Nog tot volgende week maandag kan je de botsauto's van Jean-Pierre Lannoo vinden op de Grote Markt van Poperinge. Volgende week knipperen de 6.000 lichtjes van zijn attractie in Dentergem. Zo zwerft Jean-Pierre al 50 jaar rond van dorp naar dorp. "22 of 23 kermissen per jaar", knikt hij. "90 procent daarvan kom ik al van sinds het prille begin. Foorkramer is het plezierigste beroep dat er bestaat. In plaats van iedere dag in dezelfde fabriek te werken, komen wij iedere week in een andere gemeente. En veel mensen die je leert kennen: duizenden! Ik ken ondertussen meer mensen in Zelzate of Maldegem, dan dat ik er nog ken in Meulebeke."
...

Nog tot volgende week maandag kan je de botsauto's van Jean-Pierre Lannoo vinden op de Grote Markt van Poperinge. Volgende week knipperen de 6.000 lichtjes van zijn attractie in Dentergem. Zo zwerft Jean-Pierre al 50 jaar rond van dorp naar dorp. "22 of 23 kermissen per jaar", knikt hij. "90 procent daarvan kom ik al van sinds het prille begin. Foorkramer is het plezierigste beroep dat er bestaat. In plaats van iedere dag in dezelfde fabriek te werken, komen wij iedere week in een andere gemeente. En veel mensen die je leert kennen: duizenden! Ik ken ondertussen meer mensen in Zelzate of Maldegem, dan dat ik er nog ken in Meulebeke."Jean-Pierre verloor zijn hart aan de kermis toen hij nog een kleuter was. "Nochtans kom ik niet uit een foorkramersfamilie", vertelt hij. "Ik woonde als kind op 20 meter van de markt van Meulebeke. Als het kermis was, keek ik altijd uit op de botsauto's. Al van toen ik vier jaar was, was ik gefascineerd door de botsauto's. Ik heb altijd gezegd: ooit koop ik zo'n kraam. Toen ik 22 was, kon ik die droom verwezenlijken.""Vanaf de eerste dag werd ik aanvaard door de mensen uit de foorwereld, nochtans een aparte wereld. Nieuwkomers worden vaak met een scheef oog bekeken. In het begin was het niet gemakkelijk. Ik had middelbaar gedaan in de handelsschool in Waregem en dan een jaar of twee gewerkt in het schildersbedrijf van mijn ouders. Maar dan moet je plots zo'n kermiskraam opbouwen, 's avonds en 's nachts werken... Vroeger moest de autoscooter volledig van de grond opgebouwd worden. Dan brak je de boel af tot middernacht in de ene gemeente om 's morgens in de andere gemeente het weer op te bouwen. Nu is het gemoderniseerd en gemakkelijker, al kost het nog steeds drie à vier uur voor het opgezet is."Het is niet het enige verschil met vroeger. "Vroeger leefde kermis meer. Kermis was een feest en er kwam veel meer volk. Nu draait het, maar het is ook al. Ik heb de goeie tijden meegemaakt. In de jaren 60 zaten de foren in de lift. Toen ik begon in de jaren 70 waren kermissen al heel populair en het bleef stijgen tot rond 1992. Dan stabiliseerde het en vanaf 1996 zakte het weer."Ook in Poperinge zitten er op dinsdagavond amper een zestal jongeren in zijn botsauto's, maar daar maakt Jean-Pierre zich niet druk in. "Ik heb nooit spijt gehad. Mocht ik zeker zijn van volk om mij op te volgen, dan zou ik nooit stoppen. Vanuit mijn kotje zie ik de mensen zich amuseren en lachen. En verliefd worden. In die 50 jaar moeten er honderden koppeltjes ontstaan zijn in mijn botsauto's. Geregeld komen mensen vertellen dat ze elkaar leerden kennen in mijn botsauto's en ondertussen getrouwd zijn en kinderen hebben." Zijn gouden jubileum als foorkramer is dan ook een unicum. "Nee, je ziet dat niet meer veel. Vroeger was het de gewoonte dat mensen die al 25 jaar met een kraam naar de kermis kwamen gehuldigd werden, maar dat was een gebruik die aan het verdwijnen was. In Bassevelde was er echter iemand die dat bijgehouden had. Hij heeft het boeltje in gang gestoken en nu word ik in een 15-tal gemeenten gehuldigd. Ik apprecieer het wel, maar op lange duur begin je het wel een beetje gewoon te worden. Wanneer het zal stoppen? Nu weet ik zeker dat het voor de rest van het jaar niet meer zal stoppen. Volgende week word ik in Dentergem twee keer gehuldigd: bij het sportverbond omdat de koers 50 jaar bestaat en dan ook nog in het gemeentehuis."