Andrès deed onder andere al stage in een woon- en verzorgingstehuis, op de geriatrie, als thuisverpleegkundige en in de psychiatrie. Maar de stage waar hij het meest naar uitkeek, was die op de spoedafdeling. "Ik had van medestudenten gehoord dat je er enorm veel groeimogelijkheden en leerkansen krijgt. Daarom was ik in eerste instantie wel wat bezorgd toen het virus uitbrak. Ik vreesde dat niemand echt de tijd zou hebben om mij te begeleiden en dat ik niet veel zou kunnen doen. Natuurlijk heb ik ook stilgestaan bij het coronavirus, op de spoedafdeling kom je er dagelijks mee in contact. Van onze school uit kregen we ook de kans om thuis te blijven. Maar overwogen om mijn stage niet te doen? Nee, dat is niet bij mij opgekomen."

Hoger tempo

Maar dat wil niet zeggen dat de jonge student zich helemaal geen zorgen maakt. "We zijn thuis met vijf", vertelt hij. "Vooral mijn stiefpapa is erg bezorgd dat ik het virus zou meebrengen naar huis. Dat begrijp ik ook wel. Daarom ben ik ondanks de korte afstand tussen AZ Groeninge en mijn woonplaats toch op zoek gegaan naar een kot. Maar uiteindelijk heb ik besloten om af en toe bij een medestudente te overnachten. Dat bleek financieel ook haalbaarder."

Andrès De Graeve: "Ik ben meteen in het diepe gegooid en mocht meehelpen met de triage." © gf

En ook zijn eerste werkdag kon zijn enthousiasme niet temperen. "Ik ben gestart om 6.30 uur en heb een korte rondleiding gekregen op de spoedafdeling. Die bestaat nu uit twee delen: een coronadeel en een niet-coronadeel. Daarna ben ik meteen in het diepe gegooid en mocht ik meehelpen met de triage. Dat wil zeggen dat we de eerste onderzoeken doen bij mensen. De hartslag, temperatuur en bloeddruk meten bijvoorbeeld. Ondanks de drukte kreeg ik steeds de kans om vragen te stellen. Maar je merkt wel dat het tempo hoger ligt dan anders. Ik denk dat ik vanaf volgende week, eens ik de routine in het snotje heb, heel snel zelfstandig zal mogen werken."

Als ik dit kan, dan moet een gewone dag op de afdeling ook wel lukken - Andrès De Graeve

De student volgt het nieuws over het coronavirus op de voet, maar benadrukt dat de omstandigheden in AZ Groeninge niet in de buurt komen van de situatie in Italië of Spanje. "We zijn voorzien van beschermende kledij en er zijn voorlopig meer dan bedden genoeg. Van chaos is er helemaal geen sprake", vertelt hij. Of hij niet bang is om zelf besmet te geraken? "Natuurlijk speelt dat in je achterhoofd. Maar eerlijk? Eens je echt aan het werk bent, dan sta je daar niet meer bij stil. Ik weet dat de kans bestaat dat ik ziek word. Ik houd mijn lichaamstemperatuur dan ook goed in de gaten en neem meteen een douche als ik thuis kom. Ik tracht ook steeds met de fiets naar mijn stage te gaan. Dat half uurtje trappen, al dan niet met tegenwind en met wat muziek in mijn oren, is ideaal om mijn hoofd wat leeg te maken. Ik weet zeker dat er nog dagen zullen komen dat dat nodig is. Daar ben ik mij van bewust. Meer valt er niet te doen en ik ben ervan overtuigd dat we de crisis wel te boven komen, zolang iedereen zich aan de maatregelen blijft houden."

Geen betere leeromgeving

Opvallend: als hij volgend jaar afstudeert, hoopt Andrès aan de slag te gaan op een spoedafdeling. "Ik denk dat je je als verpleegkundestudent, ondanks de moeilijke omstandigheden, geen betere leeromgeving kan voorstellen. Als ik dit kan, dan moet een gewone dag op de afdeling ook wel lukken. (lacht) De rush en adrenaline die je hier ervaart, dat heb je niet op een andere dienst. Je hebt hier veel variatie en beleeft nooit twee keer dezelfde dag. Wie weet kom ik hier binnenkort dus wel solliciteren", besluit hij.

Joris Hindryckx. © DC

Joris Hindryckx was verwonderd: "Slechts 1 van de 600 niet op stage"

"We waren eigenlijk enorm verwonderd dat zoveel studenten verpleegkunde bereid bleken om op stage te gaan", reageert de algemeen directeur van Vives Joris Hindryckx. "Slechts een van de 600 derde- en vierdejaarsstudenten vertrok niet op stage de afgelopen weken. Zij had daar een goede reden voor. We voorzien voor haar een alternatief."

De verdeling van de stages liep echter niet van een leien dakje. Sommige stageplaatsen gaven aan geen stagiaires meer te kunnen ontvangen", vervolgt de directeur. "Bovendien missen onze eerste- en tweedejaars nog wat ervaring voor een crisis als deze. Terwijl onze vierdejaars eigenlijk al quasi werknemers zijn. We hebben alle stageplaatsen dus herverdeeld onder de twee laatste jaren."

Volgens de directeur zijn er twee redenen voor het enthousiasme van studenten als Andrès. "Wie bang is om een besmettelijke ziekte op te lopen kiest sowieso niet voor een studierichting als verpleegkunde", stelt hij. "Bovendien is de angst om niet te kunnen afstuderen groot. Al kan ik op dat gebied onze studenten geruststellen. We gaan de rest van het jaar maximaal benutten, de kans dat niemand kan afstuderen is klein."

Het enige nadeel? "Stagebegeleiders worden gezien als 'externen' en mogen het ziekenhuis dus niet binnen om de studenten te beoordelen. Die laatste zullen dus meer dan ooit moeten bewijzen dat ze zelfstandig kunnen werken. Maar ik heb alle vertrouwen in hen."

Andrès deed onder andere al stage in een woon- en verzorgingstehuis, op de geriatrie, als thuisverpleegkundige en in de psychiatrie. Maar de stage waar hij het meest naar uitkeek, was die op de spoedafdeling. "Ik had van medestudenten gehoord dat je er enorm veel groeimogelijkheden en leerkansen krijgt. Daarom was ik in eerste instantie wel wat bezorgd toen het virus uitbrak. Ik vreesde dat niemand echt de tijd zou hebben om mij te begeleiden en dat ik niet veel zou kunnen doen. Natuurlijk heb ik ook stilgestaan bij het coronavirus, op de spoedafdeling kom je er dagelijks mee in contact. Van onze school uit kregen we ook de kans om thuis te blijven. Maar overwogen om mijn stage niet te doen? Nee, dat is niet bij mij opgekomen." Maar dat wil niet zeggen dat de jonge student zich helemaal geen zorgen maakt. "We zijn thuis met vijf", vertelt hij. "Vooral mijn stiefpapa is erg bezorgd dat ik het virus zou meebrengen naar huis. Dat begrijp ik ook wel. Daarom ben ik ondanks de korte afstand tussen AZ Groeninge en mijn woonplaats toch op zoek gegaan naar een kot. Maar uiteindelijk heb ik besloten om af en toe bij een medestudente te overnachten. Dat bleek financieel ook haalbaarder."En ook zijn eerste werkdag kon zijn enthousiasme niet temperen. "Ik ben gestart om 6.30 uur en heb een korte rondleiding gekregen op de spoedafdeling. Die bestaat nu uit twee delen: een coronadeel en een niet-coronadeel. Daarna ben ik meteen in het diepe gegooid en mocht ik meehelpen met de triage. Dat wil zeggen dat we de eerste onderzoeken doen bij mensen. De hartslag, temperatuur en bloeddruk meten bijvoorbeeld. Ondanks de drukte kreeg ik steeds de kans om vragen te stellen. Maar je merkt wel dat het tempo hoger ligt dan anders. Ik denk dat ik vanaf volgende week, eens ik de routine in het snotje heb, heel snel zelfstandig zal mogen werken." De student volgt het nieuws over het coronavirus op de voet, maar benadrukt dat de omstandigheden in AZ Groeninge niet in de buurt komen van de situatie in Italië of Spanje. "We zijn voorzien van beschermende kledij en er zijn voorlopig meer dan bedden genoeg. Van chaos is er helemaal geen sprake", vertelt hij. Of hij niet bang is om zelf besmet te geraken? "Natuurlijk speelt dat in je achterhoofd. Maar eerlijk? Eens je echt aan het werk bent, dan sta je daar niet meer bij stil. Ik weet dat de kans bestaat dat ik ziek word. Ik houd mijn lichaamstemperatuur dan ook goed in de gaten en neem meteen een douche als ik thuis kom. Ik tracht ook steeds met de fiets naar mijn stage te gaan. Dat half uurtje trappen, al dan niet met tegenwind en met wat muziek in mijn oren, is ideaal om mijn hoofd wat leeg te maken. Ik weet zeker dat er nog dagen zullen komen dat dat nodig is. Daar ben ik mij van bewust. Meer valt er niet te doen en ik ben ervan overtuigd dat we de crisis wel te boven komen, zolang iedereen zich aan de maatregelen blijft houden."Opvallend: als hij volgend jaar afstudeert, hoopt Andrès aan de slag te gaan op een spoedafdeling. "Ik denk dat je je als verpleegkundestudent, ondanks de moeilijke omstandigheden, geen betere leeromgeving kan voorstellen. Als ik dit kan, dan moet een gewone dag op de afdeling ook wel lukken. (lacht) De rush en adrenaline die je hier ervaart, dat heb je niet op een andere dienst. Je hebt hier veel variatie en beleeft nooit twee keer dezelfde dag. Wie weet kom ik hier binnenkort dus wel solliciteren", besluit hij.