Albert begon serieus met lopen na de Tweede Wereldoorlog, toen hij 17 jaar oud was. "In 1946 kwamen overal in Vlaanderen de kermissen weer op gang. In elk café speelde er wel een jazzbandje. Die kermis was meestal ook de ideale gelegenheid voor een of andere wedstrijd met lokale sporthelden, meestal lopen in het veld of door de straten, of koers. Zo was er in 't Bosje een manche van Le Soir cross, een reeks veldloopwedstrijden georganiseerd door de Waalse krant, maar die nu al lang niet meer bestaat. Ik heb daar iedereen op redelijke afstand gelopen en herhaalde dat in latere wedstrijden, bijvoorbeeld op de Konterdam, waar toen veel goeie lopers woonden. In 1947 kreeg ik dankzij mijn prestaties in de...

Albert begon serieus met lopen na de Tweede Wereldoorlog, toen hij 17 jaar oud was. "In 1946 kwamen overal in Vlaanderen de kermissen weer op gang. In elk café speelde er wel een jazzbandje. Die kermis was meestal ook de ideale gelegenheid voor een of andere wedstrijd met lokale sporthelden, meestal lopen in het veld of door de straten, of koers. Zo was er in 't Bosje een manche van Le Soir cross, een reeks veldloopwedstrijden georganiseerd door de Waalse krant, maar die nu al lang niet meer bestaat. Ik heb daar iedereen op redelijke afstand gelopen en herhaalde dat in latere wedstrijden, bijvoorbeeld op de Konterdam, waar toen veel goeie lopers woonden. In 1947 kreeg ik dankzij mijn prestaties in dergelijke wedstrijden de aanbieding om voor de atletiekafdeling van La Gantoise (nu AA Gent, red.) te lopen. Hermes Oostende is pas een jaar later opgericht, maar ik ben nog tot 1958 bij La Gantoise gebleven", aldus Albert.'t Bosje is altijd een belangrijke factor gebleven. "In het begin toen ik bij La Gantoise liep, zijn ze vanuit de club eens komen kijken naar hoe ik train, namelijk rond de grote en kleine 'lac' in 't Bosje. Ze hadden me immers eerder gevraagd of ik niet in Gent kon komen trainen, maar ik zag dat niet zitten. 'Blijf jij maar hier trainen', zeiden ze. Zo'n mooie en geschikte plek om te trainen hadden ze zelf blijkbaar niet. Ik heb in die tijd samen met enkele lokale lopers trouwens het Spiegelmeer afgemeten: 485m, dus dat werd onze atletiekpiste op te trainen. Van 't Bosje naar de Spelen, zeg maar."De Olympische Spelen van 1948 in Londen kwamen nog te vroeg voor Albert. Maar dat wil niet zeggen dat ze geen invloed gehad hebben op zijn carrière. "Veel Olympiërs op doorreis kwamen via Oostende terug op het continent aan. Zo heb ik de kans gekregen om de legendarische Emil Zatopek te ontmoeten. Ik kon toen ook zijn handtekening bemachtigen in mijn trainingsboekje van dat jaar. Zatopek werd die Spelen overigens geklopt op de 5.000 meter door onze eigen Gaston Reiff, de eerste Belgische gouden medaille in het atletiektoernooi. Een titel die Reiff vooral te danken had aan het feit dat hij een begenadigd veldloper was en de piste in het stadion in Londen op zijn zachtst gezegd nogal drassig lag. Bovendien kwam de eindsprint van Zatopek net te laat." Vier jaar later in Helsinki was Albert er natuurlijk wel bij, met de 4 x 400 estafetteploeg. Zatopek wint er de 5, de 10 km en de marathon, de prestatie van Albert en zijn team verbleekt bij de tijden die teams uit grotere landen laten optekenen. "De hele omkadering was niet te vergelijken. Het materiaal, de trainingsmethoden. Alles leek lichtjaren verwijderd van hoe wij te werk gingen. Ik heb de vestiaire van de Cubanen of de Amerikanen kunnen binnenkijken: er stonden atleten met het schuim op de lippen van de doping. Met andere woorden: we waren volledig kansloos. Eigenlijk gingen wij met onze ploeg naar de Spelen om, ten eerste, deel te nemen, en ten tweede het Belgisch record scherper te stellen. Dat is toen, en nog een aantal keren erna, gelukt." "Ik ben uiteindelijk 23 keer geselecteerd voor de nationale 4 x 400 ploeg, meestal samen met mijn grootste concurrent Roger Moens, met wie ik in Helsinki de kamer deelde. Roger en ik waren jarenlang de basis voor die ploeg, aangevuld met de twee lopers die op dat moment het best in vorm waren. Je kunt ons dus in zekere zin zien als de voorlopers van de broers Borlée. Het doet heel veel deugd om daar op mijn gezegende leeftijd met deze verkiezing een zekere erkenning voor te krijgen."