Het verhaal van Bas (57) en Hildegard van Ostaden (42) leest als een roman. Het koppel - dat sinds 2002 getrouwd is - liep elkaar voor het eerst tegen het lijf in de Nederlandse brouwerij waar de bieren van La Trappe het levenslicht zien. "Dat was in 1999", graaft Hildegard in haar geheugen. "Ik werkte toen als bio-ingenieur aan een hogeschool in Gent en werd ingehuurd om de recepturen op punt te zetten. Bas bekommerde zich er om de marketing en voor we het goed en wel beseften, was er een coup de foudre tussen ons. Onze liefde is ontstaan tussen de muren van het klooster. Mooi, toch?"
...

Het verhaal van Bas (57) en Hildegard van Ostaden (42) leest als een roman. Het koppel - dat sinds 2002 getrouwd is - liep elkaar voor het eerst tegen het lijf in de Nederlandse brouwerij waar de bieren van La Trappe het levenslicht zien. "Dat was in 1999", graaft Hildegard in haar geheugen. "Ik werkte toen als bio-ingenieur aan een hogeschool in Gent en werd ingehuurd om de recepturen op punt te zetten. Bas bekommerde zich er om de marketing en voor we het goed en wel beseften, was er een coup de foudre tussen ons. Onze liefde is ontstaan tussen de muren van het klooster. Mooi, toch?"Bas volgde Hildegard naar Ruiselede en in 2000 besliste het koppel om op eigen benen te staan. "Wat we voor een ander deden, konden we toch ook perfect voor onszelf doen? We hebben toen de sprong gewaagd en gooiden ons op de biermarkt" pikt Bas in. "We wilden een lekker streekproduct lanceren, maar zochten een catchy naam. Ruiseleeds Molenbier bekt wel goed in eigen dorp, maar daarmee kan je de landsgrenzen niet over. Ik herinnerde me echter een verhaaltje dat ik ooit geschreven had. Kleine mannetjes leefden in de vallei rond de Leie en dronken elke dag kruidendrank om hun haar te laten groeien. Urthels, heetten ze. De rest is geschiedenis", knipoogt Bas.Achttien jaar geleden verrichtten Bas en Hildegard pionierswerk. "Speciaalbieren zijn nu ongemeen populair, maar toen waren we nog een uitzondering. We zijn meteen naar het buitenland getrokken: Nederland en de Verenigde Staten." Daar was Urthel snel een succes. "We zijn er letterlijk de boer op gegaan: het aantal beurzen en proeverijen waren niet te tellen", zegt Hildegard. "Maar het leverde op. In 2001 was de trein écht vertrokken en plots stonden hier in Ruiselede twee Amerikanen voor de deur. We sleepten een fantastische deal uit de brand: op 12 september zou een volle container Urthel richting Amerika verscheept worden. Alleen gebeurde een dag eerder die vreselijke aanslag in New York... Onze container bleef tot maart 2002 hier in Ruiselede staan en uiteindelijk zijn we zelfs zélf meegereisd. Om er zeker van te zijn dat ons bier daadwerkelijk zijn bestemming haalde."In 2006 trokken Hildegard en Bas opnieuw naar La Trappe om daar hun Urthel te brouwen. "Dat zorgde voor een enorme boost", herinnert Bas zich. "Meer productie en ook meer ruimte om nieuwe bieren te creëren. In 2012 kocht Bavaria Urthel uiteindelijk van ons over en nu wordt het in Steenhuffel gebrouwen. Zo blijft het een op en top Belgisch speciaalbier. En wij zijn nog altijd betrokken bij Urthel. Het is en blijft ons kindje, hé."Een goeie tien jaar na de geboorte van Urthel zaten Bas en Hildegard plots thuis in Ruiselede. "Wat met onze toekomst?", dachten ze. "We hadden meer dan een decennium lang dag en nacht samengewerkt en gewoon ergens uit werken gaan, dat was niet aan ons besteed", aldus Hildegard. "We wisten in Italië uiteindelijk een microbrouwerij van twee hectoliter op de kop te tikken en zijn hier, in onze tuin, letterlijk vanaf nul opnieuw gestart. We koppelden een proeflokaal aan onze brouwerij, maar die werd het slachtoffer van zijn eigen succes. We waren altijd volgeboekt."Zo kwam het idee van een eigen restaurant - De Hoppeschuur in Knesselare - in beeld. "We wilden een plek waar we onze bieren konden aanbieden en daar eerlijke en verse gerechten bij serveren. Hildegard staat er als lady-chef achter het fornuis en we hebben continu twaalf van onze eigen bieren op tap zitten", verduidelijkt Bas. "En daar amuseren we ons rot mee, al is het bijwijlen erg druk. Daarom hebben we iemand in dienst genomen die de zaak als gerant runt. Zo is er ook tijd om mijn andere passie - stoken - te ontplooien."In 2015 kreeg Bas het idee om zelf drank te stoken. "Ik heb toen de eerste stokerij van West-Vlaanderen opgericht, met als doel mijn gin enkel in De Hoppeschuur te schenken. Maar met The Bassets Craft - zoals onze stokerij heet - zijn we een schitterend verhaal aan het schrijven." Ondertussen is het ginverhaal stevig uit de hand gelopen. "In de positieve zin", glimlacht hij. "Ik tel met Sergio Herman, Tim Boury en Michael Vrijmoed zelfs al sterrenchefs onder mijn klanten. Ons doel is om op maat van de klant te werken. Samen gaan we op zoek naar een unieke smaakervaring en dat spreekt blijkbaar aan", zegt Bas, die zich ook op whisky, likeuren, limoncello, rum en jenever toelegt.Bas en Hildegard hadden in 2012 - toen ze Urthel van de hand deden - niet meteen de ambitie om opnieuw zo'n hoge vlucht te nemen. "Maar als je iets graag doet en er veel uurtjes in stopt, komt zoiets vanzelf. In 2016 stond een van mijn gincreaties zelfs op de eerste plaats in de lijst van de beste Belgische gins. En de rest stond in de top vijftien. Leuk, maar daar is het ons niet meteen om te doen. Wij willen gewoon lekkere biertjes en dranken creëren en mensen daarmee gelukkig maken. Dat we daar onze job van hebben kunnen maken, is een droom op zich."Toch kijken Bas en Hildegard al naar de komende jaren. "We weigeren om stil te zitten en blijven continu nieuwe zaken bedenken", onderstreept Bas. "Zo ben ik nu bezig met een eigen vermout en sla daarvoor de handen in elkaar met een wijnbouwer uit Schuiferskapelle. In de zomer van 2019 komt onze creatie op de markt en dat wordt - volledig in de lijn van wat we doen - opnieuw een echt streekproduct. Neen, de inspiratie voor de komende jaren is allesbehalve opgedroogd."