Het viel gisteravond in slechte aarde op tal van sociale media: burgemeester Bart Tommelein en schepen Björn Anseeuw (N-VA) waren zondagnamiddag aanwezig op de match KVO-Club Brugge, terwijl andere supporters uit de stadions worden geweerd wegens corona. Ook SP.A-fractieleider John Crombez plaatste een foto op zijn pagina van Tommelein en Anseeuw in het stadion, met de boodschap: "Veel Oostendenaars w...

Het viel gisteravond in slechte aarde op tal van sociale media: burgemeester Bart Tommelein en schepen Björn Anseeuw (N-VA) waren zondagnamiddag aanwezig op de match KVO-Club Brugge, terwijl andere supporters uit de stadions worden geweerd wegens corona. Ook SP.A-fractieleider John Crombez plaatste een foto op zijn pagina van Tommelein en Anseeuw in het stadion, met de boodschap: "Veel Oostendenaars waren vandaag graag naar KVO-FCB geweest.""Ik was geen vragende partij om naar het voetbal te gaan", reageert burgemeester Tommelein. "Maar het protocol voorziet dat de club een delegatie van 25 mensen mag samenstellen, los van de spelers en de eigen staf. KVO had me gevraagd om deel uit te maken van hun delegatie, wat soms gebeurt als er belangrijke ploegen te gast zijn. Ze zijn mij een beetje als één van hun ambassadeurs. Ik zag trouwens nog KVO-ambassadeurs in het stadion, zoals Kamagurka en Martin Heylen.""Ik ben supporter van KVO en ging in op hun vraag, maar het is nu ook niet zo'n groot plezier om in een leeg stadion te gaan zitten. Ik kon even goed thuis in mijn zetel naar de match kijken, bij een koffie en een koekje, samen met mijn zoon Arthur. Ik begrijp dat supporters het er moeilijk mee hebben dat ik er wel mocht zijn en zij niet, maar ik deed dit niet met opzet. Het was nooit mijn bedoeling hen te schofferen. Bovendien leefde ik alle coronamaatregelen na. Ik droeg een mondmasker en hield afstand. En het was buiten. Ik heb niets gedaan wat in strijd was met mijn voorbeeldfunctie, want ik respecteerde alle regels."Toch heeft Bart Tommelein geleerd uit de vele reacties. "Als KVO mij nog eens vraagt als ambassadeur, in de huidige omstandigheden, zou ik thuis blijven", bekent hij. "Ik zou dat zeker niet als een straf ervaren. Toch stel ik me vragen bij het gebrek aan verdraagzaamheid en de afgunst van sommigen. Blijkbaar aanvaarden ze de representatieve en publieke functie van een burgemeester niet. Dat moet mij ook van het hart. En het lijkt mij dat het politiek wat is opgejut."