"Stoort het u niet als ik mijn pijp opsteek? 't Schijnt dat dit beschermt tegen het coronavirus", glimlacht Jean Darthet, wanneer hij ons ontvangt in zijn woning in de Boeveriestraat. Tegenwoordig werkt hij thuis: hij voert online de bestellingen in, terwijl zijn echtgenote Cecile Jacobs de boekenwinkel in de Kuipersstraat runt. Hij woont al twintig jaar in West-Brugge, voordien betrok hij met zijn eerste vrouw een huis in de Doornstraat in Sint-Andries. "Ik mis het bos en mijn honden. Hier in West-Brugge kan ik geen hond houden. Ik heb het een tijdje geprobeerd, maar na een ochtendwandeling kreeg ik en astma-aanval. Een buurman dacht dat ik aan het sterven was."
...

"Stoort het u niet als ik mijn pijp opsteek? 't Schijnt dat dit beschermt tegen het coronavirus", glimlacht Jean Darthet, wanneer hij ons ontvangt in zijn woning in de Boeveriestraat. Tegenwoordig werkt hij thuis: hij voert online de bestellingen in, terwijl zijn echtgenote Cecile Jacobs de boekenwinkel in de Kuipersstraat runt. Hij woont al twintig jaar in West-Brugge, voordien betrok hij met zijn eerste vrouw een huis in de Doornstraat in Sint-Andries. "Ik mis het bos en mijn honden. Hier in West-Brugge kan ik geen hond houden. Ik heb het een tijdje geprobeerd, maar na een ochtendwandeling kreeg ik en astma-aanval. Een buurman dacht dat ik aan het sterven was."Woont u hier graag?"Ja. Ik heb de Boeveriestraat altijd al een mooie en brede straat in het centrum van Brugge gevonden. Ik ontdekte West-Brugge omdat ik altijd bij coiffeur Franky mijn haar liet knippen. De straat zou nog mooier kunnen worden als de stad hier kerselaars plant. En de binnentuin van het Sint-Godelieveklooster zou een publiek park moeten worden. Enig minpunt zijn automobilisten die sinds de verandering van de verkeerscirculatie fout rijden en twee keer door de straat razen."U bent de oudste boekhandelaar. Wanneer begon de liefde?"Tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik ben in Oostende geboren, maar toen de oorlog uitbrak waren we op bezoek bij familie in Leuven. Op een hooikar zijn we gevlucht tot in Ninove. Maar we moesten terugkeren en zijn uiteindelijk in Bosvoorde beland. Daar konden we terecht in het huis van een gevluchte Fransman. Zijn bibliotheek was mijn slaapkamer. Ik was de enige in ons gezin die boeken las. De oorlog was voor mij synoniem met lezen en voetballen. Onder buurjongens vormden we een ploegje. De slechtste speler, ik dus, stond in het doel."Waarom werd u boekhandelaar?"Ik heb Romaanse filologie gestudeerd en werd in 1958 vertegenwoordiger bij uitgeverij Dupuis, die de strips van Buck Danny uitgaf. Ik moest de Brugse boekenwinkels afdweilen, er waren er toen veel meer dan nu. Een zekere meneer Schelstraete had een winkel in de Kuipersstraat. Hij droomde van een carrière in het onderwijs, maar mocht dat niet omdat hij tijdens WO II collaboreerde. Ik kon zijn boekhandel in 1961 overnemen, toen hij amnestie kreeg.."Van waar de naam 'Raaklijn'?"Dat is een knipoog naar een artistieke kring die begin de jaren '60 moderne kunst naar het conservatieve Brugge wou brengen. Toen ik met mijn winkel startte, waren er twee revoluties in de Vlaamse boekenwereld: de opkomst van de goedkope pockets én van de moderne Nederlandstalige literatuur. Uitgeverij De Bezige Bij sommigen noemden haar de vlezige bij bracht romans uit van debuterende auteurs als Harry Mulisch en Hugo Claus. Ik ben daarop gesprongen, geen andere boekhandel deed dat. De Reyghere was wat te bourgeois, de andere boekhandelaars waren zeer katholiek en vreesden een berisping van het bisdom, omdat die boeken op de Index van de Kerk stond. Dat was verboden literatuur, katholieken mochten De Metsiers van Hugo Claus niet lezen. In Brugge had je toen echt nog boekhandelaars met een paternoster in hun broekzak"Waarin hebt u zich gespecialiseerd?"Ik heb altijd een voorliefde voor geschiedenis gehad, maar mijn boekhandel bezit ook een zekere faam door de brede waaier aan boeken over filosofie en psychologie. Uiteraard verkopen wij ook kookboeken en pockets, waardoor ook studenten en mensen met een beperkt inkomen hun kennis over literatuur en kunst kunnen verruimen. Zelf heb ik pas in de jaren '60 de Vlaamse schrijvers ontdekt, in mijn jeugdjaren was ik meer vertrouwd met de Franse en de Engelse cultuur. Nu nog heb ik Franstalige klanten, die aarzelend vragen of ze Frans mogen spreken in de winkel. Er is hen verteld dat het tegenwoordig gevaarlijk is om in Brugge de taal van Molière te gebruiken. Racisme is blijkbaar ook een virus. Maar ik heb ook trouw cliënteel van Bruggelingen die Duitse boeken kopen, onder meer oude klanten van mijn voorganger en collaborateur meneer Schelstraete. Men heeft mij al verweten extreemlinks én extreemrechts te zijn. Dat deert mij niet, ik ga gewoon rechtdoor en doe mijn zin."Uw boekhandel is in de loop der jaren meerdere keren verhuisd."Mijn grote droom was een boekenwinkel combineren met een restaurant. Dat heb ik negen jaar gedaan in de Geldmuntstraat, ik had zelfs een Tsjechische kokkin in dienst. Ik heb enkele crisissen meegemaakt, zoals straten die door wegenwerken een jaar lang opengebroken waren. Dat heeft mij niet klein gekregen. Er moet al veel gebeuren om mij wanhopig te maken,. Als de zaken slecht gaan, kan ik ze weer goed maken. Daar hou ik van. Elke crisis biedt een opportuniteit."