"Ik werd in 1968 lid van de gemeentelijke schattingscommissie", herinnert Alois zich. "Ik was toen een jonge beginnende landbouwer en was ook bestuurslid bij de Landelijke Gilde. Het was Georges Pieters, overgrootvader van de huidige zaakvoerster van chrysantenkwekerij Gediflora, die me polste om schatter te worden. In Oostnieuwkerke - de fusie met Staden was er nog niet - dienden we met twee schatters te zijn."
...

"Ik werd in 1968 lid van de gemeentelijke schattingscommissie", herinnert Alois zich. "Ik was toen een jonge beginnende landbouwer en was ook bestuurslid bij de Landelijke Gilde. Het was Georges Pieters, overgrootvader van de huidige zaakvoerster van chrysantenkwekerij Gediflora, die me polste om schatter te worden. In Oostnieuwkerke - de fusie met Staden was er nog niet - dienden we met twee schatters te zijn."Georges heeft ondertussen zowat 50 jaar op zijn 'schattingsteller' staan en deed dit al die jaren op vrijwillige basis. "Het schatten is echt vrijwilligerswerk", licht Alois toe. "We mogen daar zelfs niet voor betaald worden. Onze enige vergoeding bestaat uit een jaarlijks etentje met alle schatters uit Groot-Staden waarop de gemeente ons trakteert. We worden immers aangesteld of beëdigd door de gemeente."Nochtans draait het schattingswerk om centen. "Wij mogen als schatter enkel een percentage van de schade opgeven", vertelt Alois. "We vermelden dan dat er bijvoorbeeld voor 30 of 50 procent schade aan een teelt is. Het schatten is in eerste instantie bedoeld voor land- en tuinbouwers die forfaitair belast worden op hun oogst. Dat kan per hectare zijn of per vierkante meter. Die bepaalde schade die wij opgeven geldt dan als afslag bij hun belastingen. De geleden schade kan bij grote algemene rampen ook gelden om een vergoeding te krijgen bij het Rampenfonds. Het gebeurt overigens dat we tijdens het vaststellen van de schade vergezeld worden door controleurs van het Ministerie van Financiën om te zien of we onze job naar behoren vervullen.""Een landbouwer die schade geleden heeft, dient eerst een voorgedrukt formulier in te vullen waarop onder andere vermeld wordt om welke teelt en over welke oppervlakte het gaat", weet Alois. "Hij dient ook de vermoedelijke schade op te geven. Dat formulier gaat naar het gemeentebestuur. Zij verwittigen dan de schatters, waarop wij ter plaatse gaan en een raming van de schade maken." Tijdens zijn carrière als schatter zegt Alois nooit grote conflicten gehad te hebben met landbouwers."Je moet in de eerste plaats de teelt kennen waarvan je de schade moet bepalen, maar daarnaast moet je ook de boer kennen", stelt Alois. "Soms was er wel eens discussie, maar we hebben dat altijd ter plaatse kunnen oplossen." De laatste jaren zegt Alois wel een stijging van de dossiers te zien. "Er zijn jaren geweest waar we geen tot weinig schadegevallen hadden, op een occasionele hagelbui en de daarmee gepaard gaande schade aan groenten na", aldus Alois. "De grootste rampjaren waren 1974 en 1976: 1974 was een heel nat jaar waarbij zelfs het leger werd ingezet om vruchten van het land te halen. 1976 was dan weer een ongekend droog jaar. Er viel van maart tot eind september geen druppel regen. De laatste drie jaar is het aantal schadegevallen enorm gestegen. De droogte van de laatste jaren zorgt immers voor veel schade aan de vruchten."Alois werd omwille van zijn jarenlange staat van dienst in de bloemen gezet in het gemeentehuis. Opvolger Jozef Vanpeteghem legde er zijn eed af. "Ik stop ermee omdat ik toch al 83 ben, het is nu aan jongere mensen om mijn taak over te nemen", meent Alois. De Oostnieuwkerkse schattersgroep bestaat nu uit Gabriel Decadt, Jacques Raes en Jozef Vanpeteghem. Ook in Staden en Westrozebeke is een groep van telkens drie schatters actief. (BCH)