André heeft al 25 (!) jaar een donorhart: “Eigenlijk moest ik al tien jaar overleden zijn”

Philippe Verhaest

Exact 25 jaar geleden kreeg André Vanlauwe na een acuut hartfalen een donorhart. Destijds was de gemiddelde levensduur tot vijf à tien jaar beperkt, maar een kwarteeuw na de levensreddende ingreep verkeert de Ardooienaar nog altijd in goeie gezondheid. “Ik besef dat ik er eigenlijk al niet meer moest zijn. Daarom ben ik zo dankbaar voor iedere dag”, zegt hij. “Mijn nieuw hart is het mooiste geschenk dat ik ooit heb gekregen.”

Op het eerste zicht lijkt André Vanlauwe (78) een goedlachse en optimistische zeventiger, maar hij draagt een bijzonder verhaal met zich mee. Op 29 november 1995 ging de man in het UZ Leuven onder het mes en kreeg hij een nieuw hart. Goed voor nog vijf tot maximaal tien mooie jaren, kreeg hij te horen, al was dat buiten André zelf gerekend: 25 jaar na datum is de man nog altijd in goeie conditie. “Met dank aan mijn nieuwe hart”, glundert hij.

Op zijn 45ste kreeg de Ardooienaar, die midden jaren negentig als lasser bij busbouwer Jonckheere (nu VDL, red.) in de Roeselaarse deelgemeente Beveren aan de slag was, voor het eerst hartklachten. “Na een hartinfarct werden in het AZ Sint-Jan in Brugge vier overbruggingen geplaatst”, graaft de man in zijn geheugen. “Ik ben toen meteen gestopt met roken en bleef nog vijf jaar aan het werk, maar de problemen namen alleen maar toe.”

Blijven vechten

Op zijn 52ste werd een longoedeem bij André vastgesteld en kreeg hij te horen dat enkel een harttransplantatie nog soelaas kon brengen. “Geen prettig nieuws, maar ik heb nooit de moed verloren”, benadrukt André. “Ik had twee keuzes: mijn hoofd laten hangen of vechten. Ik heb de laatste optie genomen.”

“Heel veel familieleden hebben zich als donor laten registreren. Mooi, toch?” – André Vanlauwe

In het UZ Leuven onderging de man tal van onderzoeken en uiteindelijk werd hij goedgekeurd om een donorhart te krijgen. “Ze hebben me daar haast letterlijk binnenstebuiten gekeerd. Ik belandde op de wachtlijst, maar had geluk: na vier maanden kregen we telefoon dat er een geschikt hart voor me was.”

Het was een woensdag, herinnert André zich nog. “Iets voor de middag kregen we te horen dat ik alles moest laten vallen en naar Leuven moest komen. Mijn dochter Ann, toen hoogzwanger van onze tweede kleinzoon, heeft me in allerijl naar het ziekenhuis gebracht en rond 16 uur lag ik al op de operatietafel. Of ik zenuwachtig was? Niet echt, we hadden amper tijd om stil te staan bij wat er aan het gebeuren was. Het was net alsof we middenin een film zaten.”

Topcardioloog Pedro Brugada: “Uitzondering die de regel bevestigt”

De in Oostende wonende topcardioloog Pedro Brugada noemt het verhaal van André Vanlauwe uitzonderlijk. “Zeker voor een donorhart dat een kwarteeuw geleden getransplanteerd werd, want toen stond de technologie op dat vlak een pak minder ver dan nu. In de jaren negentig werd de levensduur van een donorhart op tien tot vijftien jaar geschat, nu is dat al een vijftal jaar langer. Maar ik kan de man alleen maar gelukwensen en hem feliciteren. Dat zijn donorhart nog altijd in topconditie is, zal veel te maken hebben met zijn levensstijl en het feit dat hij zijn medicatie altijd zonder fout heeft genomen.” Op vandaag worden er nog altijd vijftig tot zestig harttransplantaties per jaar in België uitgevoerd, zegt Pedro Brugada. “Vooral bij mensen met erfelijke hartproblemen. De gemiddelde patiënt is dan ook een pak jonger dan 25 jaar geleden. Maar Andrés verhaal blijft wel de uitzondering die de regel bevestigt. Ik hoop dat hij nog veel onbezorgde jaren tegemoet gaat.” (PVH)

Na een zes uur durende operatie werd André nog een viertal dagen in een kunstmatige coma gehouden. “Maar toen ik ontwaakte, voelde ik me als herboren. Ik had écht het gevoel dat ik opnieuw aan mijn leven kon beginnen. Zo’n kans krijg je niet vaak, hé.”

 ©JOKE COUVREUR JOKE COUVREUR
©JOKE COUVREUR JOKE COUVREUR

De man verbleef nog drie weken in het UZ Leuven om er opnieuw op krachten te komen en onderging weer een resem onderzoeken, maar mocht een tiental dagen voor Kerstmis naar Ardooie terugkeren. “Ik heb toen de schoonste kerstdagen van mijn leven meegemaakt”, glimlacht hij. “Sindsdien heb ik nooit een mooier cadeau meer gekregen.”

Gezond leven

Het eerste jaar na de transplantatie moest André elke twee weken richting Leuven op controle, sindsdien is dat nog vier keer per jaar. Eén keer per jaar ondergaat André nog een grondige check-up. “Dat boezemt me ook vertrouwen in, want zo weet ik perfect hoe ik er aan toe ben. En eerlijk: ik heb sindsdien nooit meer klachten gehad. Dankzij mijn donorhart geniet ik nu al 25 jaar elke dag van het leven. Ik heb de geboorte van mijn tweede kleinzoon mogen meemaken, kon mijn 70ste en 75ste verjaardag vieren… Allemaal zaken waar ik in 1995 enkel maar van kon dromen. Ik besef zeer goed dat ik me gelukkig mag prijzen. Normaal moest ik toch al zo’n tien jaar overleden zijn, maar ik ben er nog altijd. Daarom ben ik zo dankbaar voor elke nieuwe dag.”

“Ik mocht tien dagen voor Kerstmis 1995 het ziekenhuis verlaten. Ik heb toen de schoonste eindejaarsdagen van mijn leven meegemaakt. Ik was herboren” – André Vanlauwe

In het UZ Leuven klokte het langst functionerende donorhart ooit af op 28 jaar. “Dat record komt stilaan in zicht, hé”, knipoogt André. “Ik hoop gewoon op nog enkele mooie en gezonde jaren. Daarom neem ik mijn medicatie – dagelijks een achttal pilletjes – al een kwarteeuw zonder fout en ben ik zuinig op alcohol. En ik geniet van de kleine dingen: op boodschap gaan, een praatje maken of een pintje drinken en kaartje leggen op café. Al gooit corona op dat vlak wel roet in het eten. Ik ben trouwens erg voorzichtig. Niet vanwege mijn donorhart, maar omdat ik al 78 ben. Covid-19 boezemt me geen angst in, ik heb al voor hetere vuren gestaan”, grijnst André.

De 25ste verjaardag van zijn donorhart wilde André met zijn familie en vrienden uitgebreid vieren, maar die plannen gingen niet door. “Opnieuw door die verdomde corona, hé. Maar uitstel is geen afstel. Op 11 maart word ik 79 jaar en ik hoop dat we tegen dan weer onbezorgd kunnen feesten. Dat zou mooi zijn.”

Eén iets vindt André dan weer spijtig. “Dat ik de herkomst van mijn donorhart niet ken. Daar werd in 1995 geen informatie over gegeven. Maar hoe dan ook ben ik de persoon in kwestie – man of vrouw, ik weet het niet – erg dankbaar dat hij of zij zich als orgaandonor heeft laten registreren. Mijn leven is ermee gered. Dankzij mijn verhaal hebben heel veel familieleden zich ondertussen als donor opgegeven. Een mooiere manier om de medische wereld te bedanken, is er niet.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.