De rusthuisfactuur onder de loep: zoveel betaal je in jouw gemeente voor je oude dag

Het Brugse OCMW-rusthuis Minnewater is met 39,90 euro per dag het goedkoopste van onze provincie. © Christophe De Muynck
Olaf Verhaeghe

Van net geen 40 euro in het Brugse woonzorgcentrum Minnewater tot 140 euro per dag in het luxueuze zorghotel Belle Epoque in Knokke-Heist. De verschillen in dagprijs voor een van de 17.243 rusthuiskamers in onze provincie zijn enorm. Waar komen die verschillen vandaan? Wat zit in dat bedrag inbegrepen? En vooral: waarom blijft die prijs jaar na jaar verder stijgen?

Is het woonzorgcentrum nog betaalbaar voor de West-Vlamingen? In een nieuwe KW Onderzoekt gaat De Krant van West-Vlaanderen op zoek naar antwoorden op de geldvragen die bij een rusthuis komen kijken. Ontdek het hele dossier via KW.be/rusthuisfactuur

1. Hoeveel betaal je voor een eenpersoonskamer?

De gemiddelde dagprijs voor een kamer voor één persoon ligt in West-Vlaanderen op 58,80 euro. Dat blijkt uit de meest recente gegevens van het Agentschap Zorg en Gezondheid op basis van de dagprijzen die de woonzorgcentra in 2021 doorspeelden aan de Vlaamse overheid. Omgerekend naar een prijs per maand bedraagt de gemiddelde factuur 1.764 euro.

In vergelijking met de rest van Vlaanderen zijn de West-Vlaamse rusthuizen een tikkeltje goedkoper. De gemiddelde Vlaamse dagprijs ligt op 61,31 euro. De woonzorgcentra in Antwerpen zijn de duurste van Vlaanderen, in Oost-Vlaanderen is een kamer in het rusthuis het goedkoopst.

Achter die gemiddelde dagprijs gaan echter grote verschillen schuil. Zo scheelt het maar liefst 100 euro per dag (!) tussen het goedkoopste woonzorgcentrum en het duurste in onze provincie. Op een maand tijd gaat het om een verschil van zo maar even 3.020 euro. Het Brugse OCMW-rusthuis Minnewater kost een bewoner per dag slechts 39,90 euro, voor het gloednieuwe zorghotel Belle Epoque in Knokke betaal je 140,59 euro per dag.

Aan de kust zijn de facturen van woonzorgcentra trouwens sowieso hoger dan elders in West-Vlaanderen. Zo kost een rusthuiskamer in De Haan gemiddeld 77,54 euro, in Knokke-Heist 70,63 euro, in Oostende 66,38 euro en in Koksijde 64,58 euro per dag. Opvallend: in meer dan 60 procent van de rusthuizen ligt de dagprijs lager dan het West-Vlaamse gemiddelde. Drie wzc’s in onze provincie rekenen meer dan 100 euro per dag aan.

Tot slot speelt ook de structuur achter het woonzorgcentrum een rol. Publieke wzc’s die door het OCMW worden uitgebaat, zijn het goedkoopst met een gemiddelde dagprijs van iets meer dan 55 euro per dag, onder het West-Vlaamse gemiddelde dus. In de niet-commerciële woonzorgcentra van vzw’s betaal je ruim 60 euro per dag, in de commerciële voorzieningen meer dan 63 euro. De woonzorgcentra van vzw’s vertegenwoordigen met ruim 10.000 erkende bedden de grootste groep. De publieke rusthuizen zijn goed voor 5.742 bedden, de commerciële voor 1.432 plaatsen.

2. Wat zit er in die dagprijs? En wat komt er extra bij?

Het minimum is voor elk woonzorgcentrum hetzelfde en sinds december 2009 bij ministerieel besluit vastgelegd. Concreet gaat het om de kamer an sich, inclusief alle infrastructuur en meubels zoals een uitgerust bed, tafel en stoelen, kasten, verwarming, een oproepsysteem en alles van sanitair.

Ook alle kosten voor de inrichting van de kamer - denk aan schilderwerken, gordijnen en vloerbekleding - moeten in de dagprijs vervat zitten. Verder inbegrepen: de verpleging en verzorging, de gewone animatie, incontinentie- en ander verzorgingsmateriaal, voeding, energieverbruik en verzekeringen, het dagelijks onderhoud en het reinigen van bedlinnen, het opslaan en verwijderen van huisvuil en alle administratieve kosten, belastingen of taksen die verband houden met het verblijf in het wzc.

Belle Epoque in Knokke-Heist is met een dagprijs van 140 euro het duurste woonzorgcentrum van West-Vlaanderen.
Belle Epoque in Knokke-Heist is met een dagprijs van 140 euro het duurste woonzorgcentrum van West-Vlaanderen. © Christophe De Muynck

Daarnaast staat het elk woonzorgcentrum vrij om supplementen aan te rekenen, bovenop die dagprijs dus. Die moeten duidelijk geformuleerd en aangegeven worden in het contract tussen het rusthuis en de bewoner. Voorbeelden van supplementen zijn dokters- en andere medische kosten zoals medicatie, specifieke sondevoeding, het wassen en herstellen van persoonlijke kleding, een bezoek aan de kapper, pedicure, manicure of andere vormen van esthetische verzorging, de abonnementskosten voor televisie, kranten en telefoon, eten en drinken buiten het gewone aanbod zoals bijvoorbeeld in de cafetaria en kamerbediening buiten medische redenen om.

Dat betekent wel dat de werkelijke factuur heel vaak een stuk hoger ligt dan de dagprijs maal het aantal dagen in de maand. Opnieuw afhankelijk van het type woonzorgcentrum waar je verblijft, zijn meer of minder van de mogelijke supplementen inbegrepen in het basisbedrag.

3. Hoe fel zijn de prijzen de laatste jaren gestegen?

Dat de prijzen voor een verblijf in de woonzorgcentra de laatste jaren zijn gestegen, is een zekerheid. In 2016 lag de gemiddelde dagprijs voor een eenpersoonskamer in West-Vlaanderen nog op 52,48 euro per dag, in 2021 dus al op 58,80 euro. Op zes jaar tijd gaat het met andere woorden om een stijging van 6,32 euro per dag oftewel 12,04 procent.

Die stijging is groter in onze provincie dan in de rest van Vlaanderen. Enkel in Limburg gingen de prijzen voor een verblijf in een woonzorgcentrum de voorbije jaren nog sneller de hoogte in. De toename in de dagprijzen ligt bovendien hoger dan de mate waarin de consumptie-index in die periode is gestegen. De woonzorgcentra zijn sneller duurder geworden dan dat de pensioenen bijvoorbeeld zijn gevolgd.

4. Worden woonzorgcentra in de toekomst nog duurder?

Het antwoord is heel duidelijk: ja. Hoeveel hoger de prijzen in 2022 zullen liggen wordt pas in de loop van het jaar bevraagd, maar dat ze hoger liggen, is een zekerheid.

Dat heeft enerzijds te maken met de stijgende inflatie: de Vlaamse regelgeving laat woonzorgcentra toe om hun prijzen jaarlijks te indexeren aan de levensduurte. Daarvoor moeten de directies wel een gemotiveerde aanvraag indienen bij Zorg en Gezondheid. Bijna drie op de vier woonzorgcentra dienden in 2021 zo’n aanvraag in. Daarnaast kunnen wzc’s ook om andere redenen een prijsverhoging aanvragen. Wel geldt er een beperking op de stijging die aan bewoners die er verblijven, mag worden aangerekend.

Naast de index spelen nog andere factoren een belangrijke rol. Zo mogen nieuwe voorzieningen hun dagprijs zelf bepalen, wat hen de mogelijkheid biedt om (fors) meer te vragen dan bestaande voorzieningen. Ook renovaties en aanpassingen in functie van kwaliteit en comfort zorgen voor een hogere dagprijs.

En dan is er nog de personeelskost die almaar verder oploopt. Woonzorgcentra die extra personeel inzetten in functie van de kwaliteit van de zorg krijgen daar van de overheid geen bijkomende financiering voor. Die kost wordt met andere woorden doorgerekend aan de bewoners. Die bewoners worden almaar ouder en hebben ook almaar meer en gespecialiseerde zorg nodig. En net daardoor zijn woonzorgcentra genoodzaakt meer gekwalificeerd personeel in te schakelen.