Jef Ameeuw, een rasechte Veurnaar die in Koksijde woont, verdiept zich al zijn hele leven in de geschiedenis van de Westhoek en schreef er heel wat boeken over. Zijn opzoekingswerk leidde tot opmerkelijke vaststellingen. "Eeuwen geleden dronken de mensen geen water, want dat zat vol bacteriën en melk was alleen goed voor baby's dachten ze", zegt Jef. "Wijn was een godendrank voor de rijken, dus dronk de bevolking vooral bier, dat gekookt werd. In de 16de eeuw was er in Veurne een reglement dat er in de stad Veurne maar 8 brouwerijen mochten bestaan, en dat is de reden waarom er ook nooit meer zijn geweest. Cafés daarentegen waren er in overvloed. De laatste volkstelling van 1920 registreerde 25 cafés in Steenkerke, 17 in Eggewaartskapelle, 40 in Bulskamp, 5 in De Moeren, 27 in Avekapelle en 5 in Booitshoeke, een dorpje van 170 inwoners. In het Ambachtstraatje in Veurne waren maar liefst ...

Jef Ameeuw, een rasechte Veurnaar die in Koksijde woont, verdiept zich al zijn hele leven in de geschiedenis van de Westhoek en schreef er heel wat boeken over. Zijn opzoekingswerk leidde tot opmerkelijke vaststellingen. "Eeuwen geleden dronken de mensen geen water, want dat zat vol bacteriën en melk was alleen goed voor baby's dachten ze", zegt Jef. "Wijn was een godendrank voor de rijken, dus dronk de bevolking vooral bier, dat gekookt werd. In de 16de eeuw was er in Veurne een reglement dat er in de stad Veurne maar 8 brouwerijen mochten bestaan, en dat is de reden waarom er ook nooit meer zijn geweest. Cafés daarentegen waren er in overvloed. De laatste volkstelling van 1920 registreerde 25 cafés in Steenkerke, 17 in Eggewaartskapelle, 40 in Bulskamp, 5 in De Moeren, 27 in Avekapelle en 5 in Booitshoeke, een dorpje van 170 inwoners. In het Ambachtstraatje in Veurne waren maar liefst 13 cafeetjes. Maar meestal was het café een bijverdienste. Het werd uitgebaat door de vrouw die thuisbleef en niet zelden was een café gekoppeld aan een kolenhandel. Cafés waren ook de sociale ontmoetingsplekken - er was geen radio of tv - waar de mannen hun loon dikwijls 'verdronken'. In de jaren 1500 - 1600 waren heel wat cafés ook een beetje brouwerij en brouwden hun eigen bier... Een trend die vandaag weer opleeft: zelf bier brouwen in kleinschalige brouwerijtjes... Nog een reden waarom vroeger mensen op café gingen: ze hadden thuis helemaal geen drank."Bij zijn speurwerk vond Jef in Vinkem één brouwerij, het 'Neuthof'. "De eigenaars Ceulenaere en Moeneclaey waren ook de mensen van het kasteel dat ze later aan Merghelinck verkochten", zegt Jef."In Wulveringem waren er twee brouwerijen, De Keyser en Bonte De Leeuw, op 50 meter van elkaar. Ze hadden elk hun cafés waar ze leverden. In Bulskamp waren er twee concurrerende brouwerijen: 'De Kroon' van de brouwers Bryon, waar ze vooral 'Stout' maakten en de brouwerij van Vandenbussche die zijn Primusbier verkocht. In Houtem had je brouwerij 'Terlinck - Cortier' tegen het kerkhof, brouwerij 'De Zwaan', en brouwerij Fonteyne waarover bijzonder weinig info is te vinden. In Veurne zelf had je brouwerij 'De Vijfhoek' in de Duinkerkestraat van de familie Houvenaeghel uit Leisele, brouwerij 'Dubois - De Hoon' aan de splitsing, brouwerij 'Sint-Arnoldus' achter het kerkhof aan de Noordstraat. Naast brouwerij 'Den Anker' aan de Rozendalstraat was een cafeetje, De Meiboom, met snelle meisjes, waar ook heel wat soldaten over de vloer kwamen. Brouwerij 'Sint-Jozef' voorbij de Ieperbrug was van Coevoet - Vancanneyt, een prachtig pand dat in 1988 werd gesloopt en waar nu De Zonnebloem staat. In de Lindendreef stond brouwerij 'Belle Vue', bekend om het 'bolhoedbier. Aan het spoorwegstation stond in de 19de eeuw mouterij Beernaert, die in 1925 in de vlammen opging, maar weer werd opgebouwd. De familie Terlinck richtte mouterij 'St.-Georges' op in de Rozendalstraat. De meeste brouwers waren lid van de Gilde van Sint-Arnoldus, die de patroonheilige is van de brouwers. Hij staat meestal afgebeeld met een biervat aan zijn voeten. Brouwers behoorden destijds net als de pastoor, de burgemeester, de notaris en de molenaars tot de elite.""In 1925 kocht mijn vader Gustaaf brouwerij De Fabriek van Norbert Zoete Vanbockstael, die ze in 1866 kocht van Amand David uit Steenkerke," steekt GuidoDebeerst (87) van wal. "Mijn vader Charles was een boerenzoon uit Adinkerke en betaalde Norbert toen 200.000 Belgische frank, een enorm bedrag dat hij in 5 jaar moest aflossen. Hij trok naar Brasserie de Lyon in Doornik om te leren brouwen. Na mijn legerdienst in Duitsland legde ik mijn examen af voor de Hogeschool voor Gistingsbedrijven in Gent. Oorspronkelijk hield mijn broer Georges zich bezig met de brouwerij, waar hij ook woonde met zijn vrouw, en stuurde mijn vader mij de baan op om klanten te ronselen. Ik heb toen veel cafés bezocht, veel pinten getrakteerd en ik heb er ook veel gedronken. Uiteindelijk heb ik de zaak overgenomen. Het brouwproces was iets waar je echte vakkennis moest over hebben. Eén graad temperatuurverschil beïnvloedt de kleur en de smaak. We verkochten onze Export Ballon en Splendid Pils in meer dan 40 cafés. Maar in de jaren 60 kwam er een kentering. Grote brouwerijen palmden de markt in, kochten cafés op en verplichtten cafébazen om hun bieren te verkopen. Het aantal cafés verminderde drastisch. Onze brouwerij werd betaald om te stoppen. Het gebouw werd in de jaren 90 gesloopt."(Myriam Van Den Putte)