Brugges oudste kapper stopt met knippen

Piet De Ville

Na een carrière van maar liefst 67 jaar, bergt Roger Minnebo (82) zijn kappersschaar eind dit jaar definitief op. “Ik doe het nog altijd heel graag, maar begin steeds meer last te krijgen van reuma. Het is mooi geweest.”

Veel Brugser dan Roger Minnebo vind je ze niet. De 82-jarige kapper is geboren in het Moederhuus van Sint-Anna, groeide op in de Molenmeers en woont en werkt al bijna veertig jaar lang in de Langestraat. “Ik ben geboren op 30 november 1936 en net op dat moment kwam er een muziekkorps van De Lustige Zigomars langs. ‘Dat zal er een zijn voor de muziek en voor de leute‘, zei mijn moeder”, lacht Roger.

Eind dit jaar stopt Roger als kapper, na een carrière van liefst 67 jaar. “Ik doe het nog altijd graag en geestelijk ben ik nog tiptop in orde. Maar vier jaar geleden heb ik een zware hartoperatie ondergaan en nu begin ik steeds meer last te krijgen van reuma. Het is mooi geweest. Het kapsalon van mijn dochter Tania, in hetzelfde pand gevestigd, blijft wél bestaan.”

Kappersfamilie

Met zijn nog altijd klare en krachtige stem dist Roger maar wat graag verhalen op uit de tijd van toen. “We waren met drie kinderen thuis; mijn broer is van ’32 en mijn zus van ’40. Toen woonden we in de Molenmeers, waar mijn ouders een bloeiende en gerenommeerde kapperszaak hadden. Net als ik, stapten ook mijn broer en zus in de stiel. Doordat ik erin ben opgegroeid en ik al vlug een beetje meehielp, bijvoorbeeld door te vegen in het salon, raakte ik als vanzelf geïnteresseerd in het vak. Ik was nog maar 15 jaar oud toen ik echt aan de slag ging en via een systeem van leercontract kon ik bij mijn ouders werken. Mijn opleiding volgde ik in Gent, aangezien er in die tijd nog geen kappersopleidingen waren in het Brugse.”

“Ik herinner me nog goed dat er in die tijd mensen waren die één keer per week, of zelfs vaker, langs kwamen. Dat was dan omdat de mensen zich nog lieten scheren bij de kapper. Er waren toen nog niet van die Gillette-scheermesjes. Dat moest nog gebeuren met een groot mes en een schuimkwast en de meeste mensen konden daar zelf thuis niet mee overweg “, vertelt Roger.

Jong gestorven

“Jammer genoeg stierf mijn vader op zijn 42ste aan een hartinfarct; ik was toen zelf nauwelijks zestien jaar oud. Omdat ik zelf nog te jong was en ook nog mijn legerdienst moest vervullen, nam mijn oudere broer Robert dan de zaak samen met mijn moeder in handen. Na mijn legerdienst kwam ik terug in de zaak want mijn broer trouwde toen en opende een kapperszaak in de Wollestraat. Ook mijn zus had een eigen kapsalon in Sint-Andries.”

Roger runde zo vele jaren het salon samen met zijn moeder. Om nog bij te leren ging hij mee met zijn broer Robert, die overal te lande demonstraties gaf als kapper. Zo kwam Roger in Sint-Niklaas terecht, waar hij zijn latere echtgenote ontmoette. “En nu mag je raden wat haar beroep was… Juist, kapster!” lacht Roger. “We zijn getrouwd in 1962 en ze kwam mee naar Brugge, waar ze dus ook in de zaak stapte. Uit dat huwelijk is mijn zoon geboren in 1963 en mijn dochter, die ook kapster is, in 1966. Je mag dus wel zeggen dat het in de familie zit!”

Ligging

De ligging van zijn salon in de Molenmeers zinde Roger niet echt. Het was er hem te rustig, er was te weinig passage. “Mijn droom was me in de Langestraat te kunnen vestigen. Dat was in die tijd een enorm bruisende straat. Een echte winkelstraat ook, met heel veel mooie zaken. Helemaal niet te vergelijken met wat het nu is. Al die leegstand had je toen niet, hoor. Ik heb nog de tijd meegemaakt dat er hier wel vijftig cafés waren”, weet Roger.

“Er werd ook echt gedanst, hé. Zoals in De Kelk bijvoorbeeld. Natuurlijk waren er ook hele gewone volkscafés, maar toch ook enkele mooiere discotheken. Ik heb dus altijd erg veel van de Langestraat gehouden en eigenlijk nog altijd, maar het is hetzelfde niet meer. Enfin, in 1980 heb ik het dan toch kunnen waarmaken en kon ik een pand in de Langestaat kopen, dat zowel mijn woning als mijn eigen kapperszaak werd.”

Haarstukjes

“Toen ik daar begon, waren er nog zeven kapsalons in de Langestraat”, vertelt Roger voort. “De jaren ’70 en ’80 waren in mijn ogen de glorietijden voor de kapperssector. Hoewel ik een opleiding voor zowel dames- als herenkapper volgde, heb ik me vooral toegelegd op de herenkapsels en in die jaren droegen de mannen hun haren een stuk langer. Dat waren nog de uitlopers van The Beatles. Aan die lange haren was natuurlijk veel meer zorg en werk dan aan een simpel kort kapsel. Er waren ook nog meer mannen die krullen lieten leggen, zeker in de jaren ’80. En dan waren er nog de haarstukjes! Mannen die een kalende plek vertoonden, wilden dat indertijd zo vlug mogelijk verbergen door een haarstukje te laten inzetten. Iedere donderdag was het in mijn salon haarstukjesdag, want zo’n haarstukje moest ook gewassen, uitgekamd en opnieuw goed geplaatst worden. Die tijd ligt nu toch al ettelijke jaren achter ons. De jonge gasten laten hun haren nu al heel vlug kort scheren met de tondeuse. Ze lopen bijna allemaal met een kletsekop rond!” (lacht)

Roger heeft in al die jaren veel gehoord en gezien in zijn salon. Ook tijdens ons interview zaten er nog altijd trouwe klanten te wachten om door Roger onder handen te worden genomen. “Er zijn Bruggelingen die al vijftig of zelfs zestig jaar klant bij me zijn. Ook conferencier Willy Lustenhouwer, met wie ik nog op het podium heb gestaan, liet hier zijn haar knippen. Ik deed altijd graag een babbeltje met de mensen, over wat er allemaal gaande is in de stad. Maar ik merk dat de mensen wat onverschilliger zijn geworden.”

https://www.youtube.com/watch?v=gLWjycgQ4kk

(PDV-foto Davy Coghe)

50 jaar in de huid van roddeltante Stiene

Roger Minnebo in de huid van Stiene.
Roger Minnebo in de huid van Stiene.© Davy Coghe

Roger Minnebo is bij generaties Bruggelingen ook bekend door het typetje ‘Stiene’, samen met Stance een van de grootste roddeltantes van de stad, dat hij meer dan vijftig jaar met brio vertolkte.

“In 1958 had ik mijn eerste optreden bij het gezelschap Willen is Kunnen, vooral bekend van Stiene en Stance, twee onafscheidelijke en onverbeterlijke Brugse roddeltantes”, vertelt Roger. “Willy Balbaert was lange tijd verantwoordelijk voor die producties en kroop ook vaak zelf in de rol van Stiene, maar in 1980 heb ik dat volledig van hem overgenomen. Ik deed toen quasi alles: alle teksten schrijven, de regie en het vertolken van de hoofdrol van Stiene. Zo goed als al mijn vrije tijd ging daar naartoe.”

“Die revues, met vaak meer dan twintig acteurs en een groep danseressen, trokken enorm veel volk. Aanvankelijk deden we dat in de Stadsschouwburg, maar toen die gerenoveerd werd en lange tijd niet gebruikt kon worden, verhuisden we naar De Valkaart in Oostkamp. Van iedere revue, in het begin waren dat er zelfs twee per jaar, deden we wel zeven opvoeringen.”

“Die typetjes van Stiene en Stance bestaan volgens mij al meer dan honderd jaar. Het zijn twee dames die in het sappig Brugs alle nieuws en vooral alle roddels uit de stad met elkaar bespreken. Ik haalde mijn inspiratie voor de teksten vaak uit wat ik las in de lokale pers. Vooral ‘t Brugsch Handelsblad, waar ik al mijn hele leven abonnee van ben, was een goede inspiratiebron. Maar ook in het kapsalon hoorde ik wel eens zaken die ik kon gebruiken in de shows.”

“Die typetjes waren zo populair dat ze op een bepaald moment ook gebruikt werden door een ander toneelgezelschap, maar uiteraard konden we dat zo niet laten. De rechter is daar moeten in tussen komen. Die figuurtjes en die scenario’s zijn beschermd en ik was dan ook aangesloten bij Sabam om mijn rechten te vrijwaren. In 2008 ben ik ermee gestopt, het werd me te zwaar. Vorig jaar kon De Mugge van Brugge me wel nog eens overtuigen om eenmalig terug als Stiene op te treden in een show in De Dijk. Maar dan begonnen de dienstencentra me ook weer te vragen en zo was ik bijna weer vertrokken…”

(PDV)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.