Het plan is om bij de kerk te parkeren. Maar dat gaat niet. Ze zijn er bezig aan grote rioleringswerken. Tegelijk wordt ook de dorpskern vernieuwd. Ik ben nog maar goed en wel geparkeerd, boven aan de Zevekotestraat, of ik ben al aan de praat met een mannetje dat staat te kijken in het deurgat van een oud arbeidershuisje. Hij is aan het wachten op de man van zijn nicht. Die zou met een visschotel komen, uit Vlamertinge. Raymond Bulteel is in '36 in Reningelst geboren. Op de vraag wat hij gedaan heeft in het leven, antwoordt hij "Frankrijk". Wanneer ik doorvraag, verneem ik dat hij in de wolsector werkte in Toerkonje, Tourcoing. Of hij dan zo goed Frans sprak? Hij schudt van neen: "Mijn vrouw spreekt goed Frans".
...

Het plan is om bij de kerk te parkeren. Maar dat gaat niet. Ze zijn er bezig aan grote rioleringswerken. Tegelijk wordt ook de dorpskern vernieuwd. Ik ben nog maar goed en wel geparkeerd, boven aan de Zevekotestraat, of ik ben al aan de praat met een mannetje dat staat te kijken in het deurgat van een oud arbeidershuisje. Hij is aan het wachten op de man van zijn nicht. Die zou met een visschotel komen, uit Vlamertinge. Raymond Bulteel is in '36 in Reningelst geboren. Op de vraag wat hij gedaan heeft in het leven, antwoordt hij "Frankrijk". Wanneer ik doorvraag, verneem ik dat hij in de wolsector werkte in Toerkonje, Tourcoing. Of hij dan zo goed Frans sprak? Hij schudt van neen: "Mijn vrouw spreekt goed Frans". Kinderen hebben ze niet. "We zijn een beetje laat getrouwd. Vijfenveertig jaar geleden. Het was mijn tweede keer", gniffelt hij. "Zij doet nog altijd de ménage, ik help waar ik kan. Maar ik ben niet goed te been." En hij wijst naar zijn rechtervoet waar een dikke plateauzool onder zit. Het been lijkt een stuk korter. "Het is al 73 jaar dat ik er last van heb. Ze hebben me geopereerd in '45 en nog eens in '46." Hij geraakt op dreef. "Ik had zeven broers. De tjeutens zijn het langst blijven leven, de jongste en ik", lacht hij en wordt dan even stil. "Maar hij is onlangs ook gestorven." Ik zeg hem: "Wreed hé, oud worden, iedereen valt weg." Hij haalt de schouders op: "Je went daaraan". En dan komt zijn visschotel eraan. Op de hoek van de straat komt Bavo Vanden Broeck net het huis uit, de directeur van Folk Dranouter, samen met zijn oudste zoon Seppe. "Ook thuis?", begin ik. Hij knikt. "Het is wennen met de drie kinderen thuis. We zitten wat op elkanders lip. Maar ça va, we kunnen elkaar nog uitstaan. Straks zal het weer wennen zijn aan het lege nest." Seppe grijnst. "Dat zal wel meevallen." Bavo schudt van ja: "Misschien wel, weer een beetje rust in huis." Ja, want repeteren moet Seppe nu ook thuis doen. Zonder corona was de student journalistiek intussen misschien al wereldberoemd in Vlaanderen. "We zaten met mijn band Billboard in de halve finale van Humo's Rockrally. Die zou plaatsvinden op 13 maart in de Vooruit, maar de avond voordien is alles uitgesteld." Die halve finale komt er ten vroegste na de grote vakantie. "We kunnen langer dromen. We kunnen veel langer zeggen dat we in de halve finale zitten", lacht hij. Had Billboard gewonnen, stonden ze deze zomer misschien op Dranouter. Nee, onmogelijk. Ook dat is geschrapt. "Ja, we zitten in de beste stiel", zegt Bavo. "We hebben een café, een concertzaal en een festival. We mogen niets doen. We trachten nu enkele nieuwe conceptjes te ontwikkelen, zoals een drive-in. Want stilzitten is lastig, hé."Mijn ding is wandelen. Maar dat gaat niet vooruit. Niet alleen omdat bulldozers de weg versperren. Je mag gewoon geen mens zien in Reningelst of je geraakt ermee in gesprek. Zoals ook met Filip Bekaert, die al veertien jaar lang samen met zijn vrouw Ann Bouton de Rentmeesterhoeve uitbaat, een adembenemend mooie kasteelhoeve waar ze gasten ontvangen. "Ik ben van origine van Kortrijk, Ann is van Watou. We hadden twee frituren, één in Wervik en één in Menen. Eigenlijk wilden we een B&B beginnen in de Provence, een streek waar we verliefd op waren. Maar toen verongelukte mijn broer en konden we niet meer weg." Ann droomde van een B&B in eigen streek. "Dit domein is uniek. We zitten centraal in het dorp en toch is het heel landelijk. Reningelst is oud, ouder dan Poperinge." Het kasteel zelf staat er niet meer. Dat is ten tijde van de Franse Revolutie, in 1793, in brand gestoken door het Franse leger. "Het was van de familie Bulteel. Het wapenschild zie je hier nog op de brug over de slotgracht", zegt Filip. "De familie is gevlucht naar Engeland en iemand van de Bulteels trouwde later met een Spencer. En de Spencers, dat was de familie waar Lady Di uit voortkwam." Zo blijven de verhalen maar komen. Aan de overkant van de straat is er nog een B&B, in het prachtige landhuis Vedastus, dat momenteel gerestaureerd wordt. Eigendom van Peter Jacobs, een man uit Opwijk die in de computerbranche zit. "Mijn vrouw is kinderarts en moest 15 jaar geleden voor haar job tussen Poperinge en Ieper komen wonen. We zijn helemaal te lande terechtgekomen, in de Kriekstraat. Het is hier heerlijk. Je hebt de rust, de uitgestrektheid en vooral de mensen. We hebben een tijdje in Gent gewoond en daar keek men je raar aan als je een goeiedag zei. Hier kijkt men raar als je voorbijloopt zonder iets te zeggen." De aankoop van het landhuis blijkt meer dan een slimme investering. "We willen gasten ontvangen om te tonen hoe mooi deze streek wel is. Hoe mooi de mensen zijn. Als je hier zelf een beetje geeft, krijg je veel terug." Dat weet ook Miranda Lamerant, die in dezelfde straat al jaren een bakkerij openhoudt. Met haar man Bernard Slembrouck. Een bekend figuur. Ieder jaar trad hij op als Elvis-imitator in het dorp. Trad hij op. Bernard is dood. Al 2 jaar. Plots. Een hartprobleem. "Mensen zeggen: je bent nu alleen. Ik zeg: voor mij is hij er nog om mij te helpen. Bernard blijft de man van mijn leven", aldus Miranda Ammerant. En er is steun. "Het is hier anders dan in een stad. Hier kent iedereen elkaar. En iedereen helpt elkaar." Rechtover de kerk huist een oud drukkerijtje. Drukkerij Bafcop, het opschrift staat er nog. De winkel staat er nog bij zoals in de tijd dat hij voorgoed de deuren sloot. Maar de deur is open. In de aanpalende living ligt Robertine een middagdutje te doen, terwijl Shirley Dewilde van Familiehulp aan het poetsen is. Robertine is snel wakker. In geen tijd weet ik het allemaal. Dat ze van het jaar '29 is. Net als haar tweelingzus Albertine. De tientjes zeggen ze in Reningelst. Ze waren getrouwd met twee broers, de Bafcops. Haar Herman was drukker, zijn broer Florent veehandelaar. Hun twee huizen zijn eigenlijk één. Ze hebben een gemeenschappelijke voordeur. "We zitten altijd samen, alleen slapen doen we apart, Albertine en ik. Ze is nog beter dan ik." Maar toch ligt ze momenteel in het ziekenhuis met gezondheidsproblemen. "Ik hoop dat ze snel terug is", zegt Robertine. Ze waren met zijn drieën thuis. "De drie koningen", zegt ze. "Ja, ik ben een Deconinck. Of eigenlijk Deconèèèènk. Mijn grootvader was een Waal, uit Warneton, Waasten. Hij is hier lang burgemeester geweest. Terwijl hij niet eens een Vlaamse gazet kon lezen. Als ik zeg dat ik de dochter ben van Deconinck, lieg ik niet, hé", lacht ze. "Een prinses", zeg ik. Ze glundert. Haar huis is een museum. Ik kijk rond en zie schilderijen van Adhemar Vandroemme en Georges Barbry. Een doodprentje van haar man die in 2013 is overleden en van zoon Hans Bafcop, overleden in 2004. "Dood aan pneumokokken", zegt Robertine. "Ken je dat? Hetzelfde als hersenvliesontsteking, maar dan aan de longen. In enkele dagen tijd. Het is triestig als je je kind ziet voorgaan." Net dan komt haar andere kind binnen, Karien. Ook al zo'n gezellige babbelkous, die me het familieblad laat zien, het Bascootje, dat nog jaarlijks verschijnt. Blijkt dat de naam Bafcop van Bascot komt, een Baskische naam. Toen de Spanjaarden het hier voor het zeggen hadden, is er één blijven hangen. Nog sporen van de Spaanse tijd in de Groenselpoorte, de boerderij in de Pastoorstraat waar de gevel uit 1702 nog Spaanse trekken vertoont. Moniek en Jos hebben van hun hoeve de binnentuin en de ontmoetingsplaats van het dorp gemaakt. Alleen hond Ambras is niet zo vriendelijk. "De hond niet aanraken", staat er op een plakkaat. "Hij is niet vriendelijk." Voor de rest mag je er alles aanraken. De koelkasten in de open poort zitten er vol groenten en fruit van het eigen land en het land van boeren uit de streek. De prijzen staan op een bord genoteerd en mensen stoppen geld in een potje of betalen met Payconiq. Puur op vertrouwen. "En dat werkt", zegt Moniek.Ze is na al die jaren nog verliefd op de streek. "We gaan geregeld naar de veiling in Roeselare, omdat sinaasappelen hier niet groeien, en als je op de terugweg aan het rondpunt van Vlamertinge komt, dan is het alsof er een frak van je afvalt. De druk en de drukte zijn weg." Toch is Reningelst een beetje tot een tweede Watou aan het uitgroeien. "Hou het stil. Reningelst is van ons", zegt Wim Chielens. Hij is de bezieler van heel veel cultureel leven in het dorp. En ook de man die ervoor gezorgd heeft dat de oude Brouwerij Six een cultuurtempel werd. Hij stelt me voor aan iedereen die in de poort passeert. Zoals Rosa Reynaert, de bakkersdochter. Ze woont al haar hele leven in de Pastoorstraat, 92 is ze en met sneeuwwit haar. "Ze is in de meel gevallen", lacht Wim. Rosa schatert. Ze eet vooral aardbeien, "omdat je suikerpeil daar niet van stijgt". Jan Pil komt er ook aan. Zijn vrouw Maria Bortier werkte 31 jaar bij dokter Gerard Desmyter. 83 en op 1 juli gaat hij met pensioen. "Ik recupereer niet meer zoals vroeger", zegt hij. "Het is tijd om te stoppen." "Ja", zeg ik. Maar ik kom terug. "Want een dokter van 83, die heeft verhalen..." Zijn ogen blinken. "Wees daar maar zeker van."