Dit voorjaar lanceerde Sofie Lemaire de oproep #meervrouwopstraat. Samen met verschillende steden, gemeenten én het grote publiek gaat ze een jaar lang op zoek naar indrukwekkende vrouwen uit de recente en minder recente geschiedenis. Vrouwen die een plek in ons collectief geheugen verdienen. En beter nog: een plek in het straatbeeld.
...

Dit voorjaar lanceerde Sofie Lemaire de oproep #meervrouwopstraat. Samen met verschillende steden, gemeenten én het grote publiek gaat ze een jaar lang op zoek naar indrukwekkende vrouwen uit de recente en minder recente geschiedenis. Vrouwen die een plek in ons collectief geheugen verdienen. En beter nog: een plek in het straatbeeld.De definitieve resultaten worden in het voorjaar van 2020 gebundeld in een achtdelige reeks op Canvas. Sinds woensdag 18 september trekt een pop-upteam de straat op om overal in Vlaanderen verhalen over straffe vrouwen te verzamelen. Iedereen die dat wil, kan in de rondreizende pop-upstudio van #meervrouwopstraat zijn of haar favoriete vrouwennaam nomineren voor een eigen straat. Dinsdag en woensdag stond de pop-upstudio in Brugge op de Burg. "Ik kom voor 'Vonne van de Spionkop'", glimlacht schepen Nico Blontrock. "Yvonne Lahousse heette ze eigenlijk. Ze baatte een café uit langs de Blankenbergse Steenweg, maar Club Brugge was haar lang leven. De spelers noemden haar 'moedertje'; ze werd begraven in blauw-zwart. Vonne van de Spionkop is in 2006 op 91-jarige leeftijd overleden en verdient een eigen straat."Els Mortier nomineerde haar eigen moeder Marie-Louise Compernolle. "Mama was de eerste vrouwelijke Vlaamse scheikundig ingenieur, en vrouwen en wetenschap, dat was toen sowieso een zeldzame combinatie", zegt Els. Haar mama Marie-Louise was van Assebroek en leefde van 1909 tot 2005. "Ik ben een van haar vier dochters", glimlacht Els, zelf intussen ook al 78. "Ik ben een grote voorstander van meer vrouw op straat. En het hoeven niet allemaal kunstenaars of burgemeesters te zijn, een wetenschapsvrouw als mama mag zeker ook wel eens."