Vanloo komt stipt op tijd aangehuppeld. Warm en modieus gekleed, roze muts op. Een brede glimlach ook, ondanks het vroege uur. "Ik sta zelden op met een slecht humeur. Ik wil genieten van elk moment", zegt ze. We hebben afspraak tussen kerst en nieuw, een van de weinige periodes dat de basketspeelster in eigen land is. Ze speelt sinds deze zomer in het Hongaarse Pécs, een universiteitsstad in het zuiden van het land. Als ze in België is, vertoeft ze in haar nieuwe loft in Deerlijk, ook de hometown van Niels Destadsbader, een goede vriend van haar. "We hebben elkaar ontmoet in de Soeur Sourire, een café daar. Het klikte meteen. Een toffe gast, écht. Hij komt vaak kijken naar de Cats. Waarom Deerlijk? Ik wou investeren in vastgoed. In Deerlijk blijkt dat nog betaalbaar."
...

Vanloo komt stipt op tijd aangehuppeld. Warm en modieus gekleed, roze muts op. Een brede glimlach ook, ondanks het vroege uur. "Ik sta zelden op met een slecht humeur. Ik wil genieten van elk moment", zegt ze. We hebben afspraak tussen kerst en nieuw, een van de weinige periodes dat de basketspeelster in eigen land is. Ze speelt sinds deze zomer in het Hongaarse Pécs, een universiteitsstad in het zuiden van het land. Als ze in België is, vertoeft ze in haar nieuwe loft in Deerlijk, ook de hometown van Niels Destadsbader, een goede vriend van haar. "We hebben elkaar ontmoet in de Soeur Sourire, een café daar. Het klikte meteen. Een toffe gast, écht. Hij komt vaak kijken naar de Cats. Waarom Deerlijk? Ik wou investeren in vastgoed. In Deerlijk blijkt dat nog betaalbaar."Wat doet dit schip met jou?"Eerlijk? Weinig. Ik was hier ooit als kind. Na tien minuten wou ik alweer weg. Ik hoorde iets blazen en vreesde dat het schip zou vertrekken. Maar Oostende doet me natuurlijk wél iets. Ik ben hier geboren en getogen. Ik hou van het strand, ik ben een strandmens. Mijn ouders wonen hier ook. Voor hen keer ik graag terug."Hoe kijk je terug op je jeugd?"Ik had een prachtige jeugd. Mijn ouders baten het tankstation uit aan de Kennedyrotonde. Twee fantastische mensen. Ze hebben me altijd gesteund, maar nooit gepusht. Ze waren vooral streng over mijn attitude. Als ik thuiskwam met een nota in mijn agenda, piste ik in mijn broek van de schrik. Of als ik zaagde tegen de ref, of dikkenekkerig deed. Daar konden ze niet tegen. Mijn moeder heeft me eens van de bank getrokken en de kleedkamer in gesleurd om me de les te lezen."Is dat een gevaar voor jou?"Toen wel, ja. Nu niet meer. Dankzij mijn ouders."Jij legde op jonge leeftijd al een odyssee af door Europa. Na Ieper en Waregem volgden avonturen in Frankrijk, Zweden, Italië, Turkije, opnieuw Frankrijk en nu Hongarije. Is dat bewust?"Wellicht deels. Maar dat is ook eigen aan deze sport. Zodra je ergens gesetteld bent, en je speelt goed, krijg je een aanbieding. Ik ben iemand die graag een sprong waagt, ik leg de lat altijd hoger. Mijn leven staat in het teken van basket. Dat is nooit anders geweest. En voetbal: dat is ook een passie. Vreemd, hè. Ik was altijd in de weer met een bal. Mijn moeder werd er gek van." (lacht)Blijft dit een passie, ook als je op het hoogste niveau speelt?"Dat is met ups en downs. Het is ook een wereld waarin veel geld omgaat, waar jaloezie bestaat. Ik heb de keerzijde meegemaakt. Vorig seizoen speelde ik voor Lyon. Tony Parker himself (Franse basketlegende en voorzitter van Lyon, red) wou mij in zijn ploeg. Dat bleek uiteindelijk een foute stap. Parker was misschien wel gek van mijn stijl, zijn trainer was dat niet. Hij wou een ander type, een center. Daar ben ik even de passie kwijtgeraakt. Ik was de buitenlander op overschot. Gelukkig kwam Pésc deze zomer op mijn pad. Dit is mijn beste jaar ooit, by far. Ik kan opnieuw mezelf zijn."Leg dat eens uit."Ik ben één brok passie en vuur. Op én naast het veld. Neem dat weg, en ik kruip in mijn schelp. Wie mij volpropt met informatie, zal niet de echte Juul te zien krijgen. Ik moet mijn spel kunnen spelen. In Pésc kan dat weer. (even stil) Vorig seizoen was wellicht het zwaarste uit mijn carrière. Ik liep voortdurend met mijn kop tegen de muur. Ik wist niet wat te doen om weer in die ploeg te komen? Maar als ik te veel ga nadenken, verlies ik mijn kwaliteiten."Heb jij tijd voor passie naast het veld?"O ja. Als naast de ploeg vallen één voordeel heeft, dan is het dat je leert dat het leven meer is dan basket alleen. Ik heb sinds enkele maanden een fantastische vriend. Hij maakt mij gelukkig en compleet."Woont hij bij jou?"Neen, hij blijft in België wonen. Hij komt wel af en toe kijken. Boedapest is gelukkig maar twee uurtjes vliegen. Zo'n langeafstandsrelatie is niet ideaal. Het vraagt inspanningen van twee kanten. Maar we komen er wel."Leid jij soms een eenzaam bestaan?"Neen, eigenlijk niet. Ik ben enig kind, dat kan ermee te maken hebben. Ik kan goed mijn plan trekken. Ik woon in Pésc op een appartement. Als ik 's avonds thuis zit, speel ik wat op de PlayStation of kijk ik naar Huizenjagers. Vastgoed is mijn tweede passie. Maar even vaak ga ik met de ploegmaats iets eten en drinken, of naar een basketwedstrijd kijken. Ik geniet graag van het leven."Moet een sportvrouw niet leven als een non?"Zeker niet. (lacht luid) Ik zou dat zelfs niet kunnen. Voor het wereldkampioenschap heb ik dat zes weken geprobeerd. Om gek van te worden. Dat is niets voor mij. Ik ben op mijn best als ik zelf mijn balans mag kiezen. Laat mij maar af en toe een restaurantje doen, een frietje eten, een goed glas drinken. Ik ondervind daar geen hinder van, integendeel. Dat is wat ik daarnet zei. Wie mij zegt hoe ik moet leven, zal weinig aan mij hebben. Wie mij laat doen, zal de beste Juul te zien krijgen."Wat zou jij geworden zijn zonder basket?"Dat is een moeilijke vraag. (denkt lang na) Wellicht iets in vastgoed. Dat is ook de grote droom van mijn vader. Hij is zijn tankstation kotsbeu. (lacht) Misschien doen we ooit iets samen in die sector. Ik ga nu afstandsonderwijs volgen voor vastgoedmakelaar. Die wereld boeit mij. (zwijgt even) Maar op mijn achttiende was dat nog niet zo. Wat zou ik toen gedaan hebben zonder basket? Ik weet dat eigenlijk niet. Als kind had ik vele dromen. De ene keer wou ik flik worden, de andere keer in een café werken. Op mijn achttiende schoot daar weinig van over. Ik wou alleen nog basketten."Je hebt wel even pedagogie gestudeerd?"Ja, maar dat was omdat ik studiepunten nodig had om naar Amerika te kunnen verhuizen. Ik was van plan om studie en basket te combineren aan de Iowa State University. Uiteindelijk heb ik dat niet gedaan. Ik had toch een beetje schrik van die grote wereld, moet ik bekennen. Ik, die kleine Juul uit Oostende, enig kind en zo gehecht aan haar ouders, wat zou ik daar gaan doen?" (lacht)Wat is de grootste tegenslag geweest in je leven?(blaast) "Weer een moeilijke. Even denken. Ik mag me eigenlijk gelukkig prijzen. Ja, mijn ouders zijn uit elkaar gegaan toen ik zeventien was. Je wil dat niet meemaken. Maar ze komen nog steeds goed overeen. Ze zien elkaar graag zoals een broer en zus elkaar graag zien. Dus ik mag daar niet over klagen. (even stil) Al was het jaar na die scheiding wel moeilijk. Ik was ook basket even beu. Ik speelde toen voor Waregem. Het werd me allemaal te veel. Ik wou even niets meer horen. Gelukkig zijn het net mijn vader en mijn moeder die mij erbovenop geholpen hebben."Dat is opnieuw de emotionele Juul?(knikt) "Als ik mij goed voel op het veld, voel ik mij ook goed naast het veld. En omgekeerd. Die twee hangen samen. Ik heb een grote mond, maar ook een klein hartje. Kan je geloven dat ik niet graag meer naar films kijk? Ik moet altijd bleiten." (lacht)Wat staat hoog op je bucketlist?"Voetballen, echt waar. Ik ben een grote fan van Club Brugge. De dag na het WK zat ik al in het vliegtuig naar Madrid om de Champions League-wedstrijd te zien. Ik droom ervan een tweede carrière op te starten. Nu nog niet. Ik geniet nog te veel van basketbal. We zijn met de Cats ook aan een fantastisch avontuur bezig. Ik zou héél graag die Olympische Spelen in Tokio meemaken. Maar daarna, wie weet. Ik zie mezelf nog tien jaar op het hoogste niveau sporten, maar ik ga geen tien jaar meer basketten. Daarvoor heb ik te veel ambities in het leven. Denk ik nu. Ik zou wel eens willen weten hoe goed ik zou zijn als voetbalster. Dat is mijn grootste droom."Ik dacht dat je een dierenasiel wou openen?Dat ook, ja. Als ik de Lotto win. Mijn hart bloedt als ik dieren in nood zie. Ik móet die helpen, ik kan niet anders. We waren onlangs op reis in Griekenland. Al van dag één had ik een straatkat mee naar ons appartement. Ik heb ook in Pésc een straatkat bij mij wonen. Bella. Ik heb haar drie jaar geleden gevonden, toen ik in Sicilië speelde. Ik neem ze overal mee. Dat helpt ook tegen eenzaamheid. Zij is zó gehecht aan mij, alsof ze weet dat ik haar van de dood gered heb."(Paul Cobbaert)