Burgemeester interviewt Batjesprinsessen: “Nu nog worden we erover aangesproken”

Kris Declercq mocht de Batjesprinsessen interviewen, v.l.n.r. Griet D'Autry, Els Decruw, Kris Declercq, Bernadette Leoen en Els Soenen. (foto SB) © STEFAAN BEEL Stefaan Beel
Thomas Dubois
Thomas Dubois Editieredacteur De Weekbode Roeselare – Izegem – Tielt

Bij de opening van de Batjes is er naar aanleiding van de 90ste verjaardag van de Batjes een heuse reünie van de Batjesprinsessen. Zoals het hoort met prinsessen zullen zij in stoet naar de Grote Markt gereden worden. Vooraf is er een receptie waarbij ongetwijfeld heel wat herinneringen opgehaald zullen worden. Twee weken voor de grote dag verzamelden vier van hen al eens voor een exclusief interview met burgemeester Kris Declercq als interviewer van dienst. Als voormalig junior journalist bij De Weekbode een terugkeer naar waar het allemaal begon.

Vier Batjesprinsessen van verschillende generaties verzamelden speciaal voor ons voor een interview over de verkiezing die jarenlang een vast onderdeel was van het Batjesgebeuren. Het gaat om Bernadette Leoen (66, Batjesprinses in 1976), Els Soenen (62, Batjesprinses in 1983), Griet D’Autry (53, Batjesprinses in 1988) en Els Decruw (51, Batjesprinses in 1990). Leuk detail: Els en Els zijn schoonzussen van elkaar. Els Soenen is getrouwd met Danny Decruw, de broer van Els. Het is door haar schoonzus dat Els Decruw uiteindelijk ook Batjesprinses werd.

Welkom dames, het is een eer om jullie hier rond de tafel te hebben! Zien jullie de reünie zitten?

Griet D’Autry: “Absoluut! Het is altijd fijn als we samenkomen met de Batjesprinsessen. De laatste keer was in 2016, toen naar aanleiding van de eerste editie van Miss Batjesprinses. We hebben allemaal hetzelfde meegemaakt en dat schept een band.”

Els Decruw: “Zoveel vrouwen samen, daar heb je vooral oordopjes voor nodig. Om maar te zeggen dat er veel ambiance is.” (lacht)

Bernadette Leoen: “Ik kijk er wel naar uit, maar ben als de dood voor die stoet. Dat zie ik helemaal niet zitten, ik denk dat ik het bij de receptie zal houden. Toen je destijds als Batjesprinses werd verkozen, was de rondrit in een open auto door de stad een vast gegeven, maar dat is niet echt iets voor mij.”

Els Soenen: “De reuzen stappen toch mee? Dan maken we voor jou speciaal een reus Bernadette, dan kan je toch mee in de stoet!”

Kunnen jullie nog eens uitleggen wat de verkiezing precies inhield?

Bernadette: “De verkiezing werd voor het eerst georganiseerd in 1972 met Monique Vantomme, die helaas overleden is, als eerste Batjesprinses. Een jaar daarvoor was er ook al de verkiezing van Batjeskoning en Batjeskoningin, maar die verkiezing vond maar een keer plaats. De laatste keer was in 1990 met Els Decruw als winnares.”

Els Soenen: “Batjesprinses was een eretitel voor jonge meisjes. In de verkiezing ging men op zoek naar iemand die de stad kon vertegenwoordigen tijdens de Batjes, maar ook later op het jaar. Het is een titel voor het leven, iets waar ze ons vandaag nog over aanspreken.”

Griet: “De wedstrijd was in twee delen opgedeeld. Eerst had je de preselectie en dan de effectieve finale met een zestal kandidates. Onze finale was in de hallen, maar de eerste jaren vond die telkens in de Beurs op het Stationsplein plaats.”

Hoe werd je Batjesprinses?

Els Decruw: “De kennis over Roeselare was primordiaal. Tijdens mijn verkiezing was VTM net opgericht en kregen we een filmpje over de stad te zien en daar kregen we dan verschillende vragen over. Het was zeker geen schoonheidswedstrijd, goed kunnen babbelen was veel belangrijker.”

Het werd vooral een geanimeerd interview tussen de dames én de burgemeester. (foto SB)
Het werd vooral een geanimeerd interview tussen de dames én de burgemeester. (foto SB) © STEFAAN BEEL Stefaan Beel

Els Soenen: “We moesten dansen, maar ook bijvoorbeeld een ludieke act op poten zetten. Ik kreeg als opdracht om als advocaat een zaak te verdedigen. Dat deed ik dan ook, helemaal verkleed en ludiek. Er was ook een theoretische proef en zelfs een opdracht waarbij je stemmen van bekende Roeselarenaars hoorde en dan moest raden wie je hoorde. Vooraf was het zaak om zoveel als mogelijk over Roeselare te weten te komen. En heel veel De Weekbode lezen!”

Griet: “De sfeer in de zaal was ook altijd top. Je moest er snel bij zijn om een ticket voor de show te bemachtigen. Dat was geen probleem, want al je vrienden en familie kwamen kijken. Ik herinner me nog het gejuich en de ambiance toen ik won. Dat was echt machtig. Na de uitreiking was er dan tijd voor de pers. Ik ben nog steeds blij dat ik deelgenomen heb, al heb ik mij zelf niet ingeschreven. Dat was mijn vader. Eerst stond ik er niet voor te springen, maar uiteindelijk heb ik het toch gedaan!”

Els Soenen: “Ik heb me zelf kandidaat gesteld. Mijn oma zei dat ik niet zou durven en ik heb haar het tegendeel bewezen!”

Els Decruw: “Ik was 12 toen mijn schoonzus Els deelnam aan de verkiezing en won. Dat vond ik zo fascinerend. Ik ben de wedstrijd blijven volgen en zodra ik kon deelnemen, heb ik dat ook gedaan. De eerste keer werd ik verkozen tot een van de eredames, een jaar later mocht ik het kroontje opzetten!”

Kregen jullie, naast de eeuwige eer, ook andere prijzen?

Bernadette: “Een reis naar Tenerife, maar die heb ik nooit gedaan. Ik was bang om het vliegtuig te nemen en ik vermoed dat de waardebon ondertussen wel al verlopen zal zijn.”

Els Decruw: “En daarnaast heel veel bonnen voor de winkels in Roeselare. Je kon het zo gek niet bedenken of je kreeg er een bon voor. Ik kreeg ook een mooie geldprijs en mocht 14 dagen logeren in een appartement in Oostduinkerke.”

Griet: “Ik herinner me dat ik met een vriendin naar Tenerife geweest ben. Ik kreeg ook een stoof, maar die ben ik nooit gaan afhalen. Als 18-jarige kon ik daar echt niets mee doen.”

Els Soenen: “Daarnaast kregen we ook een blauwe mantel, kroontje en lintje!”

Tegenwoordig moeten winnaressen van missverkiezingen van de ene acte de présence naar de andere, was dat bij jullie ook zo?

Els Soenen: “De Batjesprinsesverkiezing kon je niet vergelijken met een missverkiezing, maar je werd inderdaad wel op heel wat plaatsen verwacht. Te beginnen met het Batjesweekend zelf!”

Bernadette: “Dat begon al bij de opening. Van ’t Vat van Rodenbach was er toen nog geen sprake. Tijdens mijn jaar werd er een reuzepan paëlla gemaakt en wij stonden daar dan bij. Ik herinner me dat het bloedheet was en dat ik daar stond in mijn lang kleed. Toen was je verplicht altijd in het lang te zijn.”

“Het is een titel voor het leven, iets waar ze ons vandaag nog over aanspreken”

Griet: “Bij ons volstond het om deftig voor de dag te komen. Dat hele Batjesweekend werd je echt geleefd. Men reed je rond in een auto door de mensenzee en eigenlijk was het drie dagen aan een stuk hetzelfde: een stukje rijden, ergens stoppen, een stukje rijden, opnieuw ergens stoppen. Meestal bij een partner of een sponsor. En dan moest je iedere keer iets eten of drinken. Het was belangrijk om er goed tegen te kunnen! Ik mocht ook een fotoshoot doen, daar heb ik nog altijd de foto’s van.”

Els Soenen: “Die shoot heb ik ook mogen doen. Ik heb toen die fotograaf gevraagd voor mijn huwelijk! Sponsors deden er op die manier hun voordeel mee.”

Els Decruw: “Na het Batjesweekend werd je uitgenodigd voor heel wat activiteiten, zoals de opening van de Jaarbeurs, een winkel of als er nieuwe uitbaters waren.”

Zijn jullie nog steeds van de partij tijdens de Batjes?

Els Soenen: “Als je vroeger niet naar de Batjes kwam, dan werd je niet aanzien als Roeselarenaar. Dat geldt misschien nu niet meer, maar het is wel nog fijn om er af en toe te passeren. Maar dan vooral voor de sfeer.”

Griet: “Ik ben zelf betrokken bij de organisatie van Plein Publique en dat is natuurlijk een van mijn favoriete plekken. De Batjes hebben een evolutie gemaakt. Het is meer dan shoppen, het is ook de ambiance, een stad die leeft en dat merk je vooral op Plein Publique.”

Bernadette: “De Batjes zijn zodanig ingebed dat je Roeselare niet meer kunt indenken zonder en zo hoort het ook!”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.