Bart Van Loo: “Ik heb nu de schoonheid van de Leievallei ontdekt”

Bart Van Loo is zowel conferencier als schrijver, zowel Frankrijkkenner als historicus. Dat maakt van hem de ideale verhalenverteller over de Franse cultuur. Dat bewees hij ook met boeken zoals Chanson en Napoleon. Dat zijn recente boek De Bourgondiërs ondertussen 75.000 maal over de toonbank ging, overstijgt alle verwachtingen. Ook die van de schrijver zelf, die zeven jaar geleden het Kempische Bouwel inruilde voor het al even landelijke Moorsele.

Vorige week kreeg Bart Van Loo 35 minuten lang het podium in De Wereld Draait Door Summerschool op de Nederlandse televisie. Het is verbluffend hoe hij erin slaagt om over een ogenschijnlijk duf onderwerp een fascinerend verhaal te brengen dat op geen enkel moment verveelt. Zijn boek De Bourgondiërs doet massaal veel Vlamingen en Nederlanders even verder terugkijken in de geschiedenis. Hij heeft het dan ook heel erg druk. Vorige week trad hij achtereenvolgens op in Amstelveen, Made, Haarlem, Geldrop en Brugge. Toch vond hij de tijd voor een gesprek over zijn werk en familie, over onze regio en natuurlijk de Bourgondiërs die nooit veraf zijn. Het boek dat het ontstaan van de Lage Landen vertelt is aan zijn twaalfde druk toe. Het wordt vertaald in het Engels en het Duits. Dat is ongezien, wie weet rolt later dit jaar het 100.000ste exemplaar van de persen.

Hoe verklaar je het succes van De Bourgondiërs?

“Eerlijk? Ik had het zeker niet verwacht. Boeken die zo’n stoffig onderwerp behandelen, moeten het meestal met veel minder stellen. Vrienden waarschuwden me dat het een commerciële zelfmoord was om gedurende 3,5 jaar met zo’n onderwerp bezig te zijn. Vanwaar het succes? Het is meer dan geschiedenis, het is een avonturenverhaal. Het vertelt niet alleen het ontstaan van de Lage Landen, de Bourgondische periode is ook het begin van onze kunstgeschiedenis. Er steekt ook humor in, maar goed gedoseerd, het mocht zeker geen lachboek worden.”

Het boek verkoopt ook in Nederland?

“60 procent zelfs, wat opmerkelijk is. Vaak geraken werken van Vlaamse auteurs niet eens de grens over. Hoewel Vlaanderen een prominente rol speelt, vertelt mijn boek het verhaal van de hele Lage Landen. In Nederland begint de geschiedenis met Willem van Oranje. Daarvoor waren er de holbewoners. Aan wat er tussen die twee periodes in gebeurde, werd weinig aandacht besteed. En opeens komt daar iemand uit Vlaanderen die zegt: wacht eens even, de periode voor Willem van Oranje was ook best interessant!”

In de Bourgondische periode ontstond ook Vlaanderen?

“De eenvormige Vlaamse ontstaansgeschiedenis waar mensen naar op zoek zijn, die bestaat niet. Identiteit is een belangrijk gegeven in ons huidig politiek bestel, partijen verwijzen er graag en voortdurend naar: “onze waarden, onze geschiedenis, onze cultuur”. Als onze collectieve identiteit al bestaat, dan schiet ze inderdaad wortel in die Bourgondische periode. Wie mijn boek leest, zal merken dat die gedeelde identiteit van in het begin meerlagig en veelkleurig is. Er komen heel wat stromen samen.”

‘Het eigen gelijk’ zou de ondergang van onze samenleving kunnen zijn

Bestaat er dan niet zoiets als een Vlaamse identiteit?

“Onze identiteit is een glibberig ding. Ik ben een Kempenaar, uit het oude hertogdom Brabant. Ik ben historisch gesproken niet eens een Vlaming. Maar ondertussen woon ik samen met mijn Franse vrouw, uit Bourgondië. Onze dochter is een mix van die twee mengelingen, we wonen op de grens…. We zijn dus niet voor een gat te vangen, ikzelf niet, maar onze geschiedenis al helemaal niet. ‘Onze’ cultuur heeft nu eenmaal meerdere grondlagen. Die verschillen zijn wellicht groter tussen pakweg Bocholt in Limburg en Moorsele, dan tussen Moorsele en de Franstalige gemeenten net over de (taal)grens.”

Hoe ben je in Moorsele terecht gekomen?

“Mijn vrouw is een Française, uit Nevers in Bourgondië. Ze werkt in Rijsel, Moorsele was een mooi Belgisch compromis. Mijn vrouw wou absoluut in Vlaanderen wonen, ze wou de taal leren. Zij spreekt Frans tegen onze dochter, ik Nederlands. Zo steekt Clémence per dag 181 keer de taalgrens over. Op onze zoektocht naar een huis zagen we toen die wonderlijke plek, het woonhuis bij ‘t Kapelriegoed. Zo schoon. Als we er ooit moeten vertrekken, zal dat een groot verdriet zijn.”

foto SLW
foto SLW

Wat mis je in deze regio het meest?

“Bos. Hier vind je geen bos. In Bouwel woonde ik nog aan de rand van een bos. In de middeleeuwen vond je hier trouwens niets dan bossen. Waar zijn ze gebleven? Wevelgem en Moorsele, dat is echt Le Plat Pays. Ik heb het lied van Jacques Brel pas begrepen door hier te komen wonen. De wind krijgt hier vrij spel. Waarom koopt de gemeente bij de boeren niet een aantal weiden om er een bos te planten? Dat zou slim, ecologisch en mooi zijn.”

Toch woon je hier graag?

“Absoluut, Wevelgem heeft een goed werkend cultuurcentrum, er zijn heel wat sportmogelijkheden en er is een prachtige bib! Het nieuwe plein in Moorsele is pico bello afgewerkt. Het is positief dat er een continuïteit van goed bestuur is. In Bouwel is er steeds ruzie tussen de partijen van de coalitie. Hier heb je een bestuur dat een langetermijnvisie uitstippelt, zonder geruzie en gekrakeel. Ze proberen een positief verhaal te vertellen. Ze mogen wel zorgen voor een bos (lacht)! En een fietspad, al dan niet door de velden, richting Dadizele. De Ieperstraat is een snelweg, ik hou mijn hart vast op de dag dat mijn dochter daarlangs naar school moet.”

Je dochter gaat naar school in Ledegem?

“Ja, naar Bloei! Een heel toffe, kleinschalige school. Er is veel natuur, het is een stimulerende en warme school. Ze vindt het er heerlijk. Ik verwacht niet van een school dat die de opvoeding helemaal overneemt. De school is geen plaats waar je een onafgewerkt product afgeeft, dat 18 jaar later van de band rolt. Nee, je moet zelf mee in dat leerproces stappen. Daarom betrekken we Clémence in uiteenlopende zaken. Ik vertel over de bijbel, laat ze schilderijen zien. Ze kan bijvoorbeeld Filips De Goede herkennen op de cover van mijn boek. (lacht) Als ouders moeten we doorgeven, precies zoals ik doe in mijn boek.”

Waar treft de Wevelgemnaar je aan in je vrije tijd?

“In mijn tuin. Daar vertoef ik graag. Het onkruid wieden, het gazon afrijden, er staan wat bloemen, ik heb enkele fruitbomen geplant. Straks oogsten we appelen, peren, kweeperen. Daar maak ik dan confituur van. Mijn vader was een hovenier, ik ben opgegroeid in een landelijke streek. Dat was ik in Antwerpen een beetje kwijt, ik ben heel tevreden dat ik terug wat met mijn handen in de grond kan wroeten.”

Foto's Stefaan Lernout
Foto’s Stefaan Lernout

Bart Van Loo (46) groeide op in Bouwel, in de Kempen. Aan de universiteit van Antwerpen studeerde hij Romaanse filologie, hij zou 20 jaar in de Scheldestad verblijven. Sinds 2012 woont hij in Moorsele, in het woonhuis van de Hoeve ‘t Kapelriegoed waar ook het hoevemuseum gevestigd is. Hij woont er met echtgenote Coraline en dochter Clémence (4).

Bart Van Loo heeft zich door passages in De Laatste Show, De Wereld Draait Door en God in Frankrijk gepresenteerd aan het grote publiek als de francofiele schrijver-conferencier. De uitbundigheid van het podium ruilt hij evengoed in voor de stilte van het lezen en schrijven. Zijn boeken Chanson en Napoleon waren al bestsellers, het in 2019 gepubliceerde De Bourgondiërs overstijgt alle verwachtingen.

Heb je een band met de Leie?

“Toch wel, in de zomer vorig jaar legde ik de laatste handen aan mijn boek. Overdag werkte ik en ‘s avonds nam ik mijn fiets en reed rond tot het donker werd. Vaak langs de Leie tot in Wervik. Het is echter pas sinds een jaar of twee dat ik de schoonheid van de Leievallei heb ontdekt.”

Wat is je levensmotto?

“Probeer goed te doen wat je doet.’ Of je nu bakker, schrijver of schilder bent. Zodat wie dat ziet, weet dat je er werk van hebt gemaakt. Zo heb je er trouwens zelf ook meer plezier van. Verder vind ik het elementair dat mensen zaken doorgeven: tradities, geschiedenis, verhalen.”

Ik mis hier bos. Waarom koopt de gemeente bij boeren niet een aantal weiden om bos te planten?

“Wat ik ook belangrijk vind, is om de comfortzone van je eigen gelijk te verlaten. Dat is volgens mij wat onze maatschappij vooruit zal helpen. Kijk naar onze politiek, iedereen zit vast in het eigen gelijk. Ik zou het geweldig vinden als een politicus tegen een concurrent zou zeggen. ‘Wat u daar zegt, vind ik een zinnig argument en daar wil ik even verder over nadenken’. Ondenkbaar natuurlijk, maar waarom kunnen we niet leren van iemand die een andere mening heeft? ‘Het eigen gelijk’ zou wel eens de ondergang van een samenleving kunnen zijn: met de hakken in het zand en een gevoel van superioriteit.”

Wat brengt de toekomst?

“Misschien vind ik de moed om een vervolg te schrijven? De Bourgondiërs vertelt het verhaal van hoe uit het niets de Lage Landen ontstaan, ik wil nog een tweede boek schrijven over hoe die terug uit elkaar vallen. Over de hertog van Alva, Willem van Oranje en hoe België en Nederland worden wat ze nu zijn. We plannen met het gezin ook een aantal lange reizen. Naar Scandinavië en we trekken door Griekenland en Italië.”

Zaterdagochtend

“Om de twee weken leg ik op zaterdagmorgen een vast traject af met mijn dochter. We gaan naar de bibliotheek in Wevelgem, een prachtige bibliotheek met veel licht. Voor de kinderen is het er fantastisch. Er is een speelhoek en ter plaatse lees ik haar een paar boekjes voor. Dan kiezen we een of twee Disney filmpjes om thuis te bekijken. Daarna doen we een praatje met bibliothecaris Koen, waarvan mijn dochter denkt dat hij alle boeken gelezen heeft die er staan. Tot slot drinken we daar een heerlijke chocomelk.

Vandaar gaan we het park in. Daar kan je spelen, klimmen, water pompen… en na het park gaan we een frietje eten in Sint-Barbara. Die hebben de beste frieten van Wevelgem! Ik herinner me nog goed die eerste maal dat we daar binnenstapten. Mijn vrouw en ik waren opgetogen, we hadden net de plek gezien waar we zouden gaan wonen. Toen had ik een rubriek in De Laatste Show. Mevrouw Huysentruyt zei spontaan: ‘Ik ken u! Ik hang aan uw lippen als ge iets vertelt.’ Ik dacht: mensen die mij hier zo verwelkomen, dat zal wel een goed voorteken zijn zeker?

Het heerlijkst vind ik er de friet waar ze vol-au-vent over scheppen. Dat maakt de frietjes wat zachter en dat vind ik fan-tas-tisch!”

Vrije tijd

“We hebben een heel druk leven, vrije tijd is schaars. Daarbij komt dat de familie van Coraline in Bourgondië woont, haar vrienden in de buurt van Rijsel, mijn familie in de Kempen en ik heb nog heel wat goede vrienden in Antwerpen wonen. Dus die regelmatig bezoeken, vraagt al heel wat tijd. Ik ben dan nog vaak onderweg voor mijn optredens. Hoewel het niet altijd lukt, proberen we op maandagavond naar de Omnisport in Gullegem te gaan, een organisatie van de gemeente.”

Hoevemuseum

“Een maand geleden sloot het hoevemuseum de deuren, heel jammer. Het zou fijn zijn mocht het opnieuw een museum worden zodat de geest van de plek bewaard blijft. Wie weet een Gent-Wevelgem museum? Er komen heel wat fietsers voorbij, die kunnen na een bezoek aan het museum een glaasje drinken op een zonnig terras in de weide. Het is maar een idee.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.