Voor dit gesprek ontmoeten we Marec in De Loge. Neen, niet in een geheime vrijmetselaarstempel, maar wel in de ontmoetingslek in de Sint-Jakobsstraat die als het ware het hoofdkwartier vormt van de uitgeverij die hij samen met Pieter Aspe uit de grond stampte. "Iedereen kan hier iets komen drinken en al onze boeken zijn er te koop. Oude en nieuwe vrienden komen hier graag over de vloer, dus het kan gezellig druk worden in De Loge", weet Marec.
...

Voor dit gesprek ontmoeten we Marec in De Loge. Neen, niet in een geheime vrijmetselaarstempel, maar wel in de ontmoetingslek in de Sint-Jakobsstraat die als het ware het hoofdkwartier vormt van de uitgeverij die hij samen met Pieter Aspe uit de grond stampte. "Iedereen kan hier iets komen drinken en al onze boeken zijn er te koop. Oude en nieuwe vrienden komen hier graag over de vloer, dus het kan gezellig druk worden in De Loge", weet Marec."Toch wel. Nu teken ik wel voor en over heel het land, maar aanvankelijk werkte ik lokaal en was mijn werk dus op Brugge gericht. Die ervaringen uit mijn kindertijd en jeugd in de wijk waar ik opgroeide, de directe omgeving van de Sint-Jakobskerk, heb ik natuurlijk meegenomen. Ook mijn goede vriend Pierre Aspeslagh (schrijver Pieter Aspe, red.) is hier trouwens opgegroeid. Mijn vader was drukker bij de krant Burgerwelzijn, destijds de concurrent van 't Brugsch Handelsblad. Die drukkerij was toen gevestigd in de Zilverstraat. Na schooltijd ging ik er graag heen om dat allemaal goed te bekijken. Ik vond het een fascinerende wereld. De geuren en vooral het enorme lawaai dat die machines maakten... Dat is me altijd bijgebleven. Die drukkerswereld en het maken van kranten; het is wel duidelijk dat dit al in de richting ging van mijn latere beroepsbezigheden.""In mijn herinnering teken ik echt al van in mijn prille kindertijd. Aanvankelijk tekende ik gewoon zaken af die ik mooi vond, maar op mijn twaalfde maakte ik mijn eerste echte werkje: een strip over voetbal waarin mijn jongere broer dan de hoofdrol speelde. Ik maakte regelmatig een nieuwe aflevering in het vervolgverhaal en mijn broertje was dan telkens heel benieuwd naar wat hij allemaal zou gaan beleven in de strip." (lacht) "Ook een ontmoeting met mijn neef Guido De Cloedt, die cartoonist was bij het Brugsch Handelsblad, was bepalend voor mij. Die ontmoeting vond jammer genoeg plaats in het oude Sint-Jansziekenhuis waar hij op zijn 27ste stierf aan de gevolgen van een mislukte operatie. Vele jaren later heb ik zijn werk opnieuw opgezocht en bestudeerd. Mijn meter Simonne Minnebo speelde ook een grote rol. Zij was goed thuis in de artistieke wereld en overtuigde mijn ouders om me naar de Academie hier in Brugge te laten gaan. Gelukkig luisteren mijn ouders naar haar en niet naar het PMS (nu CLB, red.), dat me aanraadde om economie te gaan studeren." "Toen ik tegen die mensen van het PMS zei dat ik striptekenaar wilde worden, keken ze eens meewarig. 'Maar jongen toch, enkel Marc Sleen en Willy Vandersteen kunnen daar van leven', zeiden ze me. Ik ben mijn meter dus nog altijd dankbaar. (lacht) De Academie, dat was echt een wereld die voor me openging, een openbaring. Alleen al dat prachtige gebouw op zich...""Dat klopt. Na de Academie kon ik bij drukkerij Die Keure langs de Oude Gentweg aan de slag, waar ik instond voor de prepress. Ik verdiende er mijn brood, maar ik kan niet zeggen dat ik dat echt graag deed. Er waren wel sympathieke collega's, maar dat bedrijf was heel strak hiërarchisch georganiseerd en je moest er dus niet aan denken buiten de lijntjes te kleuren... Meer dan twaalf jaar heb ik daar gewerkt. Ik had nogal vroeg een gezin met kinderen en moest dus wel wat zekerheid bieden. Maar al die jaren bleef ik gefocust op mijn uiteindelijke doel: zelfstandig leven van mijn eigen tekenwerk. Ik liet zelfs een aangeboden mooie job bij de decor-afdeling van de BRT liggen omdat ik dan te lang onderweg zou zijn, zo iedere dag naar Brussel, en geen tijd meer zou hebben om thuis te tekenen.""Op een dag, begin jaren '80, zat ik een stripverhaal te tekenen op panelen tegen de muren van het café De Versteende Nacht in de Langestraat. Ik werd er aangesproken door drie mannen - Eric Van Hove, Marnix Puyppe en Jan Rachels - die me vertelden dat ze van plan waren om een satirisch, kritisch magazine op te richten en dat ze een tekenaar zoals ik wel konden gebruiken. Het magazine Kan't? was geboren en ik mocht mee aan boord. Een tijdje later is dat magazine omgevormd tot de Uitkrant waarvan Jon Misselyn jarenlang hoofdredacteur was." "Daar kon ik echt mijn creatieve hart ophalen. De Uitkrant volgde vooral het culturele leven in Brugge op een kritische manier en wilde het stof van de in onze ogen wat oubollige stad blazen. Mijn cartoons waren toen eigenlijk een pak rauwer en harder dan ze nu zijn. We haalden met de Uitkrant ook stunts uit zoals het meegeven van xtc-pillen bij de krantjes... Het waren natuurlijk geen echte." (lacht)"We leefden op heel gespannen voet met de toenmalige socialistische schepen van cultuur Hugo Stevens. De Uitkrant wilde van Brugge een moderne, vernieuwende stad maken, maar hij liep daar allemaal niet hoog mee op en werkte ons echt wel tegen. Dat zat vooral hoofdredacteur Jon Misselyn heel hoog. In die mate zelfs dat hij zich voornam met de Uitkrant te stoppen als Hugo Stevens na de verkiezingen opnieuw zou aangesteld worden als schepen van cultuur." "Hij werd effectief opnieuw schepen en de redactie besloot dan ook echt om met de Uitkrant te stoppen. Ik heb dat altijd spijtig gevonden. Het ironische aan heel dat verhaal is dat Hugo Stevens kort nadien zijn mandaat als schepen heeft moesten stopzetten omdat hij in dronken toestand een verkeersongeluk veroorzaakte... Dat is eigenlijk al een stripverhaal op zich!" (lacht)"Ja, ik werkte al een tijdje voor de regionale pagina's van Het Nieuwsblad. Daar heb ik de stiel geleerd van het op korte termijn aanleveren van cartoons over de actualiteit. Op een dag werd ik benaderd door Karel Anthierens die toen net hoofdredacteur van Het Volk was geworden, met de vraag om een dagelijkse cartoon te voorzien. Op dagelijkse basis werken voor een groot publiek; dat is wat ik echt wilde. Toen Het Volk opging in Het Nieuwsblad heb ik mijn werk gewoon voort kunnen zetten.""Een politicus zei me ooit dat het erger is om niet opgevoerd te worden in mijn cartoons dan om belachelijk gemaakt te worden erin. En het was dan net een politicus die ik niet vaak opvoerde die dat zei. (lacht) Op de Boekenbeurs kwam Bart De Wever me vertellen dat hij een fan is van mijn werk. Ik deel de meeste van zijn ideeën niet, maar ik heb wel respect voor wat hij presteert en het is zeker een man met humor. Dat hebben we genoeg gezien bij zijn fel gesmaakte doortocht in De Slimse Mens ter Wereld. Hij vertelde me dat hij het werk van cartoonisten in een democratie heel belangrijk vindt. Ik vind het wel jammer dat we de laatste jaren wat minder die humoristische kant van De Wever zien.""Het uitgangspunt is een oud waargebeurd verhaal dat Aspe kende en waar we dan voort op fantaseerden. Het speelt zich af in het Brugge en Parijs van eind 19de eeuw en legt een verband bloot tussen satanische missen en historische figuren, zoals de Brugse pastoor Ludovicus Van Haecke en de bekende auteur Joris-Karl Huysmans. Anders dan in mijn cartoons zijn de tekeningen erg gedetailleerd en zeer waarheidsgetrouw uitgewerkt. Ik heb er dan ook een minutieuze research voor verricht. De samenwerking met Aspe was heel boeiend en ik denk dat we goed op elkaar inspelen. We hebben de bedoeling om samen ieder jaar een nieuw, luxueus uitgegeven stripverhaal uit te brengen."