Op passagiers wachtende paardenkoetsen op de Burg en aan het Minnewater, het geratel van de karrewielen en het geklak van hoeven op de kasseien... het zijn beelden en geluiden die het toerisme in de Brugse binnenstad typeren, maar ondertussen al twee maanden niet meer te zien of te horen zijn.
...

Op passagiers wachtende paardenkoetsen op de Burg en aan het Minnewater, het geratel van de karrewielen en het geklak van hoeven op de kasseien... het zijn beelden en geluiden die het toerisme in de Brugse binnenstad typeren, maar ondertussen al twee maanden niet meer te zien of te horen zijn. De koetsiers zitten door de coronacrisis thuis, de paarden blijven op stal. En het ziet ernaar uit dat dit nog een tijd zo zal blijven."Uiteraard staan we in contact met het stadsbestuur en bespreken we de mogelijkheden om terug op te starten", zegt Mark Wentein, voorzitter van vzw Brugse koetsiers en zelf al 45 jaar actief in de paardenbranche. Hij runt samen met zijn zoon Mathias een grote en hypermoderne manege op het domein Fort Van Beieren in Koolkerke. "Maar het is niet evident. De toeristische rondritten per paardenkoets zitten in hetzelfde schuitje als de boottochtjes op de reien, de gidsbeurten en de Segwaytochten. We kunnen en mogen nu onze activiteiten niet uitoefenen. Dat is in deze fase van de bestrijding van het coronavirus ook niet mogelijk, want de landsgrenzen blijven gesloten en ook daguitstappen zijn nog niet toegestaan."De toeristische rondritten via paardenkoets of paardentram maken een wezenlijk deel uit van het Brugse toerisme. Brugge telt dertien vergunde koetsen en drie paardentrams. "In totaal gaat dit dan over een tachtigtal paarden. Na een dag werken moeten die immers twee dagen rusten volgens de voorschriften. En in alle koetsiersbedrijven samen zijn 35 mensen fulltime actief", stipt Mark Wentein aan. "Op de drukste momenten komen daar ook nog eens een pak jobstudenten bij, want de vaste koetsiers werken vijf dagen op zeven, maar de koetsen rijden elke dag van de week uit. Maar nu zit iedereen dus thuis.""Ik ben al tientallen jaren in deze sector actief, maar zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. Uiteraard hebben we al moeilijke periodes gekend. We hebben de naweeën van de terroristische aanslagen in Parijs en, nog erger, de aanslagen in Brussel meegemaakt. Daar had het toerisme in Brugge ook enorm zwaar onder te lijden. Maar de toeristische verplaatsingen waren niet verboden, de grenzen waren niet afgesloten. Wat we nu meemaken, is zonder voorgaande. We missen sowieso al een bijzonder mooi voorjaar, zeker met de prachtige paasvakantie. Het is in jaren niet zo'n mooi weer geweest in deze periode van het jaar", stelt Wentein, die meent dat ook de zomervakantie voor een groot stuk verloren zal gaan voor zijn bedrijf en dat van zijn collega's. "Het zijn vooral de buitenlandse toeristen die voor het gros van de omzet zorgen en wanneer die zullen terugkeren, is nog een groot vraagteken. Het lokale publiek uit de regio is maar goed voor zo'n tien procent van de ritten. We kunnen gerust stellen dat 75 procent van de ticketjes verkocht worden aan niet-Belgen. Daarvan maken de Amerikanen een bijzonder groot deel uit. Eigenlijk kunnen we maar op een rendabele manier opstarten als de horeca weer mag starten en als de Europese binnengrenzen geopend worden. Dan zullen we misschien aan vijftig procent van onze gebruikelijke capaciteit draaien", rekent Wentein voor."Natuurlijk staan we allemaal te trappelen om terug aan de slag te kunnen gaan. Tientallen koetsiers staan nu op tijdelijke werkloosheid en verliezen veel geld. Vaak mensen met kinderen of die een huis huren of afbetalen. Het is zeker niet gemakkelijk. En als onze paarden niet kunnen werken, kosten ze ook handenvol geld. Uiteraard verzorgen we ze even goed zoals we dat anders zouden doen. Dat spreekt vanzelf. Maar de kosten lopen op. En bovendien: een paard dat niet kan werken zoals het gewoon is, wordt dik of zelfs obees. Dat zien we nu al duidelijk. Die dieren zijn hun ritme kwijt. Om hun conditie toch wat op peil te houden doen we nu en dan toch eens een ritje. We merken al dat ze schrikken van de stadsgeluiden zoals het autoverkeer. Ze zijn dat niet meer gewoon", besluit Wentein.