Ik ben triest, want Franz Verscheure is dood. Ik heb hem ooit een kwartier gesproken. Ik had toegezegd om voor 'Humans of Kortrijk', een Facebookgroep waarin Kortrijkse gezichten getoond werden, een paar foto's te nemen en wat verhalen op te tekenen. Het verhaal van Franz was één van de eerste die ik optekende. Het was in de late namiddag op een zaterdag, 18 november 2017. Ik zag hem staan in de Lange Steenstraat in Kortrijk, terwijl hij koffiekoeken of zoiets kocht van enkele scoutsjongetjes, die hij aandachtig stond toe te horen.
...

Ik ben triest, want Franz Verscheure is dood. Ik heb hem ooit een kwartier gesproken. Ik had toegezegd om voor 'Humans of Kortrijk', een Facebookgroep waarin Kortrijkse gezichten getoond werden, een paar foto's te nemen en wat verhalen op te tekenen. Het verhaal van Franz was één van de eerste die ik optekende. Het was in de late namiddag op een zaterdag, 18 november 2017. Ik zag hem staan in de Lange Steenstraat in Kortrijk, terwijl hij koffiekoeken of zoiets kocht van enkele scoutsjongetjes, die hij aandachtig stond toe te horen.Ik vroeg hem of ik een foto mocht nemen. Hij had een fiere uitstraling. Hij aarzelde geen moment. Na de foto vroeg ik: "Mag ik ook nog weten wie je bent?" En ik kreeg meteen zijn verhaal. De man bleek een wandelend verhalenboek. Onlangs stond ik nog aan zijn deur, maar er was geen antwoord. En opeens zag ik zijn overlijdensbericht. Franz is niet meer. Vele mooie verhalen zijn voorgoed verdwenen. Gelukkig dat ik dit nog kon optekenen. Frans Verscheure is overleden op 14 januari, bijna 82 jaar oud. Zaterdag wordt hij begraven in de Heilige Damiaankerk. "Mijn naam is Franz Verscheure, ik ben de kleinzoon van Blanche met zijn Peird, bekend van het liedje van Willem Vermandere. Echt serieus. Ik ben de oudste kleinzoon. Ik ben opgekweekt met kar en paard. In de bijtende kou sleurde ik zakken met kolen en balen vlas. Het was een ruwe opvoeding. Maar dat is goed geweest voor mij. Later ben ik ingenieur van beroep geworden en ik heb fabrieken geopend in Rusland, Griekenland, Egypte, Polen en Tsjechoslowakije, in de tijd van het communisme. Soms was ik er aan het werk in temperaturen van 30 graden onder nul. Ik had enkele kameraden die ook ingenieur waren en zij konden daar niet tegen. Maar doordat ik van voermansvolk was, heb ik veel gebeuld. En dat heeft me gehard.""Blanche, ja, die was van Lauwe. Eigenlijk was mijn grootvader van Emelgem. En hij is naar Lauwe gekomen. Hij stamelde. En daardoor kon hij geen lief krijgen. En mijn meterke was van het terende ras. Van het tuberculose-ras. In die tijd wou daar niemand mee trouwen. Want ze hadden nog geen peniciline uitgevonden. En de twee verstotenen trouwden met elkaar. En hebben een gezond ras voortgebracht. En heel werkzaam. Allemaal goeie studenten. En ook vechtlustig. Voermannen zijn vechtlustige mensen. Ze moeten met paard en kar op de baan. Dat zijn kerels.'"Mijn grootvader kocht in 1905 zijn eerste paard in Alewinne, zo noemden ze Halouin. En hij moest een Boulognaise hebben. Want in Boulogne heb je veel stenen in het land liggen. En ze hebben daar paarden gekweekt met zeer harde hoeven. Dat zijn de beste paarden voor de weg. En hij ging dus in Halouin een paard kopen. Hij vroeg hoe het heette. 'Elle s'appelle Blanche' zei die verkoper. Maar mijn grootvader zei het niet op zijn Frans, hij zei het op zijn Vlaams : 'Blanse'. En zo heeft hij die bijnaam gekregen en zijn zoon ook. En Willem Vermandere, onze toenmalige buurman, heeft daar dan een liedje over gemaakt."Ik zeg het, ik heb van kindsbeen af geleerd dat het goed is om je te harden. Ik heb heel lang aan judo gedaan, en ik ben chef geweest van de paraclub in Moorsele. Ik heb aan karate gedaan. En mijn kinderen ook, ik heb ze allemaal leren vechten. Dat is goed om van jongsaf aan zelfvertrouwen te hebben. Je bent van niemand bang. Ik zeg het, ze hebben allemaal goed gestudeerd. En ze zijn goed van hart.""Ik ben altijd getrouwd geweest met kloeke vrouwen. 'Is te zeggen, ik ben twee keer getrouwd. Eigenlijk drie keer. Mijn eerste vrouw is gestorven aan kanker, mijn tweede vrouw was van Duits-Schotse afkomst, een beetje roodharig. Ze is weggelopen met mijn geld toen ik zesenzestig was. Niet dat ik me daar zorgen over maakte. Ik maak me nooit zorgen. Daar schiet je toch niets mee op. En ik woon nu samen in Kortrijk met een polderboerendochter. Ook een heel kloeke dame. Ik hou van die Rubensiaanse types. Als ze heel mager zijn, wegen ze 85 kg. Dat komt wellicht doordat ik mijn hele jonge leven tussen de kloeke paarden heb gezeten, paarden met ferme konten. De voermanspaarden waren de allerkloekste dieren. De boerenpaarden waren kloeke paarden met korte poten, maar paarden die de weg op moesten hadden lange poten en kloeke konten om veel te trekken." "Ik heb zes kinderen: twee met mijn eerste vrouw, vier met mijn tweede. En dan is er nog een natuurlijke dochter, een zonde uit mijn jeugdjaren. In het buitenland. Dat heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken. Hoe gaat dat? Je bent jong en wild. En ik heb daar dus een kind met een heel rijke madame. Heb je nog gehoord van Krüpp in Duitsland. Wel, met een telg van die familie, een Madame Krüpp. Serieus. Ik heb veel beleefd hoor. Ik heb dat kind op mijn trouwboek laten zetten. Ik wilde eerlijk zijn. Ik heb dat opgebiecht aan mijn vrouw, ze heeft me een draai om de oren gegeven en ze zei : 'ik wil dat kind zien'. En we hebben het naar hier laten komen, hebben een feest georganiseerd voor de hele familie en ik heb dat kindje op mijn trouwboek gezet."Jaja, ik heb heel wat meegemaakt. En intussen ben ik tachtig. En nog altijd gezond. Komt onder meer doordat ik nooit vlees gegeten heb. Nooit dierlijke producten. Om lang te leven, moet je dat doen. Ik heb altijd geleefd volgens de Yingyangologie. Heb je daar nog van gehoord? De Japanse methode hoe je moet eten en leven. Dat is een heel voorname leer die iedereen zich eigen kan maken om heel lang te leven, geen pijn te hebben, geen ziekten, noem maar op. Heel belangrijk. Mijn kinderen leven ook volgens die principes. En ze spelen allemaal viool."Vroeger als kind speelden ze viool in de winkelstraten in Oostende. Soms verdienden ze tot 8.000 frank in een uur. Mijn oudste heeft zo in totaal 450.000 frank verdiend. We hadden dat gezien van een documentaire over een kindje dat de oorlog in Warshau had overleefd door viool te spelen op straat. En dus vroegen de kinderen : gaan we dat ook eens doen? We dachten : we gaan naar Oostende, daar loopt veel volk. En we speelden daar liedjes als 'J'ai deux amours' en 'On a pas tous les jours vingt ans...' Zulke liedjes, over de liefde, 'l'amour', daar lieten de dames hun geldbeugels voor opengaan. Als ze hun lesje speelden van school, dat bracht niet veel op. Je moest het goeie repertoire kiezen. Maar dat hadden ze zelfs ook wel snel door.""Dat ze later allemaal zulke goeie studenten geworden zijn, dat had met die viool te maken. Dat is het beste instrument voor de breinontwikkeling. Je moet er vroeg mee beginnen. De mijne waren 6 of 7 jaar. En je begint met de kleurmethode. Want ze kunnen nog geen noten lezen hé. Maar een blauwe noot op de blauwe snaar, dat snappen ze wel. Tegen dat ze naar de muziekschool mochten, speelden ze al muziek op straat. En later toen ze studeerden in Leuven, gingen ze nog vaak spelen in de cafés. Al was het maar om een meisje te versieren. Echt op zijn West-Vlaams.""Wij waren van het flamingant ras. Vandaar dat mijn naam met een z was. Mijn vader is Oostfronter geweest. Hij heeft aan het front gezeten in Oekraïne. In '44 trokken ze met 6000 Vlamingen naar Oekraïne. En drie maanden later was de helft ervan dood. Dat was de Langemark-brigade. Je had daar verschillende brigades van Vlamingen. Er zijn er die in het Noorden gezeten hebben ook. Verschrikkelijke verliezen hebben ze daar gekend. Mijn vader is er later voor in 'den bak' beland. En op school sloegen de andere kinderen op mij. Maar zoals gezegd, ik was van voermansvolk, heel gehard van te werken. En dus als de jongens vochten tegen mij, dan vocht ik terug. Ik was toen een jaar of acht. Op een dag had één van die jongens een kei mee om me te slaan. Maar ik wist hem die kei af te nemen en sloeg er hem mee op zijn hoofd. Hij had een wonde waar het bloed uitdroop. En ik ben toen voor de kinderrechter moeten komen. En weet je wat het verdict was? De school is verantwoordelijk voor de orde op de koer en ze moeten ervoor zorgen dat de kinderen niet vochten. Maar van toen af aan heb ik gemaakt dat ik me altijd kon verdedigen."