Het ondertussen legendarische Vat van Rodenbach werd in 1986 boven de doopvont gehouden. En dat herinnert brouwmeester Rudi Ghequire (60), sinds 1982 aan de brouwerij verbonden, zich nog levendig.
...

Het ondertussen legendarische Vat van Rodenbach werd in 1986 boven de doopvont gehouden. En dat herinnert brouwmeester Rudi Ghequire (60), sinds 1982 aan de brouwerij verbonden, zich nog levendig."We waren op zoek naar een extra attractie om de 150ste verjaardag van de familie Pedro Rodenbach in de verf te zetten. In 1986 was het exact anderhalve eeuw geleden dat de familie haar intrede maakte in de brouwerij en dat wilden we niet zomaar aan ons voorbij laten gaan. Toen het idee op tafel kwam om een groot vat Rodenbach op de vooravond van de Batjes op de Grote Markt te posteren, was iedereen meteen enthousiast. We wilden op die manier het Batjesweekend ook wat verruimen. Vroeger vonden die enkel op zaterdag en zondag plaats, ons vat op vrijdag zorgde voor een extra feestje."Die allereerste keer was meteen een schot in de roos, herinnert Rudi zich. "Ik denk dat er toen al zo'n duizend mensen op afkwamen. Nu mogen we een veelvoud van dat aantal verwelkomen."Het concept is in al die jaren onveranderd gebleven: je koopt een bierkruik en tot het vat volledig leeg is, kan je aanschuiven voor een schuimende pot Rodenbach. "De opbrengst van die avond gaat integraal naar de organisatoren van de Batjes. Het kost de brouwerij meer dan het opbrengt, maar het jaarlijkse vat laten we met de glimlach vollopen. Na 33 jaar wordt het Vat van Rodenbach in dezelfde adem als de Batjes genoemd. En ons bier is en blijft nu eenmaal het vloeibaar erfgoed van Roeselare. De Batjes zijn de symbolische start van de zomer en dat gevoel willen we mee versterken."Dat het jaarlijkse Vat van Rodenbach zo'n weergaloos succes is, is voor Rudi allesbehalve een verrassing. "Rodenbach is in Roeselare en de onmiddellijke regio erg populair. Het is iets van ons en maakt deel uit van de Roeselaarse identiteit. Dat gevoel is de voorbije jaren alleen maar toegenomen. Het zit, net als de Batjes, in ons dna. Beide combineren was destijds een geniale beslissing."Toch lijkt het Vat van Rodenbach - en bij uitbreiding de Batjes zelf - in niks meer op het feest van midden jaren tachtig. "Gelukkig maar", glimlacht Rudi. "Het hele evenement is doorheen de jaren geëvolueerd en blijft ongelooflijk veel bezoekers trekken. Nu maken enkele dj's het mooie weer terwijl de Rodenbach uit de tapkranen loopt, maar de essentie is dezelfde gebleven: mensen die je al lang niet meer gezien hebt, met je bierkruik in de hand opnieuw tegen het lijf lopen."Net zoals het eigenlijke vat een essentieel onderdeel is van het vrijdagavond feest, zijn ook de bierkruiken niet meer weg te denken. Anno 1986 waren dat nog robuuste stenen bierpotten. "Daarna kozen we voor glas en sinds enkele jaren hanteren we kruiken in harde plastic. Die evolutie begrijpen we, want de veiligheid staat altijd voorop. We merken wel dat de uitvoering in plastic niemand heeft doen beslissen om het Vat van Rodenbach links te laten liggen. Integendeel, de massa groeit nog elk jaar aan. Het zijn ook echte hebbedingen geworden, een souvenir aan een leuke avond en staan zelfs synoniem met onze Batjes.""Hier in de brouwerij hebben we bierkruiken van alle mogelijke jaargangen en heel veel mensen verzamelen die ook. Dat heeft veel te maken met het feit dat die er elk jaar net iets anders zien. In de beginjaren prijkten onze Roeselaarse reuzen op de kruiken, daarna kozen we voor bekende Roeselarenaars zoals Jempi Monseré en Odiel Defraeye en sinds enkele jaren organiseren we een ontwerpwedstrijd. Dat heeft voor een nieuwe boost gezorgd."Het vat zelf wordt vrijdagochtend in de brouwerij gevuld. "3.400 liter Rodenbach trekt dan 's namiddags richting Grote Markt en dat is toch elke keer opnieuw een spannend moment. De stadsdiensten nemen het transport voor hun rekening en zorgen dat de topattractie van die avond veilig en wel op zijn bestemming raakt. En 's avonds ben ik er uiteraard zelf bij. Ik heb nog geen enkele editie gemist. Ik ben er van begin tot einde. Er moeten elk jaar wel kleine probleempjes opgelost worden, maar ook voor mij is het vooral genieten. Sommige oude bekenden zie ik maar één keer per jaar: tijdens het Vat van Rodenbach. Ik vind het altijd spijtig wanneer het Vat leeg terug naar de brouwerij trekt. Dan moeten we weer een jaartje wachten..."Het doet Rudi ook deugd te zien dat 'zijn' bier nog altijd zo populair is. "Mensen staan dan letterlijk rijden dik aan te schuiven om hun kruik te laten vullen. Meer jobvoldoening vind ik nergens", glimlacht hij. "Ons vat is ook uniek in de wereld. Ik denk ook niet dat dit ergens anders mogelijk zou zijn. Onze brouwerij en ons bier zijn erg nauw verbonden met de stad Roeselare. Vraag tien mensen waar Roeselare hen aan doet denken en negen zullen er met Rodenbach antwoorden. Dat zegt veel."