Arno door de ogen van muzikant Frank Vermang: “Adieu Lonesome Zorro, leve de mussels!”

© Frank Vermang.
Frank Vermang
Frank Vermang Medewerker KW

Muzikant en radiomaker Frank Vermang, auteur van ‘Oostende :::: Rock ’n Roll’, een uniek naslagwerk over de Oostendse muziek- en uitgaansscene, waarin uiteraard ook veel aandacht voor Arno, mijmert bij het heengaan van Oostendes grootste muziekicoon.

We schrijven het jaar 1949. Het puin van de Tweede Wereldoorlog is nog niet volledig geruimd, maar de wereld likt zijn wonden. James Ensor, Oostendes bekendste schilder ooit geeft in het Heilig-Hartziekenhuis (in de Ieperstraat) de pijp aan Maarten.

Arno(ld)

Een paar kilometer verderop en luttele maanden eerder, meer bepaald op 21 mei, wordt de eerste zoon van Lucretia van den Kieboom en Maurice Hintjens geboren. In een taxi, onderweg naar moederhuis Wante.

De ouders willen hem Arno noemen, maar dat vindt de ambtenaar het geboorteregister net iets te modern. De baby wordt dan maar ingeschreven onder de meer aanvaardbare naam Arnold (Charles Ernest) Hintjens. Het zal hem niet beletten om uit te groeien tot Oostendes belangrijkste performer ooit.

© Frank Vermang.

De jonge Arno(ld) vindt maar moeizaam zijn weg in het leven. Op school wil het niet erg goed lukken, zijn aandacht gaat alle richtingen uit. Muziek, dàt kan hem wel boeien. Wanneer hij als kind voor Elvis Presley hoort, is er een eerste klik. Een paar jaar later schrijven zijn ouders hem in voor een koksopleiding. Want een vak leren, dat is belangrijk.

Laatbloeier

In de Oostendse hotelschool (aan het station) geeft een zekere Hubert Decleer de lessen zedenleer. Hubert is een vrijgevochten geest en durft in zijn lessen al eens een bluesplaat te draaien. Hij vangt daarmee de aandacht van de immer afgeleide Arno. En hij besluit: ‘dat wil ik ook’.

Nog voor het einde van de jaren zestig wandelt Arno Hintjens de poort van de hotelschool voor een laatste keer buiten. Mét een diploma van kok op zak. Weinig doet dan vermoeden dat deze jongeman zal uitgroeien tot de latere legendarische zanger.

De muziekmicrobe heeft hem te pakken, maar wat zelf muziek spelen of zingen betreft: daarin is Arno een laatbloeier. Maar goed, de schooltijd is voorbij en Arno vindt werk.

Koken en muziek

Hij kan aan de slag in de keuken van La Renommee. Koken en muziek hebben wel een en ander gemeen. De juiste ingrediënten gebruiken. Talent en techniek. Timing. Het plaatje moet kloppen.

Arno heeft alles wat nodig is en schopt het tot sous-chef van dit grote restaurant met een klassieke Franse keuken. Na twee jaar kan hij aan de slag in het hotel L’imperial. Aan de overkant van de Van Iseghemlaan. Nu als chef. Een carrière lijkt in de maak.

Maar als ’s avonds de keuken sluit, dan roept de nacht. En de Oostendse nachten zijn lang, bruisend en vol ontdekkingen. Arno zoekt en vindt de plaatsen waar gelijkgestemde zielen zitten. La Chèvre Folle bijvoorbeeld.

De spirit van mei 68 is in Vlaanderen nog ver te zoeken. Oostende is een uitzondering op dat vlak

Deze legendarische plaats bevindt zich sinds het begin van de jaren zestig op de hoek van de Sint-Paulusstraat, de Kerkstraat en de Prins Boudewijnstraat. (Vandaag is het een minuscuul pleintje waar een kunstwerk van een geitenkop de plaats markeert.)

De spirit van mei 68 is in Vlaanderen nog ver te zoeken. Oostende is een uitzondering op dat vlak, en La Chèvre Folle is de plaats waar dit aanvankelijk het meest tot uiting komt.

Het is een café met een galerij, of omgekeerd. Het is maar hoe je het bekijkt. Beloftevolle Oostendse kunstenaars zoals Willy Bosschem, Etienne Elias en Gustaaf Sorel zijn er kind aan huis.

Roland Van Campenhout

Ook de tiener Arno gaat er in de tweede helft van de jaren zestig graag de sfeer opsnuiven. Meer nog: het is een van de eerste plaatsen waar hij uitgaat. Want deze plek is een smeltkroeg van kunst én muziek. Er zijn vaak tentoonstellingen en je vindt er altijd wel een boeiende gesprekspartner.

In de beginjaren valt er vooral jazz te beluisteren, maar niet veel later komen folk en blues meer aan bod. En de muziek weerklinkt niet alleen van de platendraaier, er zijn ook liveoptredens.

Arno rookt er zijn eerste joint en leert er de debuterende Gentse zanger en gitarist Roland (Van Campenhout) kennen. Roland klopt in Oostende zijn legerdienst. Het is een begin van een levenslange vriendschap en toekomstige samenwerkingen.

Folk, Blues & Jazzhouse

Arno heeft het trouwens ook over La Chèvre Folle in Oostende Bonsoir, een single uit 2019. Bovendien staat achter de toog ene Françoise, een Parijse bohemienne met – alweer volgens Arno – ‘de mooiste borsten van het noordwestelijke front’. Het is voor sommigen ook een vorm van kunst en het is vooral ook goed voor de recette.

Wanneer in 1969 het gebouw serieus aan het verkrotten is, sluit La Chèvre Folle de deuren en verhuist de hele scene, samen met Françoise, naar de Brabantstraat. Op huisnummer 10 opent daar dan het Folk, Blues & Jazzhouse, beter bekend als ‘de Folk’ of ‘de Folk & Blues’.

Daar, in dat kleine rokerige café, zie je Engelse muzikanten aan het werk. Ze zijn vaak op doortocht via Oostende en maken van de stop gebruik om er op te treden. In de namiddag is het goed toeven in muziekcafé Sloopy, een ideale locatie om de streetbuzz van de Langestraat te observeren.

The Animals

Een wonderlijke wereld gaat open en die wereld wordt nog groter als de nacht valt. Freddy Cousaert, een indrukwekkend figuur met een goed gevuld internationaal adresboekje, runt wat verder in de Langestraat de zaken The Cap en The Groove. Hij importeert platen die hier nog niet bekend zijn.

En daar stopt het niet mee, Freddy brengt ook muzikanten over. Zoals Jimmy James & The Vagabonds. Ook Eric Burden, de zanger van The Animals (die wat later een wereldhit scoren met The House of The Rising Sun) is er een vaak geziene gast en verbroedert er met Arno.

In The Groove wordt Engels gepraat. Frans ook. Of een soort algemeen beschaafd dialect uit het binnenland. Weinig Oostends. Voor Arno zijn deze plaatsen wonderlijke ontdekkingen, een eindeloze trip in een onuitputtelijke schatkamer. Het inspireert en vormt hem.

Misschien waren er wel drie mondharmonica’s, elk in een andere toonaard?

Arno is in die periode ook zwaar onder de indruk van de Amerikaanse zanger en bluesharmonicaspeler Sonny Boy Williamson. En dan komt er een belangrijk kantelmoment: Arno krijgt een bluesharp (mondharmonica) cadeau.

Van wie hij het instrument krijgt is niet geheel duidelijk. Arno’s eerste lief (de Oostendse Sonia Vanhee, die toen een erg belangrijke rol speelde in zijn leven) beweert dat zij ze hem cadeau deed.

Zijn boezemvriend Danny Willems herinnert zich een Nederlandse toeriste, Arno zelf houdt het op een Duitse toeriste. Misschien waren er wel drie mondharmonica’s, elk in een andere toonaard?

Arno met zijn ‘Ostensche mokke’ Sonja Vanhee.
Arno met zijn ‘Ostensche mokke’ Sonja Vanhee. © Danny Willems

In ieder geval: de muziek zit al in zijn hoofd, en nu blaast hij het er ook uit, Arno krijgt het instrument in no time onder de knie. En hij wil het podium op.

Niet veel later is het zover. Het tweedaagse Oostendse Kick festival verkast in de zomer van 1970 van het Wapenplein naar de Velodroom. Aan het festival is ook een talentenwedstrijd verbonden.

Een vroegere klasgenoot van Arno, Roland Robaey, is een begenadigd muzikant met al heel wat ervaring in verschillende Oostendse bands. Hij zal voor de gelegenheid Arno begeleiden.

Op zaterdag 15 augustus performt de eenentwintigjarige Arno voor het eerst voor een vrij talrijk publiek. Samen brengen ze een aantal bluesnummers, meer improvisaties eigenlijk. Er worden geen potten gebroken, niemand is zwaar onder de indruk, ook de beide muzikanten niet. Het blijft in deze bezetting bij dit ene optreden.

Excentrieke dandy Willy Retsin

Wat bepaalt een levensloop? Hoe kruisen mensen elkaars leven? Hoe ontstaan diepgewortelde vriendschappen. Is alles toeval? Of niet?

We keren even terug naar de tweede helft van de jaren jaren zestig. Willy Retsin is een telg uit een Blankenbergse kleermakersfamilie. Hij baat er een hippe kledingwinkel uit (de Tuf Tuf Club in de Vissersstraat).

Naast excentrieke dandy en ondernemer is Willy ook een fan van Amerikaanse folkmuziek, begenadigd banjospeler en zanger. Een kleurrijk figuur dus en dat trekt de aandacht van enkele jongere Blankenbergse gasten die ook niet geboren zijn om een doorsnee leven te leiden.

De sixties op hun best

En daar zitten mensen tussen met muzikale ambities. Dirk Packo (een washboardspeler), Paul Couter (een gitarist) en Danny Willems (die een tamboerijn bespeelt en een tweede stem kan zingen).

Samen met Willy Retsin vormen ze een groepje en struinen ieder zaterdagavond de betere restaurants af in de regio. Ze brengen er (ongevraagd) korte verrassingsoptredens waarna Danny met de hoed langs de tafels geld sprokkelt.

Soms brengt dat flink wat op, vaak worden ze ook buitengewerkt. Ze worden door een aantal rijkere klanten ook gevraagd om decadente feestjes in hun chique villa’s op te luisteren. De sixties op hun best dus.

Jamsessie in Het Witte Paard

Dit zou op zich niet meer dan een leuk Blankenbergs verhaal zijn, ware het niet dat Willy in 1970 besluit een tweede winkel te openen. In de Kleine Weststraat in Oostende. Als uitbater plaatst hij er zijn bevriende gitarist: Paul Couter.

Arno, die na zijn debuut zonder muzikale partner zit, loopt op een dag voorbij de winkel en hoort Paul Couter gitaar spelen. Het is een volgend en uiterst belangrijk kantelmoment. Het klikt tussen de twee, zowel persoonlijk als muzikaal. Arno beseft dat zijn toekomst in de muziek ligt en gooit zijn koksmuts over de haag.

In de Oostendse muziekscene is er dan al een paar jaar een en ander aan het gisten. De brave bandjes die traditiegetrouw de Engelse populaire deuntjes coveren, worden aangevuld met bands en muzikanten die al eens meer durven te experimenteren. Er wordt ook al eens samengespeeld. Zoals op een jamsessie in Het Witte Paard op 3 januari 1971. Ook Arno speelt die dag een nummer mee op mondharmonica.

Freckleface

Een van de muzikanten is Paul Vandecasteele. Deze getalenteerde bassist staat aan de wieg van een gloednieuwe band: Freckleface.

Op 13 maart 1971 debuteert in de Ferrerclub deze band met zanger Yvan Aernoudt, Roland Robaey (gitaar), Jean-Pierre Wynsberghe (hobo & het hele fluitgamma), Tuur Beethoven (drums) en Paul Vandecasteele (basgitaar).

Freckleface krijgt positieve kritieken, maar valt kort daarna uiteen.

Trip naar Zuid-Frankrijk

Paul Vandecasteele wil echter een doorstart van de groep. Hij zoekt en vindt nieuwe muzikanten. Een drummer (Eddy Storm, later Jean Lamoot) is snel gevonden. Vandecasteele heeft Arno Hintjens al bezig gehoord op mondharmonica en vraagt hem erbij.

Arno hijst op zijn beurt zijn maat Paul Couter aan boord. De band speelt in deze nieuwe bezetting een eerste keer in het Oostendse sportcentrum (in het voorprogramma van The Bunch) en daarna vertrekken de vier op een trip naar Zuid-Frankrijk. Het weinige geld dat ze hebben is al snel op, maar gelukkig hebben ze hun instrumenten mee.

In Saint-Tropez proberen ze wat geld op te halen door als straatmuzikanten te spelen en dat lukt aardig. Ze worden er gefilmd door een Franse tv-zender en hebben zo, zonder het goed te beseffen, hun eerste televisieoptreden (in een programma over de zomer in dit mondaine oord).

Freckleface staat niet op de affiche, maar slaagt er toch in om een korte set te spelen. Het wordt hun laatste optreden

In mei 1972 waagt Freckleface zich met veel ambitie, maar weinig geld, aan de opname van een plaat. Ze gebruiken daarvoor een schoolgebouw in het Gentse en doen een beroep op een soort mobiele opnamestudio die gespecialiseerd is in het opnemen van fanfares. Het resultaat doet de stevige livereputatie van de band geen eer aan.

De plaat breekt geen potten, maar verzamelaars leggen er tegenwoordig met plezier een flinke bundel euro’s voor neer. Kort na de release wordt Arno ziek. Dat, in combinatie met de slechte verkoopcijfers en het ontbreken van persaandacht, zorgt ervoor dat de band de moed verliest.

Op 22 juli 1972 wordt er in het gloednieuwe Media Center een popfestival georganiseerd met op het programma onder meer The Dizzy Mans Band, Mungo Jerry en The Sweet. Freckleface staat niet op de affiche, maar slaagt er toch in om een korte set te spelen. Het wordt hun laatste optreden.

Duo Tjens-Couter

Na de split van Freckleface gaan Arno (Hin)Tjens en Paul (De)Couter(e) in de zomer van 1973 verder als het duo Tjens-Couter. Vol goede moed en geloof in eigen kunnen. Paul is een uitmuntende bluesgitarist, Arno een goede mondharmonicaspeler. Hij ontpopt zich al snel als geboren entertainer. Arno zingt, hoewel ook Paul de zangmicro niet schuwt.

Ze proberen te overleven van hun optredens en spelen waar ze maar kunnen. Het blijkt de beste leerschool. Al snel overstijgt hun naamsbekendheid de Oostendse regio. Danny Willems beseft, net zoals zijn maat Paul Couter, dat Oostende nu the place to be is en verkast in 1975 naar dé stad aan zee. Bovendien is zijn lief een Oostendse, dus dat komt goed uit.

Danny is op dat moment in de ban van zijn passie fotografie (hij is een talentvolle autodidact). Het is het begin van een levenslange vriendschap tussen hem en Arno die dankzij Danny ook in beeld vastgelegd wordt.

YMCA-wedstrijd in Middelkerke

Opmerkelijk: in 1974 wint Tjens-Couter de YMCA-wedstrijd in Middelkerke. Er is een aparte prijs voor de beste zanger. Ook in die categorie wint Tjens-Couter. Maar het is niet Arno Hintjens die de prijs krijgt. Arno’s stem heeft dan nog niet de latere doorleefde maturiteit.

Het zijn de zangcapaciteiten van zijn kompaan Paul Couter (die ook sommige nummers zingt) die het meest gesmaakt worden door de jury. De geldsom die ze winnen (10.000 frank, een behoorlijk bedrag in die tijd) is meer dan welkom voor het duo dat amper kan overleven van hun muziek.

We schrijven 1975 en het duo bestaat ondertussen twee jaar. Het repertoire van bluescovers is al flink aangevuld met eigen songs en het duo heeft intussen een ijzersterke livereputatie verworven.

Saturday Night Queen

Omdat ze vrije geesten zijn, overal spelen en soms de juiste mensen ontmoeten, is het slechts een kwestie van tijd en een portie geluk voor de puzzelstukken in elkaar vallen. Een eigen single is het resultaat: Saturday Night Queen, een tango, valt op, krijgt wat airplay en het aantal optredens neemt toe.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Een jaar later wordt een volledige elpee opgenomen. Van Who Cares worden er een paar duizend verkocht. Voor de opnames doen ze een beroep op muzikanten van de Highway Band (voorheen: Kandahar), de Gentse groep van hun beschermheer Karel Bogaert.

Die leert al vroeger Paul & Arno kennen tijdens een passage in Gent. De Highway Band zal ook live het duo begeleiden. De toekomst ziet er dus rooskleurig uit, tot het label van Karel datzelfde jaar failliet gaat.

Terug naar af. Arno en Paul moeten weer als duo de baan op, maar niet voor lang. Arno’s jongere broer Peter Hintjens speelt bij Toxisch. Deze band deelde al een aantal keer het podium met Tjens-Couter en de getalenteerde drummer Rudy Cloet en gitarist Danny Bossaer vallen in hun smaak.

Avro’s Toppop

Een andere band waar Peter eerder bij speelde, Moving Skull, is ermee gestopt. Een van hun muzikanten, Ferre Baelen, speelt naast gitaar ook een eigenzinnig stukje bas. Het duo overtuigt de drie muzikanten met hen in zee te gaan.

Tjens-Couter en de T.C.-band debuteren op 25 maart 1977 in het Oostendse Feestpaleis met Toxisch in het voorprogramma. Rudy en Danny mogen die avond dus twee keer het podium op. Danny Bossaers aanwezigheid is echter van korte duur. De groep gaat verder met z’n vieren.

Het wordt een doorstart, en wat voor één. Met de single Honey Bee scoren ze een hitje. Ze mogen zelfs, als eerste Belgische band ooit, opdraven in de razend populaire Nederlandse TV-show Avro’s Toppop. Ook de Duitse televisie vraagt hen.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

De band rockt als de beesten. De verkoop loopt beter dan voorheen, ze worden op de radio gedraaid en de agenda met optredens raakt behoorlijk gevuld. Meer singles volgen zoals het retestrakke In My Eye / Give Me What I Need.

Geen rechtgeaarde muziekliefhebber die nog twijfelt aan de kwaliteiten van deze groep. Maar toch besluiten Arno en Paul in 1978 opnieuw een tijdje als duo de baan op te gaan. De reden hoeft niet ver gezocht te worden: de optredens zijn niet vet betaald en de netto-opbrengst blijft laag.

Er is de kostprijs van een bestelwagen met chauffeur (oud-Frecklefacebassist Paul Vandecasteele zorgt hiervoor) en dan moet wat rest door vijf worden gedeeld. Een duo kan de baan op met een gewone wagen en de opbrengst van een optreden moet onder minder mensen verdeeld worden.

Nummers in overvloed

De T.C.-muzikanten focussen zich dan maar op hun andere activiteiten. Rudy is nog steeds druk in de weer met de band Toxisch. Ferre gaat gitaar spelen bij Stagebeast, de band van Dubbe (die andere Oostendse oerrocker), als vervanger van Willy Punk (Willy Willy). Deze gitarist klopt dan zijn legerdienst in Duitsland.

De terugkeer van Arno en Paul als duo slaat evenwel niet echt aan. De power ontbreekt en na enkele maanden wordt de T.C.-band vanonder het stof gehaald.

De groep heeft ambitie en nummers in overvloed. Er wordt een manager gezocht en gevonden en er komt – eindelijk – een langspeelplaat met de T.C.-Band. Plat du Jour is de titel en op 1 december 1978 wordt die voorgesteld aan het publiek in dancing Versailles op de Albert I-Promenade.

Cross Roads

Freddy Cousaert organiseert er onder de noemer Cross Roads evenementen. Freddy weigerde manager te worden van Tjens-Couter, maar zegt zelden neen tegen een opportuniteit.

De Versailles staat in die tijd bekend voor zijn extravagantie en daar wordt handig op ingespeeld. Er is een surprise act: een stripteaseuse trilt met de billen en het publiek is in de wolken.

De ouders van de meer jeugdige fans zijn dat minder. Omdat het spektakel later begint dan aangekondigd zijn hun kids later dan verwacht thuis. Maar die zwijgen over wat ze gezien hebben en kunnen nog lang nagenieten.

The Marquee Club in Londen

Het jaar daarop steekt de groep de plas over voor een aantal optredens in het Verenigd Koninkrijk, ze doen er een college tour en spelen onder meer ook in de The Marquee Club in Londen.

Arno praat en zingt een eigen soort Engels maar het publiek geniet van de energie. Maar wanneer duidelijk wordt dat deze plaat ook geen doorbraak zal forceren, begint Arno zich vragen te stellen over de toekomst.

Er moet een nieuwe richting gevonden worden. Een nieuwe naam ook. De T.C. mag blijven, maar de extensie-band klinkt te oubollig. Het toeval biedt soelaas. Arno’s vriendin heeft een koelkast van het merk Matic. Dat klinkt wel catchy.

Nieuwe naam: T.C. Matic

Bij de wisseling van het decennium volgt dan de muzikale sprong naar het nieuwe. Het zal de grootste schokgolf veroorzaken uit de geschiedenis van de Belgische rockscene. Arno is hoogzwanger en het kind zal T.C. Matic heten.

In de Oostendse Ferrerclub repeteert bij de overgang naar de jaren 80 de band Quies met onder onderen Serge Feys op keys. De club biedt onderdak aan nog twee andere Oostendse bands: Stat-X en het prille T.C. Matic.

Arno is op zoek naar een toetsenist en het geluid van Serge zint hem wel. Serge maakt de overstap naar de band en zo is de basisbezetting van T.C. Matic een feit.

Sterke persoonlijkheden

Toch verloopt niet alles van een leien dakje. De groepsleden hebben elk verschillende en sterke persoonlijkheden. Arno is geen gemakkelijken, maar dat zijn de anderen ook niet. Kort na het ontstaan, in 1980, eindigt het premature T.C. Matic ei zo na als een doodgeboren kind.

Arno wil met Serge Feys verder als duo, zoals de dan populaire Engelse formatie Soft Cell. Hij verkondigt dat doodleuk na een optreden in de bestelwagen. De hele groep staat perplex, want dat had niemand zien aankomen, ook Serge niet. Die ziet dat plan trouwens niet zitten. Hij is verknocht aan de ritmesectie en wil met hen verder.

Serge weigert dus en beschikt gelukkig over de nodige communicatieve vaardigheden en diplomatie om de brokken te lijmen. Het duurt een paar weken om Arno te overtuigen T.C. Matic een tweede kans te geven. En daarna moet de rest van de band ook nog gepaaid worden, want die voelen zich logischerwijs redelijk op hun pietje getrapt.

Jean-Marie Aerts

Voor Arno’s compagnon de route, Paul Couter, gaat het allemaal te ver. De vrienden gaan met pijn in het hart uit elkaar. Paul blijft nog even in Oostende hangen maar verkast een paar jaar later naar Gent.

Jean-Marie Aerts vervangt Paul op gitaar. De twee kennen elkaar, ze groeiden op in dezelfde straat in Zeebrugge. De nieuwe gitarist is, net als de rest van de band, een freak als het aankomt op het experimenteren met nieuwe klanken en muziekvormen.

De puzzelstukken klikken in elkaar. T.C. Matic heeft zijn formule te pakken en zal uitgroeien tot een van de invloedrijkste Belgische bands ooit.

Eerste Oostendse optreden

Weetje: Op 3 mei 1980 speelt T.C. Matic in Oostende met Serge Feys op toetsen. Plaats van het gebeuren: het Ostend Rock Festival in Zandvoorde.

Het is het eerste Oostendse optreden van deze versie van de band: op gitaar zien we dan nog Paul Couter. Een maand later, op 7 juni, maakt Jean-Marie Aerts zijn debuut. Plaats van het gebeuren: De Tube in Oostende.

Het is niet zo dat het succes hen in de schoot geworpen wordt. De band neemt in eigen beheer vijf nummers op, omdat ze geen firma vinden die in hun atypische sound gelooft.

Stevige livereputatie

Gelukkig hebben ze dankzij hun verleden al heel wat contacten en er komt een song van hen terecht op Get Sprouts, een compilatie-elpee met belpopnummers.

De plaat wordt gefinancierd door de bank ASLK en moet dienen om jonge spaarders te verleiden klant te worden. Jongeren die een spaarrekening openen, krijgen de plaat cadeau. De vier resterende nummers brengen ze op een dubbele single uit, in één hoes, om kosten te sparen.

De plaat proberen ze eigenhandig aan de man te brengen en dat lukt vrij aardig. Wat nog beter lukt, is optredens ronselen. De band heeft al heel snel een stevige livereputatie. Het vinden van een platenfirma, dat is het probleem. Overal vangen ze bot.

O la la la

Gelukkig hebben ze een manager die wél gelooft in het potentieel van Arno en zijn band en die stampt uiteindelijk zelf een label, Parsley, uit de grond.

De eerste single op dat label is een regelrecht schot in de roos. O la la la, c’est magnifique wordt opgepikt door de media en het nummer klimt naar de top in de hitlijsten. T.C. Matic is gelanceerd.

Er is in die tijd nog lang geen sprake van internet of gsm. En als artiest moet je zijn waar de beslissingen vallen. Arno besluit om te verhuizen naar Brussel.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Weetje: De Oostendse concertpromotor Freddy Cousaert overtuigt in 1981 de aan lager wal geraakte soullegende Marvin Gaye om naar Oostende te komen. Freddy geeft hem onderdak in zijn pension Mercury in de Kemmelbergstraat, later in een flat op de Albert 1-promenade en na een tijdje in een villa in Moere (Gistel).

Tegelijk bezorgt hij Arno een bijverdienste als kok voor Marvin. Hoewel Arno met T.C. Matic dan al zijn eerste hit te pakken heeft en de optredens aan elkaar rijgt, plukt hij daar in die fase nog geen financiële vruchten van.

Marvin eet graag kip en rookt graag joints. Arno lust ook wel beide. Voor Marvin Gaye is het onbegrijpelijk dat een zanger met een hit moeite heeft om financieel rond te komen. Maar België is Amerika niet en dus pendelt Arno tussen Brussel en Oostende om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen.

Muzikaal zijsprongetje

In 1981 maakt Arno voor het eerst (maar zeker niet voor het laatst) ook een muzikaal zijsprongetje. Samen met gitarist Jean-Marie Aerts brengt hij onder de naam LA LA een single uit (Do The Kangaroe) die echter onder de radar blijft.

Ze focussen zich dan maar voor de volle 100% op de band. T.C. Matic neemt in totaal vier succesvolle elpees op: TC Matic, l’Apache, Choco en Yé Yé groeien stuk voor stuk uit tot klassiekers.

Het Belgische (en bij uitbreiding Europese) publiek zal het geweten hebben. T.C. Matic is zijn tijd ver vooruit en speelt op alle grote festivals. Hun platen verschijnen tot in Japan. Op die manier raken ook andere grote bands beïnvloed door hun eigenzinnige manier van muziek maken.

Op 4 juli 1981 heeft de band zijn eerste écht grote optreden te pakken: Rock Torhout.

De meeste songs klinken tot vandaag fris en relevant. Er volgen verschillende hits (hoewel de eerste de grootste blijft), maar financieel valt het allemaal wat tegen en de werkdruk is enorm. In 1984 wordt bassist Ferre Baelen vervangen. Zijn plaats wordt ingenomen door de Nederlander Michael Peet.

Ondanks de drukke agenda vinden Arno en Serge Feys tussendoor nog de tijd voor een zijproject dat hen begin 1985 naar de opera van Parijs leidt. De Nederlands-Duitse componist Konrad Boehmer voert er zijn bewerking van Doctor Faustus op. Drie maanden lang mag Arno acht minuten het podium op, begeleid door Serge.

Het zestig man sterke orkest en de dirigent zijn daar allesbehalve blij om, temeer omdat Arno en Serge de scène soms dubbel zo lang rekken. Het is de eerste maal dat er elektronische muziek gebruikt wordt in het prestigieuze gebouw en de klassieke muziekwereld is in shock. Dat betert er niet op wanneer het duo op de laatste dag afscheid neemt met een jam op It’s all over now van Bobby Womack.

Voorprogramma Simple Minds

Na de Parijse ‘uitstap’ van Arno en Serge duikt T.C. Matic de studio in voor de vierde plaat Yé Yé. De eerste single Elle adore le noir is een waar meesterwerk. Over de rest van het album is de groep minder tevreden.

De band toert in het najaar voor de promotie van het album en in de winter trekken ze door Europa in het voorprogramma van de Simple Minds.

Het moet een hoogtepunt worden, maar de tour is behoorlijk zwaar voor sommige bandleden. Ze krijgen ook door dat ze onvoldoende gesteund worden door hun platenfirma.

Na deze tour worden ze door EMI, zonder enige pauze, opnieuw de baan opgestuurd. De optredens brengen hen in slechte omstandigheden langs kleine clubs.

De vermoeidheid, het gebrek aan ondersteuning en de stress werken deprimerend en de groep kapt er eind februari 1986 definitief mee. Het nieuws van de split haalt het nationale journaal.

Eerste soloalbum

De fans zijn teleurgesteld, maar Arno is dan al aan een ‘plan B’ aan het werken. Tijdens de opnames van de laatste langspeler van T.C. Matic werkt hij tegelijk aan een eerste soloalbum.

De songs die daarop komen, zijn gecomponeerd en geproducet door Arno en Serge Feys. Het is een drukke tijd voor beiden, want in dezelfde periode maken ze ook de soundtrack voor de film Skin (waarin Arno ook nog eens de hoofdrol speelt).

Het eerste solonummer wordt When the Rock lost the Roll. Een nummer dat overigens opgenomen wordt tijdens studiotijd die door EMI ingeboekt staat voor T.C. Matic.

Virgin Records

Arno en Serge melden zich op een dag bij de ICP-studio waar ze horen dat T.C. Matic-producer Howard Gray ziek is. In plaats van naar huis te gaan, bellen ze stadsgenoot en vriend Willy Willy (ze hadden hem eerder al een cassettetje gegeven met een demoversie van het nummer), duiken de studio in, nemen het nummer op en rijden ’s avonds met de opnames naar Virgin Records.

Bij Virgin zijn ze meteen overtuigd van de mogelijkheden en een contract wordt getekend. De solocarrière van Arno is geboren en een full album volgt niet veel later.

Een eerste single Forget The Cold Sweat wordt een hit. Het nummer is een duet met zangeres Redgy die een paar jaar eerder met de formatie Indeep een wereldhit scoorde met de song Last night a dj saved my life.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Arno (met onder andere Serge in de begeleidingsband) gaat met het album een jaar op tournee. Het is het begin van een indrukwekkend soloparcours.

En Arno verlegt zijn grenzen. In januari 1987 worden zijn acteerprestaties in Skin op het grote scherm losgelaten. Na de Oostendse première in cinéma Capitole (waar onder andere zijn tweeentachtig jarige grootmoeder Marie-Louise aanwezig is) mag hij zijn handafdrukken gaan vereeuwigen in de Wall Of Fame in het Mercatorpand in de Kapellestraat.

In 1988 verschijnt het album Charlatan. Voormalige T.C. Matic-leden Jean-Marie Aerts en Rudy Cloet doen mee op gitaar en drums en Serge Feys is coauteur van een aantal nummers. De lp is een meesterwerk. Ook Ratata, het daaropvolgende album, wordt goed onthaald. De opnames daarvan gebeuren in 1989, de release volgt in 1990.

Paulusfeesten

Weetje: In 1990 test de organisatie van de Paulusfeesten een locatie: de velodroom aan de rand van ’t bosje. Het is een gewaagd experiment. Zal het publiek zich willen verplaatsen buiten het stadscentrum voor iets wat uiteindelijk een straatfestival is? Het antwoord luidt ‘neen’. Enkel het optreden van Arno lokt de grote massa. Hij speelt op identiek dezelfde plaats waar hij exact twintig jaar eerder debuteerde.

Arno blijft zijn eigenzinnige zelf en dat leidt in 1991 tot een heel interessant project: Charles et Les Lulus. De band die hij daarvoor samenstelt, is ronduit briljant: blueslegende Roland, accordeonvirtuoos Ad Cominotto en de wonderbaarlijke drummer Piet Joorens.

Het resultaat van deze combinatie is meer dan succesvol. Op de cd staan opmerkelijke bewerkingen van klassiekers en vier – even eigenzinnige – nieuwe songs. Het publiek lust er wel pap van en er volgt een uitgebreide tournee.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Voor een volgend project trekt Arno de oceaan over. In Nashville wordt Idiots Savants ingeblikt. Voor dit album pikt hij zijn ‘oude’ Oostendse drummer Rudy Cloet weer op. Rudy zal Arno begeleiden tijdens deze en de volgende twee albums en tours.

De bewerking van Les filles du bord du mer (van Adamo) doet het origineel verbleken en zijn versie maakt al snel deel uit van het collectieve geheugen van de Oostendenaars.

Het nummer Vive Ma Liberté wordt een terechte hit en Funky Your Not is een indrukwekkend eerbetoon aan Dirk Schoufs, de overleden bassist van Vaya Con Dios.

Oostendse Noordzee

Het leven van een performer als Arno verloopt in cyclussen: componeren, opnemen, toeren. Met tussendoor hier en daar een filmrolletje. Midden jaren negentig is Arno bijzonder productief.

Voor het album Water (1994) wordt er opgenomen in Frankrijk, maar voor de hoesfoto kiest huisfotograaf en beste vriend Danny Willems voor de Oostendse Noordzee. Arno springt uit zee alsof hij voor de tweede maal geboren wordt.

De single A Eux Je Montre Mon Derrière is typerend. Frans, Engels en Oostends: Arno gebruikt het in dit nummer door elkaar en met succes.

Een jaar later is het de beurt aan À La Française, en die plaat staat vol met wonderbaarlijke parels waarvan Dans Les Yeux De Ma Mère (in de latere pianoversie) een absolute klassieker wordt. De wetenschap dat Arno zijn moeder op jonge leeftijd verloor geeft een extra dimensie aan het lied.

Arno’s versie van Comme à Ostende (een oude song van de Franse chansonnier Léo Ferré) is magistraal. Het nummer roept het beeld op van het nachtelijke Oostende: een verlaten strand en een onblusbare dorst naar het oneindige nightlife.

De cd is een bestseller, ook in Frankrijk. En dat is voor een artiest, die graag financieel onafhankelijk wil zijn, een meevaller.

Gouden Mathille

In 1995 beslist de Oostendse persclub de Gouden Mathille, een prijs die jaarlijks uitgereikt wordt aan een verdienstelijke Oostendenaar (of inwoner van), toe te kennen aan Arno.

Hij krijgt hem in januari van het daaropvolgende jaar rond de nek gehangen. Arno komt daarmee op de lijst terecht waarop ook al namen prijken zoals Gustaaf Sorel, Raoul Servais, Willy Bosschem, Henri Storck, Karel Jonckheere en Roger Van Haverbeke.

Arno houdt zijn privéleven graag uit de schijnwerpers maar dat lukt niet steeds. Zijn huwelijk met de Franse zangeres Marie-Laure Béraud haalt de pers. Samen krijgen ze een zoontje, Felix.

Rond dezelfde periode vertolkt Arno een rol in de nogal surrealistische film Camping Cosmosvan Jan Bucquoy, een prent die vooral in het oog springt door het gigantische balkon van prente Lolo Ferrari.

Een ander muzikaal zijproject (1997) is Charles and the White Trash European Blues Connection. Arno doet hiervoor een beroep op een nieuwe ritmesectie (met onder anderen bassist Alan Gevaert die eerder bas speelde bij de Oostendse band Yasja en later zal spelen bij Deus). Het is Arno op zijn eigenzinnigst.

In 1999 zijn er dubbele feiten. Arno scoort samen met B.J. Scott de radiohit Jean Baltazaarrr en brengt een full album uit, Le European Cowboy.

Tweede verblijf in Oostende

Arno wordt aan het einde van deze eeuw vijftig, maar dat wil niet zeggen dat hij op zijn lauweren gaat rusten. Integendeel zelfs.

In het begin van het nieuwe millennium roepen de roots. Arno duikt steeds vaker in Oostende op. Niet dat er verhuisplannen zijn, maar hij neemt er wel een tweede verblijf. Op de zeedijk natuurlijk, want de zee is een tableau vivant en een onuitputtelijke bron van inspiratie.

En er is ook een praktische kant aan deze keuze: na een onderbreking van tien jaar hernieuwt Arno de samenwerking met Serge Feys. Vlak bij de studio van Serge (in de wijk Hazegras) liggen, op wandelafstand, twee locaties die als repetitieruimte kunnen dienen (theaterzaal De Illusie – schuin over de deur – en Club Terminus, net om de hoek in het stationsgebouw).

Muzikaal huwelijk met Serge Feys

Het zal een uiterst vruchtbaar muzikaal huwelijk worden. Serges bijdrage aan Arno’s carrière was in de jaren tachtig substantieel en de toetsenman is in de jaren negentig niet stil blijven zitten.

Ook zijn skills als muzikant en producer zijn blijven groeien. Hij is volledig mee met zijn tijd. Mix dat met de intussen gerijpte Arno en de inbreng van zijn gitarist Geoffrey Burton… et voila: je hebt de perfecte cocktail Arno-style.

De albums die dit decennium verschijnen, getuigen van de groeiende wisselwerking tussen de twee. Het is een periode van ongewone klanken en arrangementen waardoor je telkens weer nieuwe facetten ontdekt. Mede door de arrangementen van Serge hebben de nummers zoveel dimensies dat ze zelden gaan vervelen.

© Davy Coghe

Ook bij de bewerkingen van bestaande songs (iets waar Arno altijd al in uitblonk) gaat het zo ver dat je vergeet dat er ook een originele versie van het desbetreffende nummer bestaat.

Het is kortom een periode waarin elke rechtgeaarde muziekliefhebber ontdekt dat Arno geen charlatan is, maar een artiest pur sang. Geen flopstar, maar iemand die zijn eigen koers vaart en zijn instincten volgt. Los van het feit of dit nu als goed of slecht ervaren wordt.

In 2002 is Arno Charles Ernest het eerste album in een reeks waaraan Serge in deze periode meewerkt. Er staat onder meer een geslaagde bewerking op van een nummer van Gainsbourg: Elisa.

De oorspronkelijke versie (een vluchtig, jeugdig walsje) wordt hier in een bad met levenservaring gedompeld. Jane Birkin, die op de originele versie een duo vormde met Gainsbourg (zowel privé als muzikaal), zingt ook mee op Arno’s versie. Het resultaat is een duet dat ontroerend mooi en doorleefd klinkt.

Chevalier en ereburger

Net voor de release van de cd wordt Arno in Parijs geëerd en benoemd tot Chevalier des Arts et des Lettres.

Weetje: Hierna gaan binnen het stadsbestuur stemmen op om Arno ereburger te maken. Het is vanzelfsprekend dat, na Parijs, zijn geboortestad ook iets doet. Gemeenteraadslid en vicepremier Johan Vande Lanotte kent zijn pappenheimers en gaat eerst bij Arno polsen of die daarvoor openstaat.

Arno antwoordt dat hij zo’n plakkaat wel op zijn schouw wil en daarop komt het punt op de gemeenteraad. Maar daar blijkt dat niet iedereen enthousiast is over het voorstel. Is een rebel als Arno wel een goed voorbeeld voor de jeugd? Zijn er geen Oostendenaars die meer recht hebben op zo’n titel? En om de hoeveel jaar zal zo’n titel toegekend worden? En in welke categorieën? En aan welke criteria moet een kandidaat-ereburger voldoen?

French Bazaar en Jus De Box

Enfin, uiteindelijk wordt het voorstel goedgekeurd, maar tegen dan is het Arno ter ore gekomen dat er politieke discussies zijn en hij ‘vergeet’ zijn ereburgerschap in ontvangst te nemen. Uiteindelijk zal Arno pas in 2018, samen met de Oostendse animator en cineast Raoul Servais, het ereburgerschap officieel overhandigd krijgen.

In 2004 tekent Serge Feys op het album French Bazaar (2004) al voor het grootste deel van de nummers als coauteur en in 2006 wordt de samenwerking nog intenser.

Voor het album Jus De Box gebeurt veel van de voorbereiding en het schrijven thuis bij Serge, in zijn studio. Ook het programmeren van de drumtracks: Serges eerste liefde was het drumstel, en dat komt hier goed van pas.

Film over Marvin Gaye

Weetje: De Oostendse passage van de soulzanger Marvin Gaye zindert zo lang na dat in 2006 filmproducent Julien Temple in Oostende opduikt. Hij wil onder de titel Sexual Healing de laatste jaren van Marvin Gaye verfilmen.

Voor de hoofdrol tekent niemand minder dan de wereldberoemde zanger Lenny Kravitz. De directeur van Toerisme Oostende (Peter Craeymeersch) gaat met Lenny de verschillende filmlocaties bekijken. Er worden een filmcrew en acteurs overgevlogen (onder andere een groep professionele Amerikaanse muzikanten die moeten fungeren als begeleidingsband).

Verschillende scenes worden ingeblikt, maar de opnames starten zonder Lenny (de ex van Marvin Gaye zou niet tevreden geweest zijn met de keuze voor Lenny Kravitz). De hoofdrol wordt overgenomen door Jesse L Martin (Law and Order), ook Arno krijgt een rol in de film. Helaas: de productie zal nooit afgewerkt raken, de erfgenamen van Marvin geven uiteindelijk geen toestemming.

Ex-Drummer

In 2007 gaat de film Ex-Drummer (naar een boek van Herman Brusselmans) in Oostende in première. Arno en band hebben er een cameo in en schrijven voor deze film het nummer Een boeket met Pisseblommen.

Het is een nummer in het Oostends met een vette knipoog naar het verleden van de kuststad: er wordt onder meer een traditioneel stuk bezwerende Oostendse middeleeuwse rijmelarij gebruikt (Oane moane suuker de kroane. Piempaljoene laize).

Weetje: In diezelfde film speelt ook de Oostendse oerrocker Dubbe een kleine rol.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

In datzelfde jaar mag Arno op het gloednieuwe Oostendse Filmfestival de rol van Master of Selection op zich nemen. Arno is een filmfan en deelt er zijn selectie van twaalf films met het publiek. Ook zijn muzikale vriendin Jane Birkin is van de partij en ze mogen elk hun eigen ster op de zeedijk onthullen.

Nog een Weetje: In 2008 is Oostende, samen met steden uit het Verenigd Koninkrijk, Slovenië, Italië, Oostenrijk en Duitsland geselecteerd voor een Europees proefproject. Het gaat om een preventiecampagne tegen alcoholverslaving. Daarvoor worden plaatselijke sleutelfiguren ingezet.

Voor Oostende is dit Arno. Zo worden onder meer vijfduizend cd’s van zijn nummer Hit the Night uitgedeeld. Het nummer (uit de cd Jus de Box) kan door de deelnemers geremixt worden en er worden ook negentigduizend bierviltjes met de beeltenis van Cowboy Henk (van de in Oostende wonende Herr Seele) verdeeld. De Oostendenaar Jan Dewulf, de man achter (onder andere) Diskonnekted, wint de wedstrijd.

Theater Aan Zee

En nog een Weetje: Het evenement TAZ (Theater Aan Zee) groeit en bloeit. En er is ook een belangrijk muzikaal luik. Er is een TAZ-band, die grotendeels identiek is met de begeleidingsband van Arno (onder leiding van Serge Feys).

Er wordt jaarlijks een muziekcurator aangesteld die de affiche mag opmaken. Onder de curators: Arno. In 2009 laat hij met het muziekproject Stoemp (zestien muzikanten uit verschillende culturen) een onvergetelijke indruk na.

In 2010 kan een mens op zijn zestigste nog met prepensioen, maar dat zal le plus beau worst wezen. Arno laat nog maar eens een cd op de wereld los, en wat voor een: Brussels is een album om in te kaderen.

Met broer Peter

In februari 2012 wordt Arno opgenomen in de eregalerij van Radio 2. De ‘plechtigheid’ vindt traditiegetrouw plaats in het Oostendse Kursaal en daar hoort een kort optreden bij. Tot verwondering van velen speelt Ferre Baelen (ex-T.C. Matic) mee op bas.

Arno en Serge overwegen om Ferre weer aan boord te halen voor een verdere samenwerking, maar de lijm kleeft niet meer. Ze gaan dus verder met andere muzikanten en in het najaar van 2012 volgt het album Future Vintage.

Weetje: In 2012 bewerkt Serge Feys het nummer Sister Claw (van de Oostendse rocker Dubbe) en vraagt aan Arno om er mondharmonica op te spelen. Op de opname is ook Arno’s broer Peter Hintjens te horen. Hoewel beide broers dan al ruim dertig jaar muziek spelen hebben ze nooit eerder samengewerkt.

Sister Claw is de enige opname waarop ze samen te horen zijn. Los van het feit dat het nummer op zich de moeite van het beluisteren meer dan waard is, wordt dit unieke document niet opgepikt door de media. Het verhaal haalt de rockgeschiedenis niet en verdwijnt in de plooien van de tijd.

Arno 65

We schrijven 2014: Arno wordt 65 en daar horen de nodige festiviteiten bij. Er komen twee concerten in het Kursaal en een tentoonstelling Cinema Arno in het gestripte gebouw van cinema Capitole in de Langestraat.

Organisator Claude Blondeel poot er een geslaagde mix van foto’s (van de hand van Danny Willems), bewegende beelden en geluid neer. Het is de bedoeling om het evenement één maand te laten duren, maar wegens het grote succes wordt de einddatum uitvoerig uitgesteld.

In 2015 wil Arno weer op tournee, maar er is een probleem: compagnon Serge Feys is intussen volle bak aan de slag bij De Grote Post en hij kiest voor de projecten die zich daar aanbieden. Na een samenwerking van vijftien jaar gaat Arno dus zonder Serge verder.

Tjens Matic

Het belet hem niet om in 2016 een nieuw album, Human Incognito, uit te brengen. Voor de hoes tekent trouwens oude vriend Danny Willems en de foto wordt genomen in de concertzaal van De Grote Post.

Arno mag dan al wat ouder zijn, de rebel in hem is nog springlevend en daar kan de jonge garde nog wat van opsteken. In 2017 creëert hij Tjens Matic, een band die graaft in de eigenzinnige muziekcatalogus van de laatste jaren van Tjens Couter en de eerste van T.C. Matic.

Het is een niet mis te verstane middenvinger naar de muziekscene waar alles o zo braafjes en voorspelbaar geworden is. Tjens Matic brengt ook een nieuw nummer uit op single, het heel toepasselijke Middle Finger. Het is het ultieme bewijs dat op relevantie geen leeftijd staat en muziek niet thuishoort in hokjes.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Weetje: Datzelfde jaar daalt het streetartfestival ’The Crystal Ship’ een tweede keer over Oostende neer. De stad wil zich graag profileren als muziekstad en laat op het stadhuis een beeltenis aanbrengen met daarop The Van Jets, Lucy Loes en Arno.

Het is niet bepaald het mooiste werk van het festival, maar kom: ’t is de geste die telt. Eind 2020 wordt het overschilderd met een werk van de getalenteerde Britse graffitikunstenares Helen Bur. Het is een schiderij van Arno, geïnspireerd op een foto van Danny Willems uit de reeks Jus de Box (2016). Het wordt een instant hit op sociale media.

Maart 2019: Arno is bijna zeventig, maar stoppen? No way: hij duikt de studio in voor alweer een nieuw album. Een eerste single is Oostende Bonsoir. De bijhorende clip wordt opgenomen in café ’t Leopoldje (op de Albert I-Promenade) en zowel het nummer als de clip ademen nostalgie naar het oude Oostende.

Intussen bereidt Arno zich voor op zijn verjaardagsconcert op dinsdag 21 mei in het Kursaal van Oostende. Het geplande concert is echter in een mum van tijd uitverkocht en dus komt er een tweede (de dag erna).

Oostende & Compagnie

Weetje: Op 13 juni 2019 wordt (in de Oostendse boekhandel Corman) het boek Oostende & Compagnie voorgesteld. Het boek handelt over Oostendse historische figuren en passages. Auteur is Claude Blondeel en zijn maat Arno krijgt een apart hoofdstuk.

Arno komt naar de boekvoorstelling. Als verrassing is ook Roland Robaey aanwezig. Dat is de man met wie Arno in 1970 op het Kickfestival debuteerde. Arno herkent Roland aanvankelijk niet (hij begroet hem met Dag meneer de schepen), maar lijkt toch blij wanneer Roland nadien Happy Birthday op zijn saxofoon speelt.

Arno’s nieuwe full album Santeboutique verschijnt in september 2019. Zoals dat meestal het geval is, wordt er na de release een lange tour gepland.

Pancreaskanker

Maar in het najaar krijgt Arno slecht nieuws te horen: er is pancreaskanker vastgesteld. Er volgen verschillende chemobehandelingen. Op 6 februari ontvangt hij een Lifetime Achievement Award tijdens de jaarlijkse uitreiking van de MIA’s.

Pas daarna maakt Arno het slechte nieuws wereldkundig. Op 11 februari geeft hij een nog een concert in Parijs (in Le Trianon). Ook oude makker Paul Couter gaat mee het podium op. Op 13 februari wordt Arno geopereerd. (O toeval: op die dag overleed precies één jaar eerder Willy Willy.)

De volgende concerten worden geannuleerd. Maar Arno is vastbesloten om het hier niet bij te laten. De eerste coronagolf wordt gebruikt om te revalideren waarna Arno er scherper en vitaler uitziet dan de voorbije jaren.

Bubbelconcerten

De eerste versoepeling van de maatregelen wordt gebruikt om een aantal ‘bubbelconcerten’ te geven, de studio in te duiken én om mee te werken aan een driedelige tv-documentaire over zijn leven.

Arno’s oude compagnon Paul Couter werkt ook mee aan de documentaire maar kanker heeft ook hem dan al zwaar te pakken. Het belet Paul niet om Domisoldo, mogelijk zijn beste album, af te werken. Paul Couter overlijdt op 27 april 2021.

Vier dagen later, op 21 mei 2021, op zijn tweeënzeventigste verjaardag verschijnt Arno’s album met de veelbetekenende titel Vivre. Arno ligt dan opnieuw in het ziekenhuis voor een nieuwe behandeling.

Arno op 25 februari in het Kursaal van Oostende.
Arno op 25 februari in het Kursaal van Oostende. © BELGA/JONAS ROOSENS

Wanneer Arno maanden later het ziekenhuis verlaat lijkt hij fel verzwakt maar is hij vastbesloten verder te vechten. De honger naar het podium is groot, meer nog: het houdt hem gaande. De zanger leeft van dag tot dag maar toch wordt er gedacht aan een Europese tour in het voorjaar van 2022.

Zijn ziekte beslist er echter anders over en de plannen worden beperkt tot optredens in zijn thuissteden Brussel (de AB) en Oostende (het Kursaal).

Alle optredens zijn in een mum van tijd uitverkocht. Tussendoor mag Arno op 21 februari op bezoek bij koning Filip.

Op 6 maart ontvangt Arno op het Filmfestival van Oostende een Ensor als Lifetime Achievement Award. Een erehaag van honderden fans verwelkomen de ontroerde maar moeizaam stappende ereburger.

Arno ontvangt een Lifetime Achievement Award.
Arno ontvangt een Lifetime Achievement Award. © BELGA/MAAIKE TIJSENS

Het wordt zijn laatste publieke verschijning. Een paar dagen later annuleert Arno zijn laatst geplande optreden van 15 maart. Op 18 maart ontvangt de artiest nog, op vraag van koning Filip, het ereteken van Officier in de Kroonorde.

Op zaterdag 23 april volgt dan het verwachte maar daarom niet minder pijnlijke nieuws. Arno is niet meer.

De Lonsome Zorro, de Charlatan, de Lonely Gigolo, de man die via zijn muziek ruim een halve eeuw de wereld een blik gunde op zijn eigen unieke universum is niet meer.

Bedankt Arno om de soundtrack van het leven van velen, waaronder het mijne, te zijn.

En leve de mussels!

Frank Vermang, auteur van het boek Oostende :::: Rock ’n roll. De geschiedenis van de Oostendse muziekscene van A(rno) tot Z.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.