De huidige noodlottige situatie is volgens Decenniumdoelen vooral te wijten aan "tientallen jaren van armoedig beleid. En daar komen de economische en sociale gevolgen van COVID-19" nog bovenop. Maar de organisatie wijst niet in de eerste plaats de gemeenten met de vinger. "De nieuwe lokale Vlaamse regering laat de verantwoordelijkheid voor het armoedebeleid over aan de gemeenten, maar trok er geen extra geld voor uit. Het is de Vlaamse regering die tekortschiet."
...

De huidige noodlottige situatie is volgens Decenniumdoelen vooral te wijten aan "tientallen jaren van armoedig beleid. En daar komen de economische en sociale gevolgen van COVID-19" nog bovenop. Maar de organisatie wijst niet in de eerste plaats de gemeenten met de vinger. "De nieuwe lokale Vlaamse regering laat de verantwoordelijkheid voor het armoedebeleid over aan de gemeenten, maar trok er geen extra geld voor uit. Het is de Vlaamse regering die tekortschiet."De situatie in West-Vlaanderen is iets beter dan in Antwerpen of Vlaams-Brabant. "West-Vlaanderen kleurt inderdaad iets lichter," zegt Michel Debruyne, coördinator van Decenniumdoelen. "Waarmee we aangeven dat de situatie ook is verergerd, maar de cijfers zijn niet even fors gestegen als in Antwerpen of bijvoorbeeld de zone rond Brussel. Dat heeft ermee te maken dat West-Vlaanderen eigenlijk geen grote steden heeft. Ten tweede waren de werkgelegenheidscijfers altijd al beter in West-Vlaanderen dan in alle andere provincies." "Maar als je de situatie per gemeente bekijkt, dan zal je ook zien dat alle West-Vlaamse gemeenten een slechter rapport tonen. Er zijn een aantal West-Vlaamse gemeenten die een positieve scoren krijgen van +4 of +3. Dat betekent dat ze er ten opzichte van 2008 niet op achteruit zijn gegaan. Wingene scoort het best, met een +5. Ook Zonnebeke, +4, Houthulst, +3, Anzegem, +3 en Veurne, +2 zitten nog in de positieve cijfers, net zoals Harelbeke, Ingelmunster, Oudenburg, Oostkamp en Tielt, die met een +1 ook nog kunnen zeggen dat ze er op vooruitgaan. Bekijk hier de armoedecijfers voor je eigen gemeente.Het jaarlijks rapport wordt opgesteld aan de hand van 16 indicatoren. Men bekijkt bijvoorbeeld de kinderarmoede, die in 193 van de 300 gemeenten gestegen is in vergelijking met 2008. In 103 gemeenten is ze gelijk gebleven. In 220 gemeenten is het aantal personen met een leefloon gestegen. In 159 is de langdurige werkloosheid gestegen. In 265 is het aantal schoolverlaters zonder diploma niet gedaald en in 115 gemeenten is dat getal zelfs gestegen. In 284 gemeenten groeit het aantal kandidaat-huurders voor een sociale woning sterk.Per indicator kan een gemeente maximaal +2 of -2 krijgen. En zo komt men tot een totaalcijfer. Voor sommige West-Vlaamse gemeenten zijn die cijfers licht tot zwaar alarmerend. Staden, Heuvelland en Ardooie krijgen een -7, Middelkerke en De Panne een -8, Langemark-Poelkapelle en Koksijde, net als Brugge een -9. De Haan krijgt -10, Bredene -11, Blankenberge -12 en Mesen -14. Opmerkelijk is dat Oostende met een -6 beter scoort dan de meeste andere kuststeden. Wat vooral niet betekent dat er minder armoede is dan in De Haan of Koksijde. De cijfers geven aan hoeveel de situatie verergerd is sinds 2008. "Vermoedelijk was er in Oostende in 2008 al heel wat armoede en is de situatie minder snel gestegen dan in gemeenten die een -10 of -14 meekrijgen. Wellicht was de armoede in De Haan of Koksijde in 2008 relatief laag," legt Debruyne uit. Maar je ziet overal in West-Vlaanderen de armoede toenemen. "Men staart zich blind op de absolute cijfers", zegt Debruyne. "Wij hebben vooral de evolutie getoond. En die is helemaal niet goed. Een stad als Torhout scoort -6. Dat betekent dat men daar echt een armoedebeleid zal moeten gaan voeren." Kortrijk is al jaren actief bezig met een armoedebeleid, maar scoort ook -6. Pakken ze het dan verkeerd aan? "Ja, de situatie gaat er niet op vooruit. En de toekomst ziet er niet rooskleurig uit. Schoolverlaters zonder diploma, dat is een heel belangrijke indicator naar de toekomst toe. Want wie zonder diploma de school verlaat, is een vogel voor de kat. Het zijn geen mooie cijfers, maar daar kan Kortrijk als stad weinig of niets aan doen. We evalueren hier het beleid van de stad niet," aldus Michel Debruyne. Dat wil het platform Decenniumdoelen heel duidelijk maken: het wijst niet de gemeenten met de vinger. Integendeel. "De gemeenten hebben in het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding de verantwoordelijkheid toegeschoven gekregen om de regie te voeren in de strijd tegen de armoede. Maar tegelijkertijd worden daar relatief weinig middelen voor uitgetrokken. De OCMW's staan in de frontlinie, maar Vlaanderen kijkt naar de federale overheid en trekt zelf weinig tot geen middelen uit. Sociale huisvesting is een een bevoegdheid van Vlaanderen, maar dan zie je dat er op 10 jaar tijd nauwelijks 1300 woningen bij zijn gekomen, terwijl er 150.000. mensen op de wachtlijst staan. Dus als Vlaanderen niet inzet op kinderarmoede, via de kinderbijslag, en evenmin op sociale woningbouw, dan kunnen de gemeenten de armoedesituatie niet verbeteren." "Ook op federaal niveau moet er gehandeld worden. Als de federale regering gaat besparen op het leefloon en de werkloosheidsvergoeding, dan zullen de gemeenten met de problemen blijven zitten. Tal van gemeenten geven nu al aanvullende steun uit eigen zak. Conclusie: men heeft alle verantwoordelijkheid bij de gemeenten gelegd, die blij zijn dat ze een eigen beleid kunnen gaan voeren, maar de middelen volgen niet."Decenniumdoelen wijst al langer naar de Vlaamse en federale overheid. "De cijfers de we nu zien zijn een gevolg van een besparingsbeleid dat de overheid in Vlaanderen zowel als federaal al sinds de economische crisis van 2008 aan het voeren is. Dat heeft geleid tot meer langdurige werklozen. En daar is dan de vluchtelingencrisis bovenop gekomen. Dit alles gekoppeld aan het ontbreken van een structureel armoedebeleid leidt tot catastrofes," aldus nog Michel Debruyne. En dat zijn dus allemaal cijfers van voor de coronacrisis. Tussen maart en juli alleen al zijn er 30.000 werklozen bij gekomen in Vlaanderen. In juli waren er 211.000 werklozen.