De overdosis fantasie van Vera Van Renterghem: “Brugge blijft voor mij een belangrijke plek”

Een hoofd vol fantasie, een hart voor avontuur en geschiedenis door de aderen. Dankzij die geslaagde DNA-match vloeide de wonderbaarlijke Oscar Cook-trilogie uit de vingers van jeugdauteur Vera Van Renterghem. Een tweede drietand aan Oscar-avonturen staat ons in het najaar te wachten. “Natuurlijk droom ik van een verfilming”, zegt de geboren en getogen Brugse.

Vera Van Rentherghem. © Davy Coghe

Ze gelooft niet in een lotsbestemming, of het pad ernaartoe, want beiden evolueren voortdurend. Aan het woord is de filosoof in jeugdauteur Vera Van Renterghem. Een trekje dat regelmatig de kop opsteekt tijdens ons gesprek. Sta me toch toe haar even tegen te spreken. Met zo’n hoofd vol fantasie en dromen, passie voor geschiedenis en het geschreven woord, geleid door een hart voor avontuur, was de moeder van drie voorbestemd om het jeugdboekenwereldje te bestormen.

De eerste stapjes zette Vera kort na de geboorte van zoon nummer drie. Enkele jaren wroeten later belandde haar eerste van ondertussen zeven werken, ‘Giftig’, in de rekken. We schrijven 2008. De voorbije jaren kneedde Vera aan het personage Oscar Cook, wiens verhaal we leerden kennen in de vorm van een trilogie die zomaar als scenario van een Spielbergfilm zou kunnen dienen. De 13-jarige Oscar woont in een bejaardentehuis en reist doorheen tijd en ruimte op zoek naar de waarheid over zijn betreurde moeder.

In het najaar wacht een vervolgtrilogie. Een van de kernelementen is de band tussen jong en oud. Die vindt Vera naar eigen zeggen heel bijzonder. “Ik schrijf voor 11- tot 111-jarigen. Een 11-jarige zal eerder het avontuur opzoeken, een 111-jarige wil zich verdiepen in de personages en de filosofische betekenis achter het verhaal.”

Hoe ben jij besmet geraakt met de schrijfmicrobe?

“Dat is begonnen bij mijn papa. Vake kon ongelooflijk knap vertellen. Die verhalencultuur is altijd aan mij blijven kleven. Als kind speelden we thuis ook vaak toneeltjes. ‘Juffrouw plattekaas’, was ons favoriet verhaal. Mijn tweelingzus speelde de strenge juf en mijn broer en ik waren de twee stoute kinderen. Ik wou enkel meespelen als ik de slechterik mocht zijn. (lacht) Of dat veel over mij zegt, weet ik niet. Al die dingen kaderden in mijn enorme fantasie. Vandaar ook mijn keuze om geschiedenis te studeren. Ik wou een avontuurlijk leven, als een soort Indiana Jones. Mijn grote droom was archeoloog worden.”

Uiteindelijk werd je eerste job er eentje als wetenschappelijk medewerker aan de universiteit. Geen Indiana Jones-taferelen dus.

“Dat is wat geëvolueerd. De eerste jaren aan de unief zit je nog in een droomfase. Je krijgt algemene vakken en kan nog van alles worden. Maar gaandeweg leer je hoe de wereld in elkaar zit. Dat was een verrijking. Mijn wereld ging open. Dankzij mijn job als wetenschappelijk medewerker heb ik bovendien leren schrijven. Ik schreef geschiedenisboeen en publicaties voor wetenschappelijke tijdschriften. Ik wou toen eigenlijk ook al mijn fantasie gebruiken, maar dat kon natuurlijk niet in wetenschappelijke teksten.”

Het duurde drie zonen voor je je professionele leven over een andere boeg gooide. Ondertussen staan er zelfs duizenden van je boeken in de Nederlandse bibliotheken. Voelde het als een opluchting dat je werk enthousiast werd onthaald?

“Absoluut. Mijn debuut als jeugdschrijver was echt een sprong in het duister. Ik had al een stukje carrière opgebouwd. Ik kreeg er kansen. Maar toch heb ik alles laten varen. Ik heb me soms best bang gevoeld: ben ik hier niet alles aan het vergooien? Maar de drang was te groot. Ik moest en zou jeugdboeken schrijven. Ik heb veel opgestoken in de schrijversacademie en ben al doende gegroeid. Ik heb ondertussen over verschillende thema’s geschreven omdat ik iedere keer wou bijleren.”

In geschiedenisboeken lees je het beeld van een ander, het gaat om een mening

“Je kunt pas echt iets beschrijven als je het zelf nog helemaal moet ontdekken. Als je iets al weet, dan is het te evident en ga je niet grondig genoeg omschrijven. Ik heb geleerd dat je kunt worden wie je wil. Dat wil ik kinderen ook vertellen. Behoud steeds die kindse naïviteit om te blijven dromen.”

Op je website vertel je dat je het kind in jezelf niet kan loslaten?

“Ik voel me gewoon nog altijd heel jong. Weet je, toen ik twaalf was, bekeek ik iemand van 30 als stokoud. Als jongeren me tijdens lezingen vragen hoe oud ik ben, dan zeg ik hen dat niet. Bewust. Een mens doet zo zijn best om dat jonge in zichzelf te bewaren en koesteren. Als iemand je leeftijd kent, dan vormen anderen daar een idee rond, zoals ik dat vroeger deed. Je moet dat getal kunnen loslaten. Je verliest volgens mij nooit het kind in jezelf, maar je kunt het wel onderdrukken. Als iemand zich daar gelukkig bij voelt, dan is dat geen probleem. Toch denk ik dat velen zich daar niet goed bij voelen. Ze spelen een soort toneeltje. Waarom? Je mag toch jezelf zijn? Het is geen kinderachtigheid, hé. Het gaat om het vuur dat in je zit, dat je als kind hebt. Dat mag als volwassene niet doven.”

Die verhouding tussen jong en oud komt erg terug in de boeken van Oscar Cook. Leunt dat werk daarom het dichtst bij jou en je visie op het leven aan?

“Het verhaal speelt zich af in een bejaardentehuis, net omdat ik wil aantonen dat het vuur ook bij bejaarden nog niet is gedoofd. Zij hebben dat nog in zich. Natuurlijk maak je gaandeweg dingen mee en krijg je fysieke klachten. Maar het blijft wel. Ik geloof ook steevast in het echte leven dat leeftijd er niets toe doet. Jong en oud kunnen een hele sterke band hebben.”

Had jij die ook als kind?

“Mijn broers, zussen en ik verbleven vaak bij onze grootmoeder, ons marraine. Zij woonde in de Moerkerkestraat, aan de Coupure. Wij hebben dat huisje trouwens gekocht toen ze overleed en verblijven er nu nog als we in Brugge zijn. Als kind waren we er in de vakantie bijna elke dag. Marraine was ongelooflijk goed voor ons. Ze wist bijvoorbeeld dat ik graag las en gaf ons vaak stripverhalen. Bijna al mijn Jommekes heb ik van haar gekregen.”

De Moerkerkestraat was een van de laatste straten waar de mensen nog buiten in klapstoeltjes voor hun deur zaten

“Maar we gingen ze heel stiekem kopen in de krantenwinkel, want dat mocht niet van haar man. (lacht) Die hadden we dus zogezegd van thuis meegekregen. Marraine heeft uiteraard ook voor inspiratie gezorgd in de boeken van Oscar Cook. Zij had ook dat vuur nog in zich. Toen ze 80 was, ging ze nog mee op de botsauto’s.”

Je volgde de liefde naar het Leuvense Oud-Heverlee. Mis je het hier niet?

“Brugge blijft voor mij een belangrijke plek. We hebben met ons gezin twee plaatsen die aanvoelen als thuis, maar voor mij persoonlijk voelt het hier nog meer aan als thuis dan Oud-Heverlee. Zeker de Moerkerkestraat, door mijn jeugdjaren. Het is een van de laatste straten waar de mensen nog buiten in klapstoeltjes voor hun deur zaten, toen ik kind was.”

Vera Van Rentherghem.
Vera Van Rentherghem.© Davy Coghe

“Iedereen praatte met elkaar. Ik denk er vaak aan terug als ik mensen de hele tijd met hun gsm bezig zie. Op het pleintje met het standbeeld van Marieke aan de Coupure zie ik trouwens nog af en toe mensen zitten die er in mijn jonge jaren ook al waren. De hele dag keuvelen ze met elkaar. Dat is zo mooi.”

Je keert graag terug naar het verleden, ook in je boeken. Heb je daar een verklaring voor?

“Soms vraag ik me af waarom ik zoveel belang hecht aan geschiedenis. Maar het boeit me gewoon. Eigenlijk lees je in geschiedenisboeken het beeld van een ander. Daarom leert het je nog niet hoe het echt was, het gaat om een mening. Dat idee kun je vertalen naar je eigen leven. Dat is ook hoe je het projecteert. Iedereen toont zichzelf hoe hij of zij zou willen zijn. Maar is dat wel je echte identiteit? Dat fascineert me.”

Tot slot: in het najaar krijgt de Oscar Cook-trilogie er nog eens drie delen bij. Hoe groot zie je de toekomst van het verhaal? Tijdreizen vanuit een bejaardentehuis, je zou het zo in een film kunnen gieten.

“Natuurlijk droom je daarvan. Is dat niet ieders droom, als je echt eerlijk bent? Maar schrijven is hard knokken. Je moet je plek verdienen. En het is belangrijk om gezien te worden. Ze kunnen niet over je oordelen als ze je niet kennen. En gezien worden is niet gemakkelijk. Je moet veel promotie voeren en je sociale media onderhouden. Maar het is heel uitdagend en daar hou ik van. De nieuwe Oscar Cook-reeks belooft heel spectaculair te worden. Oscar en zijn vriendin Stiene reizen zelfs naar een andere dimensie en een ander universum. Filmmakers zouden zeker aan hun trekken komen. (knipoogt)” (Thomas Rosseel)


Info: www.veravanrenterghem.com en www.facebook.com/DeWereldVanOscarCook.


DE TIPS VAN VERA


Favoriete plekje

“Ik heb er twee in Brugge. Het ene is niet zo bekend: de Vette Vispoort. Dat is een ongelooflijk mooi doodlopend plekje. Vroeger waren daar godshuizen. De naam alleen al, mijn verbeelding slaat ervan op hol. Het tweede is de buurt rond de Coupure, waar mijn marainnetje woonde.”


Reizen

“Ik zal nooit mijn reis naar Cambodja vergeten. De mensen zijn er zo authentiek en hebben zoveel veerkracht. Ze hebben heel wat meegemaakt onder het regime van Pol Pot (communistische leider in de jaren zeventig, red.). Maar ik heb grote bewondering voor hoe die mensen daarmee omgaan.”


Eten en drinken

“Jan en ik gaan graag naar L’Estaminet (Astridpark, red.) en De Hobbit (Kemelstraat, red.). In De Hobbit spraken we dikwijls af toen we elkaar nog maar pas kenden. Dat doet wel iets met je. De plekjes waar je met je lief veel herinneringen hebt, blijven speciaal. We hebben elkaar leren kennen in Assebroek maar Jan woonde toen al in Leuven. Daarom hebben we Brugge achtergelaten.”


Muziek

“Ik hoor heel graag muziek en wil dan eigenlijk gewoon beginnen dansen. Maar ik kan bijna nooit de muzikant onthouden. Eigenlijk is dat erg, want ik zou het ook niet fijn vinden dat iemand mijn boek mooi vindt maar mijn naam niet kan onthouden. Ik hou van populaire muziek. Oscar and the Wolf vind ik heel mooi. Ik ga binnenkort trouwens de vrijdag naar het Cactusfestival, speciaal voor hen. Ook Jacques Brel of zelfs reggae kan me bekoren”


Lezen

“Ik lees eigenlijk niet veel meer, omdat ik er geen tijd voor heb. Erg, hé? Ik zou er zo graag tijd voor maken. Ik heb onlangs wel enkele stukken gelezen uit ‘The Camel and the Wheel’ van Richard Bulliet. Dat gaat over de oostelijke kant van de wereld. Waarom zij zo zijn ontwikkeld. De schrijver hangt de geschiedenis vast aan een kameel. Het is niet geheel wetenschappelijk, maar wel een heel leuk denkproces. Dat bepaalde dingen zijn ontstaan door toeval.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.