Ahmed Bearm runt opnieuw met brede glimlach zijn Pita Ramses II in Tielt

In 2014 deed hij zijn levenswerk, Pita Ramses II, van de hand om meer tijd te kunnen spenderen aan zijn gezin. Maar sinds 2018 is Ahmed Bearm opnieuw het vaste gezicht van het Egypitische restaurant. “Ik zag alles wat ik opgebouwd had, de dieperik in gaan”, zegt hij. “Dat kon ik niet laten gebeuren. Nu weet ik dat ik hier tot mijn pensioen aan de slag zal zijn.”

Ahmed Bearm ruilde Egypte in voor Tielt. “Dit is ondertussen mijn échte thuis. En die kon ik dankzij de Tieltenaren vorm geven.” © (foto WME)

Hij groeide op in het broeierige Caïro, maar heeft in Tielt zijn echte thuis gevonden. Dat hij anno 2020 een eigen zaak in het diepe West-Vlaanderen zou runnen, dat hield Ahmed Bearm pakweg dertig jaar geleden zelf niet voor mogelijk. “Maar ik ben erg tevreden hoe mijn leven gelopen is. Tielt zit diep in mijn hart”, glundert hij.

Hoe ben je in België beland?

“Heel simpel: ik wilde een beter leven. In Egypte liggen de kansen niet voor het rapen, dus wilde ik naar Europa. Met mijn budget had ik de keuze tussen België en Nederlands en in 1993 streek ik in Brussel neer. Daar voelde ik me allesbehalve thuis en na een paar maanden verkaste ik naar Kortrijk. Ik ging er meteen in de horeca aan de slag. Als afwasser heb ik onder andere in zaken in Kortrijk, Ieper en Roeselare gewerkt en wist ik me op te werken. Eerst hulpkok, daarna chef-kok… Een passend diploma heb ik niet, maar al doende leer je het snelst. Plus: ik had ook wat ervaring van in het take away-restaurant van mijn papa in Caïro.”

In 1999 stampte je een eigen zaak in Tielt uit de grond. Waarom hier?

“Ik woonde destijds in Ardooie en ging op zoek naar een stad zonder pitarestaurant. Dat mag je trouwens niet verwarren met de Turkse kebab. Het zijn twee compleet verschillende gerechten. Tielt was nog een blinde vlek en op de Markt vond ik een pand waar ik aan de slag kon gaan. Zo ben ik toevallig in Tielt terecht gekomen.”

Hoe verliepen die eerste maanden?

“Eerlijk? Erg moeilijk. Ik was letterlijk een exotisch figuur en de Tieltenaar is van nature uit nogal gesloten. Die eerste week had ik amper klanten. Ik had nochtans stevig reclame gemaakt op de lokale radiozenders en Tielt van flyers voorzien, maar dat mocht niet baten. Tot de mond-aan-mondreclame zijn werk begon te doen. Mijn eerste klanten vertelden hun kennissen dat het wel lekker was bij ‘die Egyptenaar’ en zo raakte alles op gang. Gelukkig, want ik had een stevige lening af te betalen. Ik stond toen 2,5 miljoen oude Belgische frank in het krijt bij de bank. Over de kop gaan zou een ramp geweest zijn.”

Ondertussen woon en werk je al 21 jaar in Tielt. Hoe kijk je naar deze stad?

“Ik ben een echte Tieltenaar geworden. De mensen hebben me in hun armen gesloten en aanvaard. Ik ben een van hen. Eigenlijk kan ik de Tieltenaren niet genoeg bedanken, want zíj hebben me al die kansen gegeven. Tijdens de bankencrisis van 2008 gingen heel wat horecazaken failliet, maar naar mij bleven ze komen. Dat zegt genoeg.”

In 2014 besliste je om de zaak over te laten. Waarom?

“Ik werkte elke dag minstens 14 uur en zag nog amper mijn vrouw en kinderen. Elk weekend, elke feestdag was ik in de weer. Ik wilde een ander leven. Ik begon toen met het invoeren van Egyptische voedingsmiddelen naar België, maar dat draaide op een sisser uit. Ik was een te kleine speler, maar gelukkig hield ik er geen financiële kater aan over. In 2017 werkte ik bij metaalproducent Joris Ide, maar ik zag met lede ogen aan hoe ‘mijn’ Pita Ramses II de dieperik aan het ingaan was. Alles wat ik opgebouwd had, verdween als sneeuw voor de zon. Dat kon ik niet laten gebeuren.”

“De eerste weken in Tielt waren moeilijk. Ik had amper klanten”

En zo sta je sinds 2018 hier weer zelf achter het fornuis.

“En klop ik weer het aantal uren van vroeger. Pas op: met een brede glimlach, want deze zaak is mijn kindje. Ondertussen draait het weer als vanouds. De klanten komen terug, de cijfers zijn goed… En ik merk dat de Tieltenaar tevreden is dat ik weer het gezicht van ‘de Ramses’ ben.”

Blijf je hier voor de rest van je carrière?

“Dat denk ik wel. Ik ben bijna vijftig, waar moet ik nog naartoe. Bovendien doe ik deze job met hart en ziel. De weinige vrije momenten die ik heb gaan integraal naar mijn gezin, maar het doet me tegelijk zoveel deugd te zien dat mijn zaak al meer dan twintig jaar een vaste waarde is in Tielt. En dat moet zo blijven.”

En na je pensioen? Terugkeren naar Egypte?

“Dat denk ik niet. Mijn papa is in 2017 overleden en in mei vorig jaar moest ik ook afscheid nemen van mijn mama. Er is maar weinig dat me nog bindt met het land. Toen mijn ouders nog leefden, droomde ik daar wel nog stiekem van. Nu weet ik dat mijn toekomst hier ligt. In Tielt heb ik van nul iets moois opgebouwd, mijn kinderen zijn echte West-Vlamingen… Waarom zou ik dan nog verhuizen? Een oude boom verplaats je niet meer, hé. En na 27 jaar in België ben ik een boom van hier. Laat mij maar rustig voortwerken, met de Sint-Pieterskerk als mooi uitzicht.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.