwemmen."Jan ontwikkelde er een diep respect voor mensen die uren aan een stuk gefocust en routineus kunnen werken. "Een van de collega's deed 45 jaar aan een stuk hetzelfde werk, slechts één keer per jaar onderbroken door veertien dagen vakantie in Lloret de Mar. Ik zou het zelf niet kunnen, maar het betekent geenszins dat ik erop neerkijk. Je moet het verdomme maar doen."Ook in de horeca was Jan als jonge gast aan de slag. Zo stond hij vaak achter de toog van het legendarische café Peanuts in het gouden straatje van weleer, de Kapucijnenstraat in Kortrijk.Werken in de horeca vereist volgens hem bepaalde skills. "Snelheid van handelen, anticiperen op drukke momenten, altijd vriendelijk blijven, ook in een stampvol café...onderschat het niet. Tegelijk is het ook een mooi beroep: je brengt mensen samen. Dat zie ik bijvoorbeeld nog steeds als ik op Kooigem Platse iets ga drinken in Sint-Laurentius. Ik kocht het café nadat Lukie Kemseke stierf en ben blij vast te stellen dat het nog steeds een onbetwiste ontmoetingsplaats is voor mensen van Kooigem en ver daarbuiten."Na zijn studies trok Jan al vroeg naar het buitenland. Zo woonde hij een aantal jaar in Duitsland en Frankrijk. "Ons vader hamerde erop voldoende onze talen te beheersen. Als je de taal van een land kent, wordt haar cultuur ook zoveel mooier, zei hij vaak. En hij had gelijk ook. Zo leerde ik Duitsers kennen als een erg gastvrij en correct volk, een warme zorgende maatschappij die waarden als eerbied voor verschillende generaties hoog in het vaandel draagt. Tegelijk frustreert het niet kennen van een taal me ook. Zoals wanneer ik door onze fabriek in Hongarije loop en geen écht contact kan maken met de locals omdat het Hongaars zo'n complexe taal is om onder de knie te krijgen."In 1990 ging Jan aan de slag bij Latexco, het bedrijf van zijn oom. Een kleine tien jaar later zette hij de volgende grote stap in zijn loopbaan en werd hij eigenaar van Revor. Hij bouwde het huis verder uit tot wat het nu is en staat nog erg dicht bij de dagelijkse praktijk. "Ik kan het niet laten om de handen uit de mouwen te steken en over de schouder mee te kijken. Die veelheid der dingen is nu eenmaal hetgeen ik het liefst doe, al is het ook fijn dat ik doorheen de jaren een pak specifieke vakkennis heb kunnen opdoen. Ik hou ervan mijn kennis over slapen te delen met een ruim publiek. Het gebeurt vaak dat mensen me rechtstreeks benaderen om slaapadvies te vragen. Helemaal niet erg, want dat is ook de manier waarop ik aan ondernemen doe: rechttoe, rechtaan, complexloos, met veel gezond boerenverstand en een portie buikgevoel."De drie dochters van Jan zijn nog jong, maar hij geeft hen nu al duidelijk richting mee. "Mijn twaalfjarige dochter zit op een Waalse school, een ideale omgeving om die liefde voor de taal verder te ontwikkelen. Het zal haar nog goed van pas komen later."