De 100 dagen van schepen Michèle Hostekint, van Amsterdam tot Roeselare

De laatstejaars van de Roeselaarse scholen vierden hun laatste 100 dagen op de schoolbanken van de middelbare school. Hoe werd dat vroeger gevierd en was de jeugd toen braver dan nu? We vroegen het aan de Roeselaarse schepen Michèle Hostkint.

Michèle Hostekint: “Ik herinner me niet veel meer van onze uitstap naar Amsterdam.” © Stefaan Beel

“Ik heb mijn 100 dagen gevierd in het schooljaar 1994-1995”, begint Michèle Hostekint haar verhaal. “Ik zat in het zesde Latijn-Talen in het Koninklijk Atheneum in de Hugo Verrieststraat en net zoals alle zesdejaars keken we enorm uit naar die dag. Maar het jaar voordien waren er met de 100 dagen een beetje problemen geweest in de stad. Dat was de eerste keer dat er vetstiften waren opgedoken en die zorgden voor besmeurde gevels en veel wrevel.”

“Onze school had daar eigenlijk perfect op ingespeeld om zeker niet in opspraak te komen die dag. Niet dat we daar de vorige jaren problemen mee hadden gehad. Maar onder het motto ‘voorkomen is beter dan genezen’ besliste de directie dat de laatstejaars met de 100 dagen op uitstap buiten Roeselare mochten. En de laatstejaars mochten zelf kiezen waar ze naartoe trokken (lacht).”

“Wij hebben dan maar voor een dagje Amsterdam gekozen. Dat betekende dat we al van ‘s morgens vroeg uit Roeselare vertrokken om pas opnieuw thuis te komen als de laatstejaarsfuif al een tijdje aan de gang was. Gelukkig was ‘t Wiel van Henk en Filip al vroeg open en stond men daar om zes uur ‘s morgens al op de tafels te dansen. En dan vlogen wij op de bus richting Amsterdam.”

“Van ‘s morgens vroeg al op de tafels dansen in ‘t Wiel”

“Ik herinner mij daar eigenlijk gezegd niet zo veel meer van. Neen, niet omdat ik te veel had gedronken (lacht). We zullen daar wel leuke zaken gedaan hebben maar we hebben ook veel getsjoold. En verkleed waren we niet. In Roeselare was dat geen probleem maar wij zouden ons misschien een beetje belachelijk gemaakt hebben wanneer we allemaal in konijn verkleed door Amsterdam waren gelopen.”

Speciaal moment

“Toen we dan ‘s avonds in Roeselare arriveerden, zijn de meesten ongetwijfeld nog naar de fuif geweest maar ook dat heeft geen blijvende indruk nagelaten op mij.”

“Het allerleukste aan de 100 dagen is de voorbereiding en het opbouwen naar de grote dag. Het is spannend: er worden wilde plannen gemaakt en zotte veronderstellingen gedaan over wat er die dag allemaal zou gebeuren. Dat het ‘wild’ zou zijn, stond als een paal boven water. Het is ook wel een speciaal moment: het is het einde van een levensfase, je bent 17 jaar en je gaat de laatste 100 dagen in met leerlingen die je later misschien nooit meer zult zien.”

“GAS-boetes? Zo weinig mogelijk want men mag die dag een beetje meer begrip voor de jeugd opbrengen. Maar diezelfde jeugd moet ook verantwoordelijkheid dragen. En de idee om die jongeren die toch een GAS-boete oplopen gemeenschapswerk te laten doen, vind ik niet slecht.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.