Een heerlijk stukje fruitcake en een koffietje wachten ons op ten huize Pierins in Bos en Lommer, Male. Dieper in het gesprek volgt zelfs nog een coupeke champagne. Het is weduwe Pierins - zoals ze zichzelf graag noemt - ten voeten uit. Gastvrij, sociaal, als ze haar medemens maar in de watten kan leggen.
...

Een heerlijk stukje fruitcake en een koffietje wachten ons op ten huize Pierins in Bos en Lommer, Male. Dieper in het gesprek volgt zelfs nog een coupeke champagne. Het is weduwe Pierins - zoals ze zichzelf graag noemt - ten voeten uit. Gastvrij, sociaal, als ze haar medemens maar in de watten kan leggen. Enkele weken geleden uitte die gastvrijheid zich opnieuw in een groot wijkfeest voor de hele buurt in Marie-Jeannes tuin. Het derde jaar op rij al. Met de eerste editie twee jaar geleden haalde weduwe Pierins zelfs het nationale nieuws. Het concept: de buren leren kennen en vermijden dat mensen vergeten zouden worden. "Ook dit jaar was een succes. De tuin zat vol. Ik geniet er zo van. Dit mag blijven duren, zolang het me lukt", blijft ze haar dolenthousiaste zelve. Marie-Jeanne is er voor in de wieg gelegd. Letterlijk. Als klein meisje droomde ze er al van om gastvrouwtje en mama te spelen. Het leven had het snel ook effectief voor haar in petto, zo blijkt.LENTEMarie-Jeanne Roose, haar meisjesnaam, wordt geboren op 4 mei 1939. Een thuisbevalling in de Gapaardstraat, in de schaduw van het Astridpark. "Mijn pa moest in die periode eigenlijk naar het leger voor de oorlog. Maar hij sloot zich aan bij de brandweer en mocht zo in Brugge blijven. Mijn pa was een hele goeie mecanicien. In mijn ogen was hij eigenlijk een ingenieur, maar hij had de studies niet kunnen volgen. Hij kon alles.""We hadden een heel gelukkige kindertijd. Ik was een kakkernestje. Toen ik klein was zijn mijn ouders verhuisd naar Kristus-Koning. Er stonden daar toen nog bijna geen huizen. Zo hadden wij een heel groot domein om op te ravotten. Ik was nog heel klein tijdens de oorlog, maar herinner me nog hoe we in de schuilkelders kropen als de bommenwerpers overvlogen. Ik weet ook nog de allereerste keer dat ik een banaan at. Ik was zes en had die van een Britse soldaat gekregen." "Ik ging eerst naar de lagere school aan de kerk van Kristus-Koning. Maar toen ik twaalf was, moesten we met de hele klas naar het lichaam van een overleden zuster gaan kijken. Ik heb dat beeld nooit kunnen vergeten. Ik vroeg mijn mama om niet meer naar een katholieke school te moeten gaan. Ik heb nog een jaar of drie aan de Maricolen gezeten voor mijn lager middelbaar. Daarna ben ik gestopt met school.""Ik leerde mijn man André kennen. Hij ging naar het atheneum en was twee jaar ouder. We waren muziekliefhebbers en gingen graag samen dansen. We werden dolverliefd en wilden al snel trouwen. Ik was 16, André 18 toen we in het huwelijksbootje stapten."(lacht) "Het was niet van moeten, hoor. Ik was een echt meisje. Ik was dol op koken, helpen in het gezin en ik droomde van kinderen. Ik wou het leven van huisje en tuintje, meer dan al de rest.""Inderdaad. Wij waren een heel hecht gezin en waren altijd bij elkaar. Ik ben altijd heel trost geweest op mijn ouders. Ik wou dat gevoel behouden. André was enig kind. Hij droomde ook van een groot gezin.""In het begin waren ze heel kwaad op mij. Maar uiteindelijk stemden ze toch toe. André en ik waren niet te houden." (lacht)ZOMERMarie-Jeanne wordt op haar zeventiende al voor de eerste keer mama: een zoon Philip, huidig schepen in Brugge. Twee jaar later volgt een dochter Bettina. Nog eens drie jaar later ziet baby Dominique het levenslicht. Marie-Jeanne toont een zwart-witfoto van het meisje en wordt wat stiller."Toen ik in verwachting was van haar, kreeg ik waterfleuris, een longziekte. Opgelopen tijdens een fietstocht in de hevige wind. Mijn bevalling verliep vlot, maar Dominique kreeg na de geboorte het BCG-vaccin (spuitje tegen TBC, red.) omdat de dokters vreesden dat ze ook iets aan haar longen had. Maar ze was eigenlijk kerngezond. Op een ochtend vonden we haar dood in haar bedje. Ze was amper acht maanden. (even stil) De dokter wist niet wat er was gebeurd. Dat werd ook niet onderzocht in die tijd. Of ze wilden niets zeggen. André was in alle staten. Drie dagen voor haar dood had Dominique nog voor het eerst papa gezegd. Ze waren dol op elkaar en Dominique geleek ook goed op haar papa. Ze zit nog altijd in mijn hartje. We verhuisden en besloten toen om het bij twee kinderen te houden.""André wou uiteindelijk toch nog een zoon. Een dochter zou te confronterend geweest zijn. Het is gelukkig een jongen geworden. Zes jaar na Dominique werd Vincent geboren (bassist bij Clouseau, red.). André werkte ondertussen na enkele jaren in de bouw in 't Suvéetje (textiel- en decoratiezaak, red.), dat zijn ouders uit de grond hadden gestampt. Ik werkte bij de firma De Jaegher in de winkel op de Burg. Ik verkocht koelkasten, wasmachines, noem maar op. Ook als kind speelde ik al van winkeltje. Op een dag zei mijn man dat ik moest komen helpen in 't Suvéetje omdat zijn moeder ziek werd. Ik heb daar de rest van mijn carrière gewerkt."HERFSTDe familie Pierins breidt steeds verder uit. Er worden huizen en handelszaken gekocht en verkocht en het gezin van Marie-Jeanne en André verhuist in totaal een tiental keer. Zelfs naar Zeebrugge. In 2007 stranden Marie-Jeanne en André in Sint-Kruis. "Ja, hier vertrek ik niet meer. Ik heb ook nergens liever gewoond. Er leven hier veel herinneringen. Kort na onze verhuis is André ziek geworden. Darmkanker. Die heeft hij overwonnen met bakken chemo. Even later is hij thuis slecht gevallen. In het ziekenhuis zagen ze niet dat hij een bloedklonter had opgelopen. Hij kon uiteindelijk niet meer stappen. Ik heb negen jaar voor hem gezorgd. Maar het einde was het ergste, in december zal het vier jaar geleden zijn.""Ik kampte, en vandaag nog, met evenwichtsstoornissen door kristallen in mijn nek. Ik viel van de trap. In het ziekenhuis opereerden ze me in allerijl aan mijn hersenen. Elf dagen lang lag ik in coma. André werd ook opgenomen in het ziekenhuis. Er moest iemand voor hem zorgen, hé. Die avond zei hij tegen de kinderen: 'mama zal sterven en ik ook'. Hij zou half gelijk krijgen. Negen jaar lang liep hij hier thuis geen verkoudheidje op. Twee dagen na zijn opname liep hij in het ziekenhuis een dubbele longontsteking op. Diezelfde avond nog is hij overleden. Toen ik bijkwam enkele dagen later, vertelde de dokter me dat André was overleden. Ik was ontroostbaar. De dokter zei dat ik geen verdriet moest hebben, dat mijn ventje op was. We zijn zestig jaar getrouwd geweest.""Een vriendin van mij is 85 jaar en komt al vijf jaar elke dag eten. Tante Lora noemen we haar. Een mooi en tof madamtje hoor. Tante Lora is beginnend dement. Ik zorg voor haar. Maar zij ook voor mij. Dankzij haar ben ik niet alleen. Zij gaat elke dag wandelen met mijn hondje, Bijou. Een Jack Russell van 14 jaar. Ook 's avonds eet ze mee. Ik sta toch de hele dag in de keuken. Ik krijg ook bezoek van familie en buren. Vervelen doe ik me niet.""Zes prachtige kleinkinderen. Ik heb ook al één achterkleinkind, Emilia. Philip zijn kleindochter. Anderhalf jaar is ze pas en ze telt al tot twaalf. Heb je dat al geweten? Ik ben dol op haar. En het is zo'n schoontje. Kijk maar." (scrollt vlot door de foto's op haar smartphone)(enthousiast) "Ik heb nog een iPad ook, hoor. Ik wil nog met alles mee zijn. Ik lees ook veel. De Tijd, bijvoorbeeld. Om mee te blijven met onze aandelen en investeringen. André is gestorven, maar ik ben niet gestopt met leven. Hij zei altijd: 'Kijk nooit achter je meistje, ook al gebeurt er iets met mij'."WINTERMarie-Jeanne is een brok energie, maar ontsnapte al een keer aan de dood. Ze beseft ook dat iedereen een houdbaarheidsdatum heeft. "Neen, totaal niet. Ik probeer me goed te houden. Ik heb wel eens verdriet, voor André en voor Dominique. Mijn kindje staat altijd voor me als ik in de keuken aan het werk ben. (wijst naar het fotootje boven het keukenwerkblad) Ik zeg haar elke dag goeiedag. Mijn geheim om jong te blijven? Positief en vriendelijk zijn.""Mijn foto staat al naast die van André op zijn grafsteen. Ik weet ook al hoe ik wil sterven. Hier, in huis. Dat is mijn droom. Ik wil mijn uitvaart hier in de tuin. Ik wil in een open kist liggen, helemaal opgemaakt. Laat de mensen maar een fles of 30 champagne drinken, met een man of 50 rond me. Vincent moet muziek spelen en erna wil ik naar het kerkhof gebracht worden. (resoluut) En dan gedaan.""Vroeger wel, nu niet meer. Sinds het overlijden van mijn man en mijn coma heb ik het gevoel dat er nog iets volgt. Dat ik mijn man nog zal terugzien. Ik geloof in God. God zie ik niet voor als fysiek persoon, maar iets na het leven. Ik kan dat niet goed omschrijven.""Als weduwe Pierins. De naam Roose hoeft niet. Ik wil herinnerd worden als een mama, oma en nonna - oma in het Italiaans. En dat ik als persoon nooit bewust mensen pijn heb gedaan. Weet je, ik heb een prachtleven gehad. Ik ben altijd gelukkig geweest. André en ik zeiden dat vaak tegen elkaar: 'wat zijn wij toch gelukzakken'."