50 jaar nadat Werner stierf op berucht kruispunt in Oostende, herdenken broer en zussen hem met foto

Broer Jean-Pierre (tweede van links) en zijn vier zussen, v.l.n.r. Vera, Myriam, Martine en Lieve, herdachten woensdag op het kruispunt van de Torhoutsesteenweg en de Elisabethlaan hoe hun broer Werner daar 50 jaar geleden door een vrachtwagen werd gegrepen en overleed. Ook burgemeester Bart Tommelein kwam zijn speelkameraad van weleer herdenken. © Peter MAENHOUDT
Laurens Kindt

Vijftig jaar nadat Werner Verbeeke om het leven kwam in een dodehoekongeval, hebben zijn broer en zussen woensdag zijn foto opgehangen aan het kruispunt waar de toen elfjarige jongen verongelukte. “Hij was mijn enige broer en ik mis hem tot op de dag van vandaag”, zegt Jean-Pierre Verbeeke. Ook burgemeester Bart Tommelein kwam zijn vroegere buurjongen en speelkameraad herdenken.

Op 20 april 1972 fietste de toen elfjarige Werner Verbeeke om 8 uur ’s morgens naar de ondertussen verdwenen Heilig-Hartschool in Oostende. Tien dagen later zou hij zijn plechtige communie doen, maar zijn vader had hem al zijn cadeau gegeven: een gloednieuwe fiets. Met die tweewieler stopte de kleine Werner die ochtend aan het kruispunt van de Torhoutsesteenweg met de Elisabethlaan. Naast hem stond een vrachtwagen. Toen het licht op groen sprong, liet de vrachtwagen enkele fietsers passeren vooraleer rechtsaf te slaan. Werner Verbeeke, die rechtdoor moest rijden, vertrok ook, maar werd gegrepen door de wegreus. De kleine jongen belandde onder de wielen en maakte geen schijn van kans. Hij overleed ter plaatse.

Nieuwe fiets

Zijn broer Jean-Pierre (67), vijf jaar ouder, kreeg het nieuws vrijwel meteen te horen op school, al werd toen nog in het midden gelaten wie het slachtoffer was. “Ze kwamen ons op school zeggen dat er een ongeval was gebeurd op het kruispunt. Een jongen met een nieuwe fiets, zeiden ze. Ik kreeg meteen een raar gevoel, alsof ik direct wist dat het om onze Werner ging. Dat bleek uiteindelijk zo te zijn. Toen ik ’s middags naar huis ging, heb ik het aan mijn moeder moeten vertellen. Slachtofferhulp: dat bestond allemaal nog niet. Ik herinner me dat ik het haar een paar keer heb moeten vertellen voor ze het besefte. Het was echt haar jongste zoon die onder die vrachtwagen lag”, zegt Jean-Pierre.

Stapelbed

Het ongeval zelf heeft hij niet meer gezien. “De begrafenisondernemer kwam ons vertellen dat we best niet meer gingen kijken. Het was niet schoon om te zien. De vrachtwagenchauffeur was overigens niet ter plaatse gebleven. Hij is doorgereden in de richting van de Sint-Janskerk. Een lerares van de school die het ongeval zag gebeuren, is hem achterna gereden en heeft hem daar doen stoppen. De chauffeur verklaarde dat hij wel gevoeld had dat hij ‘iets’ had geraakt, maar dat hij dacht dat het de borduur was. Het was niet de borduur, het was mijn broer. De enige broer die ik had. Mijn beste kameraad, met wie ik altijd naar de Chiro ging. Wij sliepen ook samen in een stapelbed. Na het ongeval vroeg ik mijn vader om het bovenste deel van dat bed meteen weg te doen. Ik kon niet slapen met dat leeg bed boven mij”, zegt Jean-Pierre.

Schuldgevoel

Om zijn broer te herdenken, hing Jean-Pierre woensdagochtend om 8 uur – dag op dag 50 jaar na het ongeval – samen met zijn zussen Vera (65), Myriam (64), Martine (58) en Lieve (52) een foto op van Werner aan een verkeerslicht op het kruispunt. Het beeld van de guitige jongen die plots weggerukt werd uit zijn veel te prille leven, moet alle weggebruikers eraan herinneren hoe belangrijk het is om het veilig te houden in het verkeer.

Dit berichtje verscheen 50 jaar geleden in De Zeewacht.
Dit berichtje verscheen 50 jaar geleden in De Zeewacht. © PM

De impact van het ongeval op het gezin van Werner was niet te onderschatten. “Mijn moeder heeft dat beter kunnen verteren dan mijn vader. Hij was wegenwerker, altijd alleen op de baan, en hij is daar blijven over tobben. Is er zwartgallig van geworden. Vader voelde zich ook schuldig: híj had Werner die nieuwe fiets gegeven. Hij bleef zich afvragen of er iets scheelde aan die fiets, al wisten we allemaal dat dit niet zo was. Het kostuumpje dat Werner zou dragen op zijn plechtige communie, is mijn vader nog naar een weeshuis gaan brengen. Dan had iemand anders er nog iets aan, zei hij. Soms zie ik Werner terug in één van mijn neefjes. Dan sta ik altijd toch even stil bij hoe zijn leven zou gelopen zijn, hoe zijn kinderen er zouden uitgezien hebben. Het is al 50 jaar geleden, maar ik mis mijn broer tot op de dag van vandaag”, zegt Jean-Pierre.

Grafrede

Peter Maenhoudt – fotograaf bij deze krant – zat 50 jaar geleden bij Werner in de klas. “Ik kan me nog zo herinneren dat meester Devos ons kwam vertellen dat Werner in een ongeval betrokken was geraakt en dat hij nooit meer naar de klas zou komen”, vertelt hij. “Op de begrafenis stonden Chiroleden in uniform langs de kist. Later, op het kerkhof, heb ik als twaalfjarig jongetje de grafrede uitgesproken. Zoiets maakt indruk op een jonge kerel. Dat kistje dat naar beneden zakt in die put, nog een bloemetje erop en weg is je vriend. Ik ben altijd contact blijven houden met Jean-Pierre na het ongeval. Dat is toch een drama waar je af en toe bij stilstaat”, klinkt het.

© Peter MAENHOUDT

Bart Tommelein: “Geen afscheid kunnen nemen van kameraad”

Burgemeester Bart Tommelein was destijds de buurjongen van Werner Verbeeke in de Druivenlaan. “Het steekt na 50 jaar nog altijd dat ik geen afscheid heb kunnen nemen van mijn kameraad.”

“Werner was twee jaar ouder dan ik, maar we waren twee handen op één buik”, herinnert burgemeester Tommelein zich nog. “Omdat hij iets ouder was dan ik, keek ik enorm naar hem op. Uren hebben we samen gevoetbald en gespeeld op straat. Ik zie nog altijd het beeld voor mij van Werner in zijn uniformpje van de Chiro. Ik herinner me ook dat hij altijd een snotneus had, omdat hij net als zijn broer Jean-Pierre last had van astma en hooikoorts. Eigenlijk was hij in mijn jeugd mijn beste kameraad.”

De burgervader vond het belangrijk om aanwezig te zijn. “Ik heb altijd contact gehouden met de familie van Werner. Toen dit initiatief ter sprake kwam, was ik er meteen voor gewonnen. Toegegeven: zomaar een foto aan een verkeerslicht hangen, eigenlijk mag dat niet. Maar het is in het kader van de verkeersveiligheid en dus gaan we dit gedogen. Ik zie ook niet meteen waarom iemand hier een probleem mee zou hebben en we hebben afgesproken dat de foto er ook niet eeuwig zal blijven hangen”, zegt Bart Tommelein.

Gevaarlijk kruispunt

Het kruispunt van de Torhoutsesteenweg met de Elisabethlaan in Oostende heeft een erg kwalijke reputatie op vlak van verkeersveiligheid. In 2008 kwamen de 34-jarige Murielle Deconynck en haar tweejarig zoontje Maarten er om het leven toen ze gegrepen werden door een vrachtwagen die afsloeg. Twee jaar daarvoor gebeurden op hetzelfde kruispunt nog twee gelijkaardige dodehoekongevallen, waarvan één ook met dodelijke afloop.

“Ik was destijds gewonnen voor de ondertunneling van het kruispunt, maar daar was jammer genoeg geen meerderheid voor. Ook veel buurtbewoners zagen het niet zitten. Onvoorstelbaar: men heeft liever veel verkeer dan een mooie rustige straat. De huidige situatie is wel veilig, zolang iedereen zich aan de verkeersregels houdt”, klinkt het.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.