Meer dan 700 jaar geleden, op 18 augustus 1304, trokken Brugse krijgers ten strijde tegen de Franse koning, om hun vrijheden en rechten te verdedigen. De slag vond plaats nabij Pevelenberg, een dorpje dat zich nu in Frans-Vlaanderen bevindt. Het was een van de laatste in een reeks veldslagen rond feodale rechten en plichten, waarbij de toenmalige graaf van Vlaanderen, Gwijde van Dampierre, en diens petekind, de Franse koning Filips IV de Schone, elkaar het leven zuur maakten.

© Davy Coghe

Ook de Guldensporenslag op 11 juli 1302, twee jaar eerder, is verweven in hetzelfde middeleeuwse dispuut. Wie de slag om de Pevelenberg won, is nog altijd een twistpunt onder historici. Belangrijker is dat de Brugse vrouwen devoot aan de Moeder Gods beloofden om jaarlijks een kaars van 36 ponden te offeren, indien hun zonen en echtgenoten heelhuids van het slagveld terugkeerden.

© Davy Coghe

Sindsdien wordt Brugges oudste belofte nog altijd jaarlijks nageleefd: er wordt een kaars gedragen van de kapel van Blindekens naar de kapel van de Potterie, die al tijdens de middeleeuwen een bekend bedevaartsoord was. Graaf Robrecht van Bethune stichtte 700 jaar geleden de Blindekenskapel in de Kreupelenstraat, met bijhorend gasthuis, uit dankbaarheid omdat hij zelf de strijd overleefde. Deze processie behoort tot de oudste in ere gehouden beloften van Europa. Tweehonderd figuranten beelden verschillende godsdienstige en historische taferelen uit. (SVK)

© Davy Coghe