In 2011 vatte Chris Weymeis zijn immense taak aan: de ruim 360 straten in de Brugse binnenstad één voor één onder de loep nemen. Bij uitgeverij Van de Wiele is het zesde deel van de reeks Van Academiestraat tot Zwijnstraat zopas uit. Tegelijkertijd worden de vorige boekdelen heruitgebracht, zodat geïnteresseerde Bruggelingen de hele reeks samen kunnen kopen.
...

In 2011 vatte Chris Weymeis zijn immense taak aan: de ruim 360 straten in de Brugse binnenstad één voor één onder de loep nemen. Bij uitgeverij Van de Wiele is het zesde deel van de reeks Van Academiestraat tot Zwijnstraat zopas uit. Tegelijkertijd worden de vorige boekdelen heruitgebracht, zodat geïnteresseerde Bruggelingen de hele reeks samen kunnen kopen."In plaats van per wijk of parochie te werken, beschrijf ik de Brugse straten alfabetisch", zegt auteur Chris Weymeis. "Niet alleen uit commerciële redenen, maar zo kunnen de lezers makkelijker de info over een straat opzoeken. Ik geef telkens een beknopte uitleg over de betekenis van de straat en belicht vervolgens belangrijke historische gebouwen en figuren." "Daarbij vertel ik leuke weetjes. Zo verstopte de Vlaamse graaf Lodewijk van Male zich onder het bed van een arme weduwe, in haar huis in de Sint-Amandsstraat, voor de Gentse troepen, na de slag om het Beverhoutsveld in 1382."Volgens de auteur was de volkse herberg Sint-Ivo, die zich naast de pastoorswoning in de Sint-Salvatorskerkstraat bevond, de ontmoetingsplaats van de Brugse Maffia, een geheim verbond van schrijvers, schilders, beeldhouwers en politici. "Het bekendste lid was Achiel Van Acker, naast Raymond Brulez, Jan Schepens, Jan Vercammen en Karel Jonckheere. Deze maffia lag aan de basis van de oprichting van uitgeverij De Garve. Overigens was de Brugse zwemkampioen Jan Guilini, die tijdens WO II als verzetsman werd terechtgesteld en naar wie het stedelijk zwembad genoemd werd, de café-uitbater."Voor het sprokkelen van al die historische weetjes moest Chris Weymeis niet eens naar het stadsarchief of de bib. Deze gids heeft de voorbije halve eeuw een rijke verzameling naslagwerken over Brugge vergaard. Enkel voor de 120 illustraties moest hij op derden een beroep doen: de Brugse Beeldbank, heemkundige Jaak Rau en fotograaf Jan Vernieuwe. Ongetwijfeld zullen de lezers in het boek straten ontdekken, waarvan ze het bestaan niet vermoedden. Wij hadden nog nooit gehoord van de Spikkelboorstraat, een doodlopend steegje in de Beenhouwersstraat.