"Deze nieuwe wet van de federale overheid benadeelt de watersportgroepen", vertelt directeur Steven Desloovere van de Yacht-haven.
...

"Deze nieuwe wet van de federale overheid benadeelt de watersportgroepen", vertelt directeur Steven Desloovere van de Yacht-haven. "Wie bijvoorbeeld een bootje tussen 2,5 en 24 meter bezit, moet dat nu aangeven en een registratiekost van 150 euro betalen. Een extra soort taks dus. Vooral voor scholingsclubs met meerdere bootjes is dat een grote kost. Wie trouwens al jarenlang een bootje heeft dat sneller gaat dan 20 km/uur of groter is dan 15 meter, zoals sportvissers, moet tegen 2021 een examen afleggen. Er is in de wet wel een overgangsperiode voorzien, maar er zijn geen overgangsmaatregelen", zucht hij. "Zelfs de Vlaamse Overheid vroeg aan de federale overheid om nieuw overleg, maar die weigerde." Ook de unisportfederatie Wind en Watersport Vlaanderen (WWSV) bleef tot op het laatste moment op enkele pijnpunten van de wet hameren, maar toch drukte de federale overheid door. Daarop besloten tal van watersportclubs uit protest een zwarte vlag te hijsen in de zomer."Wij verlangen voor ervaren booteigenaars plausibele overgangsmaatregelen", beaamt een afgevaardigde van de WWSV. "Stel dat die personen nu een brief of enig ander gecertificeerd bewijs van een federatie hebben, zou dat toch voldoende moeten zijn om die mensen geen examen meer te laten doen?" Verder vindt de afgevaardigde ook dat voor nieuwe booteigenaars duidelijk gemaakt moet worden wat van hen verwacht wordt. "De federatie is voor scholing en duidelijke eindtermen, maar dan moet ook duidelijk bepaald worden waartoe deze examens dienen. Wat is veilig varen? Naar welke kennis wordt gepeild?", vraagt hij zich af. Andere maatregelen in de wet zijn een strenger beleid omtrent het dragen van een reddingsvest en de erkenning en aanpassing van brevetten en diploma's voor de kleinzeilerij. Toch zijn er ook enkele goede punten in de wet volgens de WWSV. "We moeten nu dan wel die verregaande registratieplicht eenmalig betalen, maar die vervalt elke vijf jaar. Die zal gratis te verlengen zijn en de overheid zal zelf de eigenaars aanschrijven om te vernieuwen, terwijl vroeger eigenaars hier zelf aan moesten denken. Op zich getuigt dit wel van een goede controle", vertelt de afgevaardigde. Het kabinet van federaal minister voor Noordzee Philippe De Backer (Open VLD) zegt dat deze wetgeving het beste compromis was voor alle partijen: "De gedachte achter deze wetgeving was om de vrijheid van de sporters te vergroten en ook de veiligheid te garanderen. Wij zijn tot op vandaag op alle vragen tot overleg ingegaan en steeds tot een compromis gekomen dat ook goedgekeurd is door de Vlaamse overheid." Het kabinet verduidelijkt ook dat er omtrent de registratieplicht van 150 euro nog gesprekken lopen om eventueel voor grote clubs een korting bij groepsaankoop te voorzien. "Al dateert deze prijsverhoging al van 2015 en hebben de clubs jaren de tijd gehad om zich in regel te stellen", klinkt het. Op de vraag of een gecertificeerd bewijs van een federatie niet volstaat zodat ervaren booteigenaars geen examens hoeven af te leggen had het kabinet het volgende te zeggen: "Wij wachten de resultaten van de werkgroep af om een beslissing te nemen over hoe de ervaring van de booteigenaars opgemaakt kan worden. Wij zijn er zeker van dat er een aanvaardbare oplossing uit de bus zal komen waar alle partijen zich in zullen vinden. Er is hier nog tijd voor, want deze maatregelen zijn maar van toepassing van 2022."(DV)