Wij belden de verpleger op. Aan de andere kant van de lijn horen we een frisse West-Vlaamse twintiger, die liever anoniem blijft om polemiek te vermijden. "En eerlijk, ik heb er ook de energie niet voor", klinkt het. Wij noemen hem Stijn.
...

Wij belden de verpleger op. Aan de andere kant van de lijn horen we een frisse West-Vlaamse twintiger, die liever anoniem blijft om polemiek te vermijden. "En eerlijk, ik heb er ook de energie niet voor", klinkt het. Wij noemen hem Stijn.Stijn is al sinds begin maart aan het werk, 7 op 7. Als we hem bellen, is hij aan het rijden. Een niet-essentiële verplaatsing, geeft hij schoorvoetend toe. Maar hij heeft het naar eigen zeggen nodig om rond te rijden, even zijn verstand op nul te zetten. Hij rijdt naar niemand, houdt zich aan de snelheid. Maar op werkvlak raast hij aan 200 kilometer per uur. "We doen ons uiterste best, maar echt ons bést. En toch sterven er nog dagelijks mensen. Gisteren nog stierven er 170 mensen, wat geportretteerd werd als positief. Maar had je dat in het begin van deze pandemie gezegd, dan sloegen we steil achterover. En nu kijken we niet eens vreemd op. Dat is niet normaal. Maar niet normaal is het nieuwe normaal geworden. Maar het gaat wel om 170 levens, 170 mensen wiens familie door elkaar geschud wordt. Die mensen véchten en elke dag zie ik er sterven. Mensen stikken gewoon.""Ik heb heel wat ervaring in de geriatrie, dus ik beschouw de dood wel als een zeker onderdeel van mijn job. Maar nu gaat het om mensen die mentaal heel goed zijn. We doen er alles aan om ervoor te zorgen dat ze niet op de afdeling intensieve zorgen belanden. Want eerlijk gezegd zien we er niet veel terugkeren.""Of ik zelf bang ben? (blaast) Eigenlijk niet. Als ik het moet hebben, dan heb ik het. Ik weet dan wel dat ik tenminste alles gegeven heb. Al werd er vorige week een collega opgenomen, en dat is toch heftig om te zien. We doen er alles aan om ons te beschermen. In de thuisverpleging heb ik nog geen overlijdens meegemaakt, en dat hoop ik zo te houden. Al voel je dat daar niet altijd het besef doordringt. Dan krijg ik soms de vraag 'of het toch niet wat overdreven is allemaal'." "Maar als ze zouden zien wat er allemaal gebeurt achter de schermen van het ziekenhuis, zouden ze wel stil zijn. Net als de mensen die feestjes of barbecues organiseren. Ik kan daar echt niet bij. Lezen die mensen dan geen kranten of zien ze geen nieuws? Ik heb zelfs de indruk dat Covid-19 onderschat wordt. Wij zullen wel dweilen met de kraan open. Ik heb zo het gevoel dat we in ons land geen discipline aan de dag kunnen leggen. Ik hou mijn hart dan ook vast als ze de maatregelen zouden versoepelen."Stijn heeft het naar eigen zeggen al een paar keer lastig gehad. "Vooral als je ziet als iemand gestorven is. Ik heb nog reanimaties meegemaakt, en dan ga je het menselijk lichaam als een machine bekijken die je weer op gang moet krijgen. Maar nu is het alsof we dat de hele tijd moeten doen. Wat we doen is niet meer menselijk. Als mensen sterven en afgevoerd worden, gaan de mensen daar heel waardig mee om. Maar in een dubbele lijkzak in een simpele kist met een grote sticker met Covid-19 op.. Dat hakt er wel in, ja." "De mensen hebben ook schrik. Ze zijn onrustig, maar hoe zou je zelf zijn als je amper zuurstof krijgt en weet dat je aan dat virus kan sterven? Niemand komt alleen op de wereld, niemand zou ook moeten alleen sterven. En dat gebeurt heel dikwijls. Dat is het meest confronterende. Dat ze afscheid nemen via een scherm. Als ze sterven en ze vragen om nog eens vastgenomen te worden, en dat je dat niet mag doen. Omdat ze besmettelijk zijn. De blik van die mensen... dat wens je je ergste vijand niet toe."Zelfzorg zit er niet meteen in voor Stijn. "Er is psychologische begeleiding beschikbaar op ons werk. Maar velen gaan daar niet op in. Ik ook niet. Dat is allemaal tijd die je niet bij je patiënten kan spenderen. Bovendien is het aan- en uitdoen van zo'n uitrusting allesbehalve eenvoudig. Je bent al snel een kwartier bezig met je om te kleden. Ik hoop enkel dat ik de weerbots niet krijg. Ik wil blijven gaan. Ik ben het de patiënten verschuldigd. En ik ben niet de enige die zo redeneert. Iedereen in de zorg gaat over zijn grenzen heen nu. Maar we kunnen niet anders. Het gaat letterlijk over leven en dood nu."