In het dorp groeien er in de kleigrond van de polders geweldige verhalen. Zo herinneren boer André Verlinde en zijn vrouw Erna zich nog de tijd dat ze door het raam van hun hoeve over hun akkers konden zien hoe mensen op de duinen liepen. Nu is al die grond niet meer van hen en quasi volgebouwd. En het zicht is verdwenen.
...

In het dorp groeien er in de kleigrond van de polders geweldige verhalen. Zo herinneren boer André Verlinde en zijn vrouw Erna zich nog de tijd dat ze door het raam van hun hoeve over hun akkers konden zien hoe mensen op de duinen liepen. Nu is al die grond niet meer van hen en quasi volgebouwd. En het zicht is verdwenen. "Het is drie jaar geleden dat ik de zee nog heb gezien," zegt Erna. Ze is van origine van het binnenland, Ichtegem. "De zee zegt me niets, ik ben geen zeemens." Maar intussen is ze in augustus 56 jaar met André getrouwd. Ze is tien jaar jonger dan haar man. "Hij was al 32, had de hele provincie afgezworven. Hij heeft een jonge genomen, omdat hij die nog vanalles kon aanleren. 'Een oude aap leren muilen trekken, gaat niet,' zei mijn schoonvader altijd." André glimlacht en zegt: "De zee? Ik geraak er ook niet meer. Als ik er zou gaan, zou het zijn om te zien hoeveel volk er loopt, wat voor mensen en hoe ze gekleed zijn." Erna haalt haar schouders op. "Je ging vroeger altijd om schelpen te rapen voor de kippen." André knikt. "Ja, daar zit kalk in. En dat hebben ze nodig om de schaal van hun eieren te maken. Anders leggen ze windeieren. Maar ik ben ook geen zeemens. Nu nemen mensen een bad en een douche, en ze gaan zwemmen. In mijn tijd waren we bang voor water. Liefst wasten we ons niet." André kweekt nog wat groenten in zijn moestuintje. Voor eigen gebruik. "En voor de Afghanen," gniffelt Erna. "De helft van Afghanistan zit in Bredene. Blijkbaar eten die graag maïs en eieren. Eerst kwam er één vragen of hij maïskolven kon krijgen en hij informeerde ook naar eieren. En toen kwam een hele stoet op gang. Maar sinds de corona-uitbraak, zien we ze niet meer." André brengt het merendeel van zijn dagen door in de wankele gebouwen waar vroeger de hoeve was. "Bokrijk," noemt Erna het smalend. "Van mij zou al die troep tegen de grond mogen." Van André niet. "Ik ben gehecht aan het verleden," zegt hij. Uit dat verleden put hij verhalen over hoe de Duitsers op het erf van zijn vader een gevangenenkamp bouwden. In '45 verloor André een broer die samen met twee vrienden in een onbewaakte wagon was geslopen waarin munitie lag. "Ze wilden vuurpijlen uit die munitie halen en alles is ontploft. Ze waren alle drie op slag dood. Toen mijn tante het kwam zeggen, geloofde ik het niet. Dat is een middel om je te sterken: niet geloven." En toch kwam ooit de dag dat hij wel zijn eigen donkere gedachten geloofde. André stopte uiteindelijk met werken door een aanhoudende depressie. "Ik heb maanden in de kliniek verbleven. Gelukkig begreep Erna dat. Dankzij haar ben ik er nog. Vroeger zei ik zelf "dat is stom hé," als iemand zelfmoord pleegde. Egoïstisch, dacht ik. Je doet de ander wat aan. Maar nu weet ik dat slechte gedachten de goeie overmeesteren. Ten langen leste zijn het allemaal slechte en zie je geen uitkomst meer." Erna herinnert het zich nog goed. "Ik heb uren en uren op hem trachten in te praten. Soms was het half tien 's avonds. Ik zei: 'André, dat heeft hier geen zin, we moeten de koeien nog melken.' Twee kilometer verder zit Nicole Backers op een bankje in diezelfde Duinenstraat. Ze woont om de hoek. "Net voor 'Blote Betsy'", zegt ze. Het standbeeld dat er wulps en bloot bij staat. Nicole stoort er zich niet aan. Ze kan de troeven van haar gemeente vlot opnoemen: "de enorm mooie duinen, het prachtige strand en het naaktstrand" zegt ze zonder aarzelen. "Het naaktstrand is gesloten wegens corona", reageer ik. Nicole moet erom lachen. "Misschien moeten ze er een maskertje aandoen." Maar hoe minder volk, hoe liever voor haar. "De Belgen gaan niet naar het buitenland en komen naar de kust. Je merkt het in de winkels. Het is druk. En de afstanden worden niet gerespecteerd." Nicole is voorstander van de mondmaskers en tegelijk zegt ze: "We worden een beetje in onze vrijheid beperkt door corona. Ze hebben al verkregen dat we een muilbandje om hebben. En zwijgen en braaf zijn." Ze giechelt. Ze voelt zich goed, zegt ze. "Ik ben sinds 1 mei met pensioen en het is zalig. Niet meer moeten opstaan op een bepaald uur." Ze is 65, maar ziet er 56 uit. Ze werkte in woonzorgcentrum Jacky Maes. "Ik heb dat graag gedaan. Ik kende er veel mensen van toen ik nog kind was. Ik zag ze ouder worden, en zij mij ook," schatert ze. Ze kent wellicht ook Astrid en Liliane Vrancken, tweelingzussen die alles samen doen, al zijn ze al jaren getrouwd. "We werken allebei in rusthuis Jacky Maes," zegt Liliane. "We doen alles samen", zegt Astrid. "Een keer Brugge, een keer Oostende, Bredene," zegt Liliane. "We hebben net een ferme wandeling gemaakt tot in De Haan", zegt Liliane. "En terug", vult Astrid aan. "Een beetje aan de fysiek werken," zegt Liliane. Veel komen ze niet aan het strand. "Vroeger wel, toen de kindjes klein waren", zegt Astrid. "En in de winter eens gaan wandelen, maar in de zomer, neen." Lilane gaat na zeven uur naar het strand. "Als het rustig is. Voetjes in het water." Aan het eind van de Duinenstraat kan je de Duingat-tunnel induiken om bij strandpost 2 uit te komen. Maar minder druk, mooier en beter is strandpost 1. Alleen moet je dan wel de klim van de Koninklijke Baan over de duinen maken om uit te komen bij de exotische bar van Surfclub Twins. Bredene is befaamd omdat het als enige kustgemeente geen dijk heeft, terwijl je aan de Twins eigenlijk wel een dijk hebt, tussen strand en duinen, waarlangs je helemaal tot in Oostende kunt fietsen. Aan de andere kant van de Twins staan de strandcabines. Aan één ervan wappert een vervaarlijke piratenvlag. Het blijkt niet het kamp van een terroriserende motorbende, maar een gezellige pleisterplek van de families Van Eycken en Lecluyse te zijn. Ze zijn toerist in eigen dorp. "Mareine en ik hebben hier al 19 jaar een strandhokje", zegt Jan Van Eycken. Ze noemen hem allemaal Pappie B, met B van Bredene. "Die vlag hangt er opdat de kinderen zouden weten waar we zitten, als ze uit het water komen." Zijn broer is Pappie O., want van Oostende. Maar diens dochter is van Bredene. Grace Van Eycken brengt hier ook haar vakanties door met haar gezin. "Dit is onze vaste plek", zegt ze. "Waarom zou je grote reizen maken, als je dit hier hebt?" Haar nichtje Ellen Steppe is de kleindochter van Opa B. Zij zit er met haar vriend Tjorven Lecluyse. Zijn ouders zijn intussen ook deel van de club. "Ik ben facteur hier in Bredene", zegt Martin Lecluyse, "en als het mooi weer is, kom ik alle dagen." Zoals de rest van de bende blijft hij soms heel laat. "Tot we in het donker over de bergen moeten", lacht Grace. "Die bergen zijn er teveel aan voor mij," zegt Mareine Christiane Pauwels met de krop in de keel. "Ik weet niet of ik hier nog een 20ste jaar haal." Martin en zijn Natascha maken het vanavond niet laat. Ze moeten nog naar een feestje in 'Café Bierhuis', het enige nog resterende café van 't Sas, een wijk ten zuiden van de Spuikom. Een echt pintencafé. "Half bezopen is een gebrek aan doorzettingsvermogen", is maar één van de spreuken die er hangen. Carla Fretin en Miguel Dehondt vieren er hun 30-jarig jubileum met hun bubbel van 15. Ze zijn van origine Oostendenaars maar ze wonen al 26 jaar om de hoek. "Altijd handig als we een pintje te veel op hebben, een auto hebben we niet nodig om thuis te geraken. En elke week vertoeven we hier wel een avond met onze vrienden." Dertig jaar, wie had dat gedacht? "Niemand," zegt hij, maar ze staan erbij alsof ze nog altijd verliefd zijn. Steven Buysse baatte jaren het Volkshuis uit in de Vosseslag in De Haan uit en hij herinnert zich dat hij vaak zei: "Breininge, daar ga ik niet naartoe, dat is toch wat anders." Toen werd Bredene met al zijn campings vaker scheef bekeken als een kustplek van een lager allooi. Maar Steven moest het café uit in De Haan en belandde in de 'Hippo 12', vlakbij camping Hippodroom. Eén van de oudste campings van de gemeente, die vooral bevolkt wordt door Walen die niet voor het grote comfort gaan. Een andere camping aan de overkant van Hippo 12 is nu een vakantiedorp met witte huisjes met voortuintjes en haagjes of hekken. "En ze komen hier allemaal over de vloer. Iedereen komt hier goed overeen. Bredene is enorm geëvolueerd", zegt Steven. "Er komen nu ook heel veel Duitsers en Nederlanders. De gemeente is echt geëxplodeerd. Het is een voorstad van Oostende geworden. Breininge heeft een veel jongere bevolking ook dan de meeste kustgemeenten. Ik heb ook nog een beachbar aan de overkant en ik kan je zeggen: er moet eigenlijk nooit een dijk komen. Mensen willen terug naar de natuur. En hier kan dat. De Haan was goed, maar Breininge is beter. Als je het hier echt leert kennen en appreciëren, dan zeg je: Breininge is bère."Bekijk de videocolumn van Kurt op KW.be/10000trappen