https://api.mijnmagazines.be/packages/navigation/

De beste buur(t)vrouw: Marie-Jeanne Pierins: Ik geloof dat er na de dood nog iets is”

Marie-Jeanne Pierins. © Davy Coghe
Thomas Rosseel
Thomas Rosseel Journalist

Elke week spreken we met een bekende streekgenoot over de verschillende seizoenen van het leven. Hoe zag hun lente – de kindertijd – er uit? Hoe bloeiden ze open als volwassene tijdens de zomerjaren? Hoe beleven ze hun herfstperiode vandaag? En waar dromen ze nog van voor de winterse jaren? Vandaag: Marie-Jeanne Pierins (80), de bekendste gastvrouw van Sint-Kruis en omstreken.

Een heerlijk stukje fruitcake en een koffietje wachten ons op ten huize Pierins in Bos en Lommer, Male. Dieper in het gesprek volgt zelfs nog een coupeke champagne. Het is weduwe Pierins – zoals ze zichzelf graag noemt – ten voeten uit. Gastvrij, sociaal, als ze haar medemens maar in de watten kan leggen.

Enkele weken geleden uitte die gastvrijheid zich opnieuw in een groot wijkfeest voor de hele buurt in Marie-Jeannes tuin. Het derde jaar op rij al. Met de eerste editie twee jaar geleden haalde weduwe Pierins zelfs het nationale nieuws. Het concept: de buren leren kennen en vermijden dat mensen vergeten zouden worden. “Ook dit jaar was een succes. De tuin zat vol. Ik geniet er zo van. Dit mag blijven duren, zolang het me lukt”, blijft ze haar dolenthousiaste zelve.

https://www.youtube.com/watch?v=Q6A0KDwlPUY

Marie-Jeanne is er voor in de wieg gelegd. Letterlijk. Als klein meisje droomde ze er al van om gastvrouwtje en mama te spelen. Het leven had het snel ook effectief voor haar in petto, zo blijkt.

LENTE

Marie-Jeanne Roose, haar meisjesnaam, wordt geboren op 4 mei 1939. Een thuisbevalling in de Gapaardstraat, in de schaduw van het Astridpark. “Mijn pa moest in die periode eigenlijk naar het leger voor de oorlog. Maar hij sloot zich aan bij de brandweer en mocht zo in Brugge blijven. Mijn pa was een hele goeie mecanicien. In mijn ogen was hij eigenlijk een ingenieur, maar hij had de studies niet kunnen volgen. Hij kon alles.”

Ik heb het gevoel dat je een fijne opvoeding hebt gekend als ik je zo positief hoor spreken.

“We hadden een heel gelukkige kindertijd. Ik was een kakkernestje. Toen ik klein was zijn mijn ouders verhuisd naar Kristus-Koning. Er stonden daar toen nog bijna geen huizen. Zo hadden wij een heel groot domein om op te ravotten. Ik was nog heel klein tijdens de oorlog, maar herinner me nog hoe we in de schuilkelders kropen als de bommenwerpers overvlogen. Ik weet ook nog de allereerste keer dat ik een banaan at. Ik was zes en had die van een Britse soldaat gekregen.”

Hoe zag je schoolcarrière er uit?

“Ik ging eerst naar de lagere school aan de kerk van Kristus-Koning. Maar toen ik twaalf was, moesten we met de hele klas naar het lichaam van een overleden zuster gaan kijken. Ik heb dat beeld nooit kunnen vergeten. Ik vroeg mijn mama om niet meer naar een katholieke school te moeten gaan. Ik heb nog een jaar of drie aan de Maricolen gezeten voor mijn lager middelbaar. Daarna ben ik gestopt met school.”

Waarom?

“Ik leerde mijn man André kennen. Hij ging naar het atheneum en was twee jaar ouder. We waren muziekliefhebbers en gingen graag samen dansen. We werden dolverliefd en wilden al snel trouwen. Ik was 16, André 18 toen we in het huwelijksbootje stapten.”

Pardon?

(lacht) “Het was niet van moeten, hoor. Ik was een echt meisje. Ik was dol op koken, helpen in het gezin en ik droomde van kinderen. Ik wou het leven van huisje en tuintje, meer dan al de rest.”

Omdat je zelf warm opgevoed was?

“Inderdaad. Wij waren een heel hecht gezin en waren altijd bij elkaar. Ik ben altijd heel trost geweest op mijn ouders. Ik wou dat gevoel behouden. André was enig kind. Hij droomde ook van een groot gezin.”

Wat zeiden je ouders van die keuze om zo vroeg te trouwen?

“In het begin waren ze heel kwaad op mij. Maar uiteindelijk stemden ze toch toe. André en ik waren niet te houden.” (lacht)

Marie-Jeanne Pierins.
Marie-Jeanne Pierins.© Davy Coghe

ZOMER

Marie-Jeanne wordt op haar zeventiende al voor de eerste keer mama: een zoon Philip, huidig schepen in Brugge. Twee jaar later volgt een dochter Bettina. Nog eens drie jaar later ziet baby Dominique het levenslicht. Marie-Jeanne toont een zwart-witfoto van het meisje en wordt wat stiller.

André en ik trouwden toen ik er zestien was. Neen, het was niet van moeten, we waren dolverliefd op elkaar

“Toen ik in verwachting was van haar, kreeg ik waterfleuris, een longziekte. Opgelopen tijdens een fietstocht in de hevige wind. Mijn bevalling verliep vlot, maar Dominique kreeg na de geboorte het BCG-vaccin (spuitje tegen TBC, red.) omdat de dokters vreesden dat ze ook iets aan haar longen had. Maar ze was eigenlijk kerngezond. Op een ochtend vonden we haar dood in haar bedje. Ze was amper acht maanden. (even stil) De dokter wist niet wat er was gebeurd. Dat werd ook niet onderzocht in die tijd. Of ze wilden niets zeggen. André was in alle staten. Drie dagen voor haar dood had Dominique nog voor het eerst papa gezegd. Ze waren dol op elkaar en Dominique geleek ook goed op haar papa. Ze zit nog altijd in mijn hartje. We verhuisden en besloten toen om het bij twee kinderen te houden.”

Dat plan mislukte.

“André wou uiteindelijk toch nog een zoon. Een dochter zou te confronterend geweest zijn. Het is gelukkig een jongen geworden. Zes jaar na Dominique werd Vincent geboren (bassist bij Clouseau, red.). André werkte ondertussen na enkele jaren in de bouw in ‘t Suvéetje (textiel- en decoratiezaak, red.), dat zijn ouders uit de grond hadden gestampt. Ik werkte bij de firma De Jaegher in de winkel op de Burg. Ik verkocht koelkasten, wasmachines, noem maar op. Ook als kind speelde ik al van winkeltje. Op een dag zei mijn man dat ik moest komen helpen in ‘t Suvéetje omdat zijn moeder ziek werd. Ik heb daar de rest van mijn carrière gewerkt.”

HERFST

De familie Pierins breidt steeds verder uit. Er worden huizen en handelszaken gekocht en verkocht en het gezin van Marie-Jeanne en André verhuist in totaal een tiental keer. Zelfs naar Zeebrugge. In 2007 stranden Marie-Jeanne en André in Sint-Kruis.

Steken de wortels nu wel in de grond?

“Ja, hier vertrek ik niet meer. Ik heb ook nergens liever gewoond. Er leven hier veel herinneringen. Kort na onze verhuis is André ziek geworden. Darmkanker. Die heeft hij overwonnen met bakken chemo. Even later is hij thuis slecht gevallen. In het ziekenhuis zagen ze niet dat hij een bloedklonter had opgelopen. Hij kon uiteindelijk niet meer stappen. Ik heb negen jaar voor hem gezorgd. Maar het einde was het ergste, in december zal het vier jaar geleden zijn.”

Wat is er gebeurd?

“Ik kampte, en vandaag nog, met evenwichtsstoornissen door kristallen in mijn nek. Ik viel van de trap. In het ziekenhuis opereerden ze me in allerijl aan mijn hersenen. Elf dagen lang lag ik in coma. André werd ook opgenomen in het ziekenhuis. Er moest iemand voor hem zorgen, hé. Die avond zei hij tegen de kinderen: ‘mama zal sterven en ik ook’. Hij zou half gelijk krijgen. Negen jaar lang liep hij hier thuis geen verkoudheidje op. Twee dagen na zijn opname liep hij in het ziekenhuis een dubbele longontsteking op. Diezelfde avond nog is hij overleden. Toen ik bijkwam enkele dagen later, vertelde de dokter me dat André was overleden. Ik was ontroostbaar. De dokter zei dat ik geen verdriet moest hebben, dat mijn ventje op was. We zijn zestig jaar getrouwd geweest.”

Hoe vul je de dagen zonder hem?

“Een vriendin van mij is 85 jaar en komt al vijf jaar elke dag eten. Tante Lora noemen we haar. Een mooi en tof madamtje hoor. Tante Lora is beginnend dement. Ik zorg voor haar. Maar zij ook voor mij. Dankzij haar ben ik niet alleen. Zij gaat elke dag wandelen met mijn hondje, Bijou. Een Jack Russell van 14 jaar. Ook ‘s avonds eet ze mee. Ik sta toch de hele dag in de keuken. Ik krijg ook bezoek van familie en buren. Vervelen doe ik me niet.”

Hoeveel kleinkinderen heb je?

“Zes prachtige kleinkinderen. Ik heb ook al één achterkleinkind, Emilia. Philip zijn kleindochter. Anderhalf jaar is ze pas en ze telt al tot twaalf. Heb je dat al geweten? Ik ben dol op haar. En het is zo’n schoontje. Kijk maar.” (scrollt vlot door de foto’s op haar smartphone)

Het is opvallend hoe ‘mee’ met de tijd je bent. Niet veel 80-jarigen werken vlotjes met de smartphone.

(enthousiast) “Ik heb nog een iPad ook, hoor. Ik wil nog met alles mee zijn. Ik lees ook veel. De Tijd, bijvoorbeeld. Om mee te blijven met onze aandelen en investeringen. André is gestorven, maar ik ben niet gestopt met leven. Hij zei altijd: ‘Kijk nooit achter je meistje, ook al gebeurt er iets met mij’.”

WINTER

Marie-Jeanne is een brok energie, maar ontsnapte al een keer aan de dood. Ze beseft ook dat iedereen een houdbaarheidsdatum heeft.

Voel je je oud, Marie-Jeanne?

“Neen, totaal niet. Ik probeer me goed te houden. Ik heb wel eens verdriet, voor André en voor Dominique. Mijn kindje staat altijd voor me als ik in de keuken aan het werk ben. (wijst naar het fotootje boven het keukenwerkblad) Ik zeg haar elke dag goeiedag. Mijn geheim om jong te blijven? Positief en vriendelijk zijn.”

Hoe kijk je de dood tegemoet?

“Mijn foto staat al naast die van André op zijn grafsteen. Ik weet ook al hoe ik wil sterven. Hier, in huis. Dat is mijn droom. Ik wil mijn uitvaart hier in de tuin. Ik wil in een open kist liggen, helemaal opgemaakt. Laat de mensen maar een fles of 30 champagne drinken, met een man of 50 rond me. Vincent moet muziek spelen en erna wil ik naar het kerkhof gebracht worden. (resoluut) En dan gedaan.”

Ben je bang?

“Vroeger wel, nu niet meer. Sinds het overlijden van mijn man en mijn coma heb ik het gevoel dat er nog iets volgt. Dat ik mijn man nog zal terugzien. Ik geloof in God. God zie ik niet voor als fysiek persoon, maar iets na het leven. Ik kan dat niet goed omschrijven.”

Hoe wil je herinnerd worden?

“Als weduwe Pierins. De naam Roose hoeft niet. Ik wil herinnerd worden als een mama, oma en nonna – oma in het Italiaans. En dat ik als persoon nooit bewust mensen pijn heb gedaan. Weet je, ik heb een prachtleven gehad. Ik ben altijd gelukkig geweest. André en ik zeiden dat vaak tegen elkaar: ‘wat zijn wij toch gelukzakken’.”


4 GROTE VRAGEN


Waar heb je spijt van?

“Ik heb een jeugdvriendin pijn gedaan, een jaar of twintig geleden, ook al was dat niet de bedoeling. Ik ga niet te diep ingaan op de inhoud, maar ze heeft me laten vallen omdat ik volgens haar iets verkeerd had gezegd. Ik heb haar onlangs nog gebeld om het te proberen bij te leggen. Leer toch eens vergeven, zei ik haar. Als je niet vergeeft, ben je geen mens. Maar het was tevergeefs, ze is nog altijd kwaad. Ik hou er niet van om mensen pijn te doen. Daar heb ik dus wel spijt van. Ik hoop dat de plooien ooit nog platgestreken worden.”

Waar ben je het meest trots op?

“Op mijn kinderen. Ze zijn alle drie heel intelligent en hebben veel bereikt. Of wij dat gepusht hebben? Nee, dat is allemaal automatisch gekomen. Dat is hun eigen verdienste. Philip zijn oudste dochter is ook een krak. Ze is marketing director bij een Amerikaanse firma en woont en werkt in Amsterdam. Maar vraag me niet welk bedrijf dat is. (lacht) Ik ben ook trots op mijn mantelzorgster. Dat mag eens gezegd worden. Ze komt al veertien jaar, eerst voor mijn man en nu al enkele jaren voor mij. Ik heb artrose en krijg af en toe last van die kristallen in mijn nek, met evenwichtsstoornissen tot gevolg. Maar klagen doe ik niet. Iedereen heeft eens pijn, hé.”

Wat zou je anders gedaan hebben?

“Ik zou tijdens mijn leven nog veel dichter willen gestaan hebben bij de mensen die ik graag zie. Bij hen die ik niet kan missen. Ik heb dat soms te weinig getoond. Misschien had ik eens een extra knuffel moeten geven. (even stil) Ik zou ook willen dat mijn kinderen nooit moeten afzien. Onze Vincent is nog serieus ziek geweest. Dat heb je natuurlijk niet in de hand, maar toch. En ik zou wat verder gereisd hebben. Meer dan Italië, Zwitserland en Frankrijk heb ik niet gedaan. Maar we zijn altijd gelukkig geweest. Een gemis is dat dus niet.”

Welke droom wil je nog realiseren?

“Ik heb heel veel vrienden en vriendinnen in Italië. Mijn beste vriendin is 88 geworden en is nog niet zo lang weduwe. Ze woont in Firenze. Mijn droom is daar nog eens naartoe te gaan. En naar mijn dochter Bettina die in Andalusië woont. Zij is verhuisd nadat ze met ‘t Suvéetje is gestopt. En uiteraard droom ik ervan dat mijn hondje en Tante Lora nog lang mogen leven. En dat we nog lang het buurtfeest kunnen houden.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.